Jezus, een valse Messias
Vrijdag 10 Februari 2006 at 9:10 pm - Categorie: religie1 Jezus verliet de tempel. Zijn leerlingen kwamen naar hem toe en wezen hem op de gebouwen van de tempel. 2 'Ja,' zei Jezus hun, 'zien jullie dat alles? Ik verzeker jullie: er zal geen steen op de andere blijven staan; alles wordt met de grond gelijkgemaakt.' 3 Toen hij op de Olijfberg zat, kwamen zijn leerlingen bij hem. Toen ze met hem alleen waren, vroegen ze: 'Wilt u ons vertellen wanneer dat gaat gebeuren en aan wat voor teken wij kunnen zien dat uw komst en de voltooiing van de wereld ophanden zijn?' 4 Jezus antwoordde hun: 'Let goed op en laat niemand jullie op een dwaalspoor brengen. 5 Want er zullen veel mensen komen die van mijn naam gebruikmaken en beweren: Ik ben de Christus.
Daarmee zullen zij velen op een dwaalspoor brengen. 6 Jullie zullen wapengekletter horen en berichten over oorlogen horen. Maar raak niet in paniek. Dat moet allemaal gebeuren, maar het is het einde nog niet. 7 Het ene volk zal strijden tegen het andere volk, het ene rijk tegen het andere; er zullen hongersnoden zijn en aardbevingen, dan hier en dan daar. 8 Maar dat alles is nog maar het begin van de weeën. 9 Ze zullen jullie uitleveren, onderdrukken en ter dood brengen; alle volken zullen jullie haten vanwege mijn naam. 10 Velen zullen hun geloof verliezen. Ze zullen elkaar verraden en haten. 11 Er zullen vele valse profeten komen en zij zullen velen op een dwaalspoor brengen. 12 En omdat de verachting voor de wet toeneemt, zal de liefde bij de meesten verkoelen. 13 Maar wie volhoudt tot het einde, zal gered worden. 14 Eerst zal dit grote nieuws over het koninkrijk van God bekendgemaakt worden over de hele wereld, zodat onder alle volken van mij is getuigd, en dan zal het einde komen.
(Mattëus 24 -1:14)
Dit eerste deel van de profetische preek stelt enkele volkomen nieuwe opmerkingen voor. Men zal opmerken dat de predikatiën van het einde der tijden, gedaan in het bijzonder, aan de uitverkoren apostelen geen andere getuigen hebben. Omstandigheid waar de historici zich niet hebben aan opgehouden, zo groot was hun vertrouwen in de oprechtheid van het evangelie. De aankondiging van de vernieling van de nieuwe tempel verbindt zich niet, zoals de kerk het beweert, aan de Romeinse invasie van het jaar 70 van de christelijke tijdrekening, onder de regering van keizer Titus. In de gedachte van Jezus, houdt de vernieling van de tempel verband met de cataclysmen van het einde van de wereld. En de tekst geeft het ons duidelijk te horen aangezien de apostelen in dit verband hun meester ondervragen door hem de belangrijke vraag te stellen:
3 Toen hij op de Olijfberg zat, kwamen zijn leerlingen bij hem. Toen ze met hem alleen waren, vroegen ze: 'Wilt u ons vertellen wanneer dat gaat gebeuren en aan wat voor teken wij kunnen zien dat uw komst en de voltooiing van de wereld ophanden zijn? (Mattëus 24 - 3).
Dat een ingewijde die in het geheim met zijn uitverkoren discipelen spreekt, antwoordt op een dergelijke ondervraging door nauwkeurige cijfers, concrete formules en onthullende data aanhaalt, zou niemand verbazen. Het is de zending van de Messias van Jehova, (en van elke Messias in welke godsdienst dan ook) als laatste profeet, de Wet van de tijd en van de Mozaïsche chronologie, sleutel van de geheime Kennis, te verkondigen aan diegenen die het einde der tijden zullen meemaken.
Maar de zogenaamde Christus zwijgt hierover. Zijn vertrouwelijke mededelingen zijn deze van een autodidact en niet deze van een belangrijke ingewijde. Zo hij bepaalde aspecten van het koninklijke geheim kent, is hij onkundig over het essentiële. Waarschijnlijk weet hij dat kort voor het einde van de wereld de grote mogendheden zich in een oorlog zullen storten, voor het bezit van de bevoorrechte gebieden waar alle zestig eeuwen de rassen van het oude werelddeel zijn gevlucht. Waarschijnlijk weet hij dat bij het naderen van het Laatste Oordeel de volkeren zich zullen verenigen rond hun krijgsheren, met hun emblemen zullen zwaaien, en zich zullen storten op de geprivilegieerde streken in de hoop om aldus van de eindoverwinning te genieten. Waarschijnlijk weet hij eveneens dat van zogenaamde ingewijden een leugenachtige leer zal voortkomen, die de volkeren zullen verleiden, en door het voordeel van de universele paniek, zich geweldige opstanden zullen voordoen. In één zin kondigt hij de krankzinnigheid van het menselijke egoïsme en de regering van "het ik" aan, symptomen van de laatste tijd. Maar hij antwoordt helaas niet op de categorische vraag van zijn apostelen: "Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn?" Handig ontwijkt hij, met een beroep te doen op gemeenplaatsen van de traditie en enkele banale algemeenheden:
15 Jullie zullen in deze heilige plaats de zogenaamde verschrikking van de verwoesting zien staan, waarover de profeet Daniël heeft gesproken. - Lezer, probeer het te begrijpen. - 16 Laten de bewoners van Judea dan de bergen invluchten. 17 Wie op het dak van zijn huis is, moet niet naar beneden gaan om zijn huisraad mee te nemen, 18 en wie zich op het land bevindt, moet niet naar huis terugkeren om zijn mantel te gaan halen. 19 Ongelukkig de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of die een kind aan de borst hebben. 20 Bid dat je niet hoeft te vluchten in de winter of op een sabbat. 21 Want de ellende zal zo groot zijn als de wereld nog nooit heeft meegemaakt, van het begin af tot nu toe. En zo'n grote ellende zal ook nooit meer voorkomen. 22 Als God de duur ervan niet zou verkorten, zou geen sterveling het overleven. Maar ter wille van de uitverkorenen zal God de duur ervan verkorten. 23 Geloof het niet, als iemand dan tegen jullie zegt: Kijk, hier is de Christus, of: Daar is hij. 24 Want er zullen valse Christussen komen en valse profeten, en ze zullen grote tekenen en wonderen doen om, indien mogelijk, zelfs de uitverkorenen op een dwaalspoor te brengen. 25 Ik heb het jullie allemaal van tevoren gezegd. 26 Als ze dus tegen jullie zeggen: Kijk, hij is in de woestijn, ga er dan niet heen; of als ze tegen jullie zeggen: Kijk, daar houdt hij zich verborgen, geloof het dan niet. 27 Want de komst van de Mensenzoon zal zijn als de bliksem die oplicht in het oosten en straalt tot in het westen. 28 Overal waar een dood dier ligt, verzamelen zich de gieren. 29 Vlak na de ellende van die dagen zal de zon verduisteren, de maan zal niet langer schijnen, de sterren zullen van de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen. 30 Dan zal het teken van de Mensenzoon aan de hemel verschijnen. Alle volken op aarde zullen treuren en ze zullen de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemel met grote macht en majesteit. 31 Onder luid trompetgeschal zal hij zijn engelen eropuit sturen en zij zullen zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het ene einde van de aarde tot het andere. 32 Leer van de vijgenboom deze les. Wanneer zijn takken zacht worden en de blaadjes uitkomen, weet je dat de zomer dichtbij is. 33 Zo weet je ook dat het einde voor de deur staat, wanneer je dat allemaal ziet gebeuren. 34 Ik verzeker jullie: de mensen van deze tijd zullen dit alles nog beleven. 35 Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden blijven.' 36 'Maar wanneer die dag of dat uur zal komen, weet niemand; de engelen in de hemel niet en ook de Zoon niet, alleen de Vader weet het. 37 En zoals het ging in de tijd van Noach, zo zal het ook gaan wanneer de Mensenzoon komt. 38 Want in de tijd vóór de grote vloed gingen de mensen rustig door met eten en drinken en trouwen tot de dag dat Noach aan boord ging van de ark, 39 en zij begrepen niet wat er aan de hand was, totdat de grote vloed losbrak die iedereen wegspoelde. Zo zal het ook gaan bij de komst van de Mensenzoon. 40 Twee mannen zullen op het land werken: de ene wordt meegenomen, de andere achtergelaten; 41 twee vrouwen zullen met de molensteen aan het malen zijn: de ene wordt meegenomen, de andere achtergelaten. 42 Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt. (Mattëus 24 - 15:42)
Vergeleken met het esoterische onderricht, en ondanks veelvuldige leemtes, kan deze profetie als zodanig aanvaard worden. De samenstelling van prefiguraties is in overeenstemming met het schema van de goddelijke Manifestatie. De valse profeet tekent hier zijn eigen veroordeling. Volgens zijn eigen bekentenis, weet hij niets van de Wet van de tijden. Beter: hij ontkent openlijk het bestaan van deze wet. Maar op deze onbezonnen ontkenning ent zich een buitensporige zekerheid:
34 Ik verzeker jullie: de mensen van deze tijd zullen dit alles nog beleven. (Mattëus 24 - 34)
Het is dit keer geen symbolische uitdrukking meer. Bestaat er een aanpasbare figuurlijke betekenis aan deze woorden? Hoe hun iets anders laten zeggen dan dat wat er staat? Deze verklaring van de Messias bevestigt het specifieke principe van zijn apostolaat. Zij herhaalt onder een nauwkeurigere vorm, de verwittiging aan de menigten uitgeroepen:
15 Hij zei: 'De tijd is rijp, het koninkrijk van God is dichtbij. Begin een nieuw leven en geloof de goede boodschap. (Marcus 1 - 15)
En het evangelie van Marcus bevestigt het evangelie van Mattëus:
30 Ik zeg jullie: de mensen van deze generatie zullen dit alles nog beleven. (Marcus 13 - 30)
Lucas brengt eveneens de profetie van het einde van de tijden; maar men onderstreept er enkele aanvullende varianten:
11 Er zullen zware aardbevingen zijn, epidemieën en hongersnoden, dan hier en dan daar; en ook aan de hemel zullen verschrikkelijke dingen en grote wondertekenen gebeuren. 12 Maar voordat dit allemaal gebeurt, zullen ze jullie afranselen en vervolgen, je uitleveren aan synagogen en gevangenissen. Ze zullen jullie voor koningen en bestuurders leiden om mijn naam; 13 dan komt het moment dat je van mij zult getuigen. 14 Maar, en vergeet dat nooit, maak je vooraf geen zorgen hoe je je moet verdedigen. 15 Want ik zal jullie de woorden in de mond geven, woorden van wijsheid die geen van je tegenstanders kan aanvallen of tegenspreken. 16 Zelfs je ouders, broers, familie en vrienden zullen je verraden. Sommigen van jullie zal men doden. 17 Iedereen zal jullie haten, vanwege mijn naam. 18 Maar er zal geen haar van je hoofd verloren gaan. 19 Door vol te houden zul je je leven redden. 20 Als je ziet dat Jeruzalem door legers wordt ingesloten, weet dan dat de verwoesting niet ver is. 21 Laten de mensen in Judea dan de bergen invluchten; wie in de stad zijn, moeten deze snel verlaten en wie buiten op het land zijn, moeten de stad niet meer binnengaan. 22 Want in deze dagen voltrekt God zijn straf en gaat alles wat er geschreven staat, in vervulling. 23 Wee de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben. Groot zal de nood in het land zijn en groot Gods woede voor dit volk. 24 Ze zullen vallen onder het scherpe zwaard, als gevangenen weggevoerd worden, overal heen, naar landen van ongelovige volken en ongelovige volken zullen Jeruzalem vertrappen. Totdat ook hun tijd is gekomen. 25 Met zon, maan en sterren zullen wonderlijke dingen gebeuren, en op aarde zullen de volken zich geen raad weten van angst bij het bulderen van de zee met zijn opgezweepte golven. 26 De mensen zullen sterven van angst voor wat er over de wereld komt, want de hemelse machten zullen wankelen. 27 En dan zullen ze de Mensenzoon zien komen op een wolk met grote macht en majesteit. 28 Wanneer deze dingen gaan gebeuren, richt je dan op, hef je hoofd op, want je bevrijding is dichtbij.' (Lucas 21 - 11:28)
En de ongelooflijke zin verschijnt terug, identiek, die de aanhaling van Mattëus en de aanhaling van Marcus versterkt:
32 Ik zeg jullie: deze generatie zal niet verdwijnen, voordat dit alles is gebeurd. 33 Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden blijven. (Lucas 21 - 32)
Beslissende onhandigheid, die het tragische lot van Jezus voorafgaat. Van deze enkele woorden zal effectief de beschuldiging voortvloeien welke geen enkel pleidooi zou kunnen weerleggen. Hoe vaag ook de chronologische benadering van de oproerige is, plaatst zij de profetie in een betrekkelijk nabije toekomst. Eerste bewijs van onwetendheid, waarbij zich deze verklaring komt voegen:
36 'Maar wanneer die dag of dat uur zal komen, weet niemand; de engelen in de hemel niet en ook de Zoon niet, alleen de Vader weet het. (Mattëus 24 - 36)
De Messias overlevert zich aldus aan zijn tegenstrevers. Door deze onthullende woorden wordt het drama kortom op gang gebracht. Want Jezus heeft zojuist zijn volledige onwetendheid van het geheim van de traditie bewezen. En vermits de voorspellingen van de meester geen andere getuigen hebben dan de apostelen, hebben wij hier de logische verklaring van "het verraad" van Judas Iscarioth. Judas Iscarioth, verafschuwde apostel op wie sinds tweeduizend jaar de christelijke vervloeking weegt, was niet de hebzuchtige persoon die het evangelie ons afschildert. Rond zijn naam is een gratuite lasterlijke fabel geweven, welke gedurende negentien eeuwen gewillig aanvaard is door de christelijke wereld. Ook vandaag nog, moet elk "goed denkend" mens het overwegen de dertiende apostel als een verader te beschouwen, een ellendeling die voor dertig zilverlingen een onschuldige aan zijn tegenstrevers heeft uitgeleverd. In tegenstelling van deze legende voorgesteld door het katholicisme, erkent het antichristelijke esoterisme in Judas Iscarioth een discipel scherpzinniger dan de anderen, en waaraan de profetische preek de leugen van de Messias plotseling onthulde. Zijn verraad, als er verraad is, ontstaat dus niet door een gevoel van hebzucht. Handelend zoals hij het deed, volgde de dertiende apostel slechts de joodse wet, vermits er geschreven staat betreffende elke valse profeet:
8 Hij of zij wil je een van de vele goden aanpraten die op aarde voorkomen, goden van naburige volken of uit verre landen. 9 Ga er niet op in, luister niet naar zo iemand! Sterker nog, ken geen genade, houd hem de hand niet boven het hoofd, stop de zaak niet in de doofpot. (Deuteronomium 13 - 8:9)
Deze verordening steunt een erg verschillend standpunt van de christelijke versie en die de Bijbel stilzwijgend schijnt toe te staan. Door zich ertoe te beperken om ons te verklaren dat de interventie van Judas de discrete arrestatie van de Messias vergemakkelijkte, vergeet het evangelie ons bekend te maken met de wettelijke rechtvaardiging van deze arrestatie. Maar zonder deze wettelijke rechtvaardiging is de plotselinge beslissing welke door de sacerdotale autoriteit wordt genomen, onverklaarbaar. Als men abstractie maakt van de profetie relatief aan het einde van de wereld, is er geen reden voor arrestatie die niet vroeger aangevoerd had kunnen worden. Jezus, heeft geen enkele laakbare handeling uitgevoerd. De enige onbezonnen woorden overtreden de principes van de traditie. Het is dus wel in zijn laatste predikatie dat men het bezwaar moet zoeken waarvan de tegenstrevers zich zullen bedienen. En daar het evangelie stom in dit verband blijft, is het niet ongeoorloofd om te veronderstellen dat de betichting die tegen de Galileeër is weerhouden, was gebaseerd op de openbaringen van Judas. Dat de dertiende apostel door hebzucht heeft gehandeld, door toe te geven aan de verlokking van een premie van dertig zilverlingen; dit is nauwelijks geloofwaardig. Men luistert niet naar zulke lage instincten wanneer men vrij een leven van privatie en van apostolaat heeft aanvaard. Tot op het ogenblik waar hij de Messias verstootte, deelde Judas niet het armoedige bestaan van de discipelen? Men verzwijgt te gemakkelijk het toegewezen afstand doen, deze bewezen belangeloosheid, deze toewijding aan de zaak van deze zogenaamde Messias? Hoe verenigt men deze voorgeschiedenis met het verachtelijke gedrag van deze discipel die men een rol van lage verklikker toekent? Waarom werd Judas pas Judas onmiddellijk na de profetische preek? Wel beschouwd is het standpunt dat in het jaar 154 de sekte van de Ophiten voorstelde minder gezocht en rationeler. Zij presenteert de dertiende apostel als een adept van een exemplarische moraal en die de vreemde woorden van de meester plotseling hebben verlicht. Door de duidelijkheid van het bedrog maakte het vertrouwen van Judas plotseling plaats voor de verontwaardiging van een integer geweten. Allereerst besluiteloos, heeft hij een afkeer om diegene te verklikken aan wie hij zijn vertrouwen had toegekend. Maar een gewetensbezwaar kwelt hem, want door te zwijgen toont hij zich medeplichtige van een aanstichter tot ketterij. En daarom tenslotte, na lang geaarzel, hij aan de Sadduceeërs zijn overtuiging onthult en zijn vrees: "Deze man heeft mij bedrogen! Dit is slechts een valse profeet! Hij verzekert dat het geheim van de Wet van de tijden niet aan de mensen toebehoort! De dwaling die hij zal verspreiden, overschrijdt deze welke Israël tot vandaag heeft gekend. Morgen, zal het principe zelf van onze traditie in twijfel getrokken worden! Men moet handelen..."
En het drama begint... Maar dit drama zal niet zijn wat nu beweerd wordt dat het was. Een onpartijdige beoordelaar ziet er wel iets anders in dan een manifestatie van haat. Kajafas, door Jezus te veroordelen, paste letterlijk een statuut toe waarvan de wettigheid zich niet bespreekt. Dat de promotors van de Joodse theocratie op zulke beschikkingen een beroep doen om de stabiliteit van hun leer te waarborgen kan verontwaardiging wekken, maar heeft hier weinig belang. De vraag is of het oordeel van het Sanhedrin in overeenstemming of niet met deze beschikkingen was. Jezus was een valse profeet, een schaamteloze misleider. Zelfs de strengste logicus, zal toegeven, zonder echter de gebruiken goed te keuren van het tijdperk, voor de strikte toepassing van een wet waarvan het nutteloos zou zijn om er nu de rechtvaardiging van te betwisten. De onverzoenlijkheid van het vonnis van de rechtbank die door Kajafas wordt voorgezeten, verontschuldigd helemaal niet de Messias, daar laatstgenoemde zelfbewust het vonnis tegen zich veroorzaakt heeft. Het volstaat, om zich te overtuigen, van het verslag van het proces te lezen, zonder zich door de schilderingen van de evangelisten te laten ontroeren. De Inquisitie ook heeft nooit blijk gegeven van sentimentalisme; en de tedere zielen kunnen zich hier duizenden slachtoffers herinneren die de Zeer Heilige Kerk op brandstapels, liet omkomen in naam van een leer van vergeving en liefdadigheid. De vermelding van deze ongewroken martelaren zal ons stimuleren om beter het eindoordeel te aanvaarden. Aangehouden in de tuin van Gethsémané, heeft Jezus een voorgevoel dat het spel wordt verloren. Zijn triomfale inkomst in Jeruzalem, als de dag van de Palmen, zal slechts een overwinning zonder gevolg zijn. Voorgebracht voor een rechtbank waar zijn kwaadste tegenstrevers zijn verenigd - Sadduceeërs en dokters van de Wet -, blijft hij echter waardig, onbewogen, geringschattend.
19 De hogepriester stelde Jezus vragen over zijn volgelingen en over zijn leer. 20 'Ik heb in het openbaar en tot iedereen gesproken,' antwoordde Jezus. 'Ik heb steeds onderricht gegeven in een synagoge of in de tempel, waar alle Joden bij elkaar komen. Ik heb nooit iets in het geheim gezegd. 21 Waarom ondervraagt u mij dan? Vraag de mensen die mij gehoord hebben, wat ik hun verteld heb. Zij weten wat ik heb gezegd.' (Johannes 18 - 19:21)
Hij zwijgt dus over de vertrouwelijke profetische preek aan zijn apostelen. Maar Kajafas weerhoudt echter niet het getuigenis van Judas Iscarioth. De geheimen van de traditie kunnen moeilijk besproken worden in het openbaar. Verlangend om het kort te maken, richt de hogepriester aan Jezus deze onverwachte aanmaning:
63 Maar Jezus zweeg. 'Ik bezweer u bij de levende God,' hernam de hogepriester, 'zeg ons, bent u de Christus, de Zoon van God?' (Mattëus 26 - 63)
Van zijn stuk gebracht, blijft Jezus een ogenblik besluiteloos. Maar het is te laat om achteruit te gaan:
64 'U hebt het zelf gezegd,' antwoordde Jezus.' (Mattëus 26 - 64)
Vervolgens voegt hij toe, proberend om op zijn rechters indruk te maken:
Maar ik verzeker u: van nu af zult u de Mensenzoon zien zitten aan de rechterzijde van de almachtige God en u zult hem zien komen op de wolken van de hemel.' (Mattëus 26 - 64)
Historici hebben nooit de reikwijdte gemeten van deze woorden. De verkeerde overtuiging van de pseudo-Christus is nochtans ondubbelzinnig, door een metafoor de fameuze bewering vernieuwend die in de predikatie van de universele ramp wordt vermeld:
32 Ik zeg jullie: deze generatie zal niet verdwijnen, voordat dit alles is gebeurd. (Lucas 21 - 32)
Uitgesproken voor de opperste rechtbank van een theocratische natie, roepen dergelijke woorden onvermijdelijk de strengste sanctie, want men raadt er al de strijdende ketterij in. De gezagsondermijnende theorieën van een zogenaamde Messias verdienen geen enkele genade. Met een voorsprong van twintig eeuwen op de termijn van de chronologie van Mozes-Esdras, en overtuigd van meer te weten dan het priesterschap, werpt Jezus zich op als een oproerling. Elke toegeeflijkheid aan hem zou in de richting van een zwakte of een overgave geïnterpreteerd worden en zou de oorzaak dienen om tegen te vechten. De reactie van Kajafas zal dus zijn zoals ze moet zijn. Maar de hogepriester verwijst niettemin naar zijn assessoren, en zich naar hen richtend, vat de oorzaak door deze conclusie kort samen:
65 Daarop scheurde de hogepriester zijn gewaad en riep uit: 'Dit is godslastering! Waarvoor hebben we nog getuigen nodig? U hebt nu zelf gehoord hoe hij God lastert.
(Mattëus 26 - 65)
En het vonnis valt, unaniem:
66 Wat is uw oordeel? 'Hij is schuldig en verdient de doodstraf,' antwoordden zij.
(Mattëus 26 - 66)
Aldus komt, in de gedachte van de verdedigers van het Judaïsme, deze afwijzing tot uiting waarvan de gegrondheid sinds twintig eeuwen bewaarheid wordt:
"Christus, gij hebt gelogen..."
Het is aan deze ongepaste profetie dat de apostelen hun moraal en hun vertrouwen zullen ondergeschikt maken. De nadering van het einde van de wereld zal het eerste geïmproviseerde credo worden. De Christelijke ethiek, zoals zij tegenwoordig voorgesteld wordt, zal pas heel veel later verschijnen, wanneer de kerk zijn eerste doctrine zal wijzigen, en slechts een moraalgodsdienst zal worden.
Maar het Nieuwe Testament blijft het ideale document, waarin wij de belofte van de nabije verlossing en de aankondiging van het Rijk Gods, tijdperk van rechtvaardigheid, van vrede en wedergeboorte kunnen lezen. Officieel christelijk document, dat zowel door het Vaticaan, de Orthodoxe kerk en de Protestantse kerk, wordt erkend. Verklaart het Nieuwe Testament ons niet dat de apostelen, die in de theorie van Jezus geloofden, in de vrees van het universele cataclysme leefden, met de hoop van er aan te ontsnappen en om het voordeel van hun wachten vervolgens te ontvangen? Als het katholicisme de apostolische geschriften heeft moeten laten liegen om er een schijn van rechtvaardiging voor zijn dogma's in te ontdekken, voldoet het, om zijn bedrog te laten blijken, om gewoonweg, zonder de inhoud of de vorm ervan te wijzigen, enkele teksten aan te halen.
De epistels zijn in feite van een weinig aanlokkelijke inhoud. Ik betwijfel dat een profaan ooit de moed heeft gehad en het geduld om ze nauwgezet te bestuderen. Hun stijl schittert noch door beknoptheid, noch door duidelijkheid. Zij vormen over het algemeen een geheel van commentaren, van voorspellingen, verwittigingen en van voorschriften, afgewisselde mengeling waar op elk moment vertrouwelijke mededelingen zonder belang plotseling verschijnen. Maar er zijn echter enkele epistels waarvan bepaalde passages een directe zinspeling zijn op het naderen van het universele cataclysme dat door de meester wordt aangekondigd. Het is daar dat het oorspronkelijke christendom zich in zijn meest zuivere vorm, ontdaan van elke verandering openbaart. Het geloof schreeuwt er op elke bladzijde zijn vertrouwen. Het zolang verwachte heil is er het onderwerp van duizend en een advies, herhaalde aansporingen, van broederlijke aanbevelingen. En ziehier wat de apostel Petrus schrijft, die tegelijkertijd zeer vriendelijk, de taak van de profeten van Israël bepaalt:
10 Aan deze redding hebben de profeten veel onderzoek en studie gewijd. Ze voorspelden dat deze genade u te beurt zou vallen. 11 Want de Geest van Christus, die in hen werkte, legde van tevoren in hen getuigenis af over het lijden van Christus en de verheerlijking die daarop zou volgen. Ze onderzochten wanneer en in welke omstandigheden dat zou gebeuren. 12 En het werd hun geopenbaard dat deze boodschap niet voor henzelf was bestemd maar voor u. Nu is de heilige Geest uit de hemel gezonden, en uit zijn kracht hebben de verkondigers van het grote nieuws u geheimen bekendgemaakt waar zelfs de engelen graag in zouden doordringen. (1 Petrus 1 - 10:12)
Grote tegenstrijdigheid met de woorden van Jezus!
36 'Maar wanneer die dag of dat uur zal komen, weet niemand; de engelen in de hemel niet en ook de Zoon niet, alleen de Vader weet het. (Mattëus 24 - 36)
En Petrus, zijn eerste apostel, stelt hier een paradoxale loochening door te bekennen dat de profeten zich hebben toegespitst om het tijdperk en de omstandigheden van het heil van Israël, te bepalen. Maar als bepaalde mindere ingewijden de oplossing van dit probleem hebben gezocht, is het hierbij bewezen dat slechts voor enkele bevoorrechten deze oplossing bestond. Maar men moet misschien tussen "tijdperk" en "dag" een onderscheidt maken. Jezus, immers, heeft de chronologische vergelijking met drie onbekenden, van de overgangen niet kunnen oplossen. Hij heeft slechts bij benadering de realisatie van zijn predikatie aan zijn discipelen
34 Ik verzeker jullie: de mensen van deze tijd zullen dit alles nog beleven. (Mattëus 24 - 34)
En daarom wachten die van zijn generatie in angst doch met een zweem van optimisme op de komst van het fatale uur. Verdwaasd door hun geloof, hebben zij vertrouwen in diegene die hun heeft geschreven:
12 En het werd hun geopenbaard dat deze boodschap niet voor henzelf was bestemd maar voor u. Nu is de heilige Geest uit de hemel gezonden, en uit zijn kracht hebben de verkondigers van het grote nieuws u geheimen bekendgemaakt waar zelfs de engelen graag in zouden doordringen. (1 Petrus 1 - 12)
Petrus verzekert hier dat zijn eigen tijdgenoten van de verwezenlijking van alle profetieën, met inbegrip van die van de Messias getuige zullen zijn. Enkel de tijdgenoten van dat tijdperk zullen de erfgenamen van God, de uitverkorenen van Jehova, de begunstigden van de aardevernieuwing waarvan de geredden van de goddelijke woede ten volle zullen genieten. Deze verklaring bevindt zich trouwens aan het begin van hetzelfde epistel weer:
4 Nu wacht u in de hemel een erfenis die onvergankelijk en onaantastbaar is, en die zijn waarde nooit verliest. 5 Want God heeft u onder zijn machtige bescherming genomen. Hij wil u langs de weg van het geloof brengen naar het heil, dat klaar ligt om aan het einde van de tijd te worden geopenbaard. (1 Petrus 1 - 4:5)
Geen enkele symboliek in deze woorden, geen enkel beeld, geen enkele metafoor, geen enkele allegorie. Het gaat wel degelijk over de "Aarde vernieuwing", van de "Terugkeer van het Gouden Tijdperk", van de "Opstanding van de Zon van Osiris". Indien sommigen nog twijfelen, deze vijf verzen van het tweede epistel zullen hen misschien overtuigen:
10 Maar de dag van de Heer zal komen, als een dief. Dan zullen de hemelruimten met een dof gedreun vergaan en de elementen vlam vatten en verdwijnen, en de aarde met al haar werken zal zich voor God moeten verantwoorden. 11 Als dat allemaal zo verdwijnt, hoe heilig en vroom moet u dan niet leven! 12 Zie gespannen uit naar de dag van de Heer en bespoedig zijn komst - die dag waarop de hemelruimten in vlammen zullen opgaan en de elementen wegsmelten door de hitte. 13 Maar hij heeft ons een nieuwe hemel en een nieuwe aarde beloofd, waar gerechtigheid zal heersen, en daar zien we verlangend naar uit. 14 In afwachting daarvan moet u, vrienden, uw best doen, om in Gods ogen vlekkeloos en onberispelijk te zijn en in vrede met hem leven. (2 Petrus 3 - 10:14)
De apostel Jacobus is nog meer formeel:
7 Blijf geduldig wachten, broeders en zusters, tot de Heer komt. Een boer die uitziet naar de waardevolle opbrengst van zijn land, wacht geduldig de regens van najaar en voorjaar af. 8 Ook u moet geduldig afwachten. Houd moed, want de komst van de Heer is niet ver meer. 9 Broeders en zusters, maak elkaar geen verwijten, als u niet zelf veroordeeld wil worden: de rechter staat al voor de deur! (Jakobus 5 - 7:9)
Hoe verzette de Joodse kritiek zich tegen deze dwaasheid, tegen de predikanten van deze leer welke verwarring in de middens van een volk bracht dat door zoveel profeten was gewaarschuwd? Nooit zullen wij het weten. Nooit zal het verleden ons het raadsel van deze aansluiting omheen een handvol predikanten leveren waarvan de oprechtheid onbetwistbaar schijnt te zijn. Is het echt mogelijk dat de gesluierde beweringen van de Messias, geboorte hebben kunnen geven aan een dergelijk fanatisme, een psychose creëren van een dergelijke omvang, om de volgelingen van de valse Messias op dit punt te overtuigen?
"Evangelie" komt van het Grieks eu (goed) en aggelein (aankondigen)? Evangelie zou dus "goed aankondigen", zonder meer betekenen, en zou daarom synoniem van "correcte voorspelling" worden. Waarom verder zoeken? Waarom absoluut van het evangelie iets anders willen maken dan wat het is?
De valse Messias heeft zich voorzichtig terughoudend gehouden, waaraan zijn eigen onwetendheid hem toe verplichte. Hij is gestorven zonder een bladzijde, een lijn, een woord, en zonder een concrete datum vermeld te hebben, zelfs onder dekking van een symbool, geschreven te hebben. Zijn filosofisch testament telt slechts twee arme verzen:
25 Ik heb jullie dit gezegd, nu ik nog bij jullie ben. 26 Maar de heilige Geest die de Vader in mijn naam zal zenden, die zal jullie bijstaan; hij zal je alles leren en je alles weer in herinnering brengen wat ik je heb verteld. (Johannes 14 - 25:26)
De discipelen zijn dus overgeleverd aan de hen eigen verbeeldingskracht, hun voorgevoel of hun inspiratie. Na de dood van de Messias, zullen zij aan de troebelste bronnen putten, enkele grondbeginselen uit het esoterisme, enkele fragmenten van de Kabbala, en zich met dit magere kapitaal een inwijding samenstellen naar hun vermogen. De realiteit van hun leer is, er geen enkele te hebben, alleen maar een geloof. Zij wachten op de ramp, de titanesque ramp, de enorme ingrijpende verandering waaraan moet opvolgen de heropleving van de wereld, de veranderingen, de vormveranderingen van de wezens en de dingen, het paradijselijke tijdperk en zijn pracht. In hun geest verwart zich alles, tegenstrijdigheden die geboorte geven, aan gewoonweg misdadige hervormingen. Jezus, die hun bij leven gezegd had dat "de tijd vervuld was", besluiten de apostelen ervan op een dag dat "de tijd verlopen" is. Bijgevolg schaffen zij, als vervallen, de Mozaïsche wet af waarvan het naleven echter, twintig eeuwen later maar moet eindigen. Zij bewijzen aldus niets van de heilige getallen, de kringloop van de beproevingen, de verandering van de soorten, de seksuele mutaties, de cataclysmen van aarde, water, lucht en van vuur, af te weten. Wars van elke chronologie, verstoten zij de judaïsches riten, de plechtigheden, de voorschriften. Hun ordewoord is hun hoop op de verwezenlijking van de belofte welke de zogenaamde "Verlosser" hun heeft gedaan.
Dit is nog geen godsdienst. Overtuigd van de wetenschap van hun Messias willen zij eveneens anderen overtuigen, en beginnen met de eenvoudige, de bedeesde, de angstige. Zij preken, profeteren, gebruiken overtuiging, trekken ontevreden en onvoldane aan, terroriseren de besluiteloze door de dreiging van het Oordeel van God. Deze regeling van intensieve propaganda vergroot het ledenbestand. Dank zij een eveneens gemakkelijk gebruik van het egoïsme, komen de twijfelaars er ook toe van zich tot hen te bekeren. En het groeit als een olievlek, die zich onder het volk ontwikkelt, wat de vrees van de sacerdotale macht bevestigt. Maar de twijfel blijft niet uit. Verbaasd over de lange termijn die Jehova nodig schijnt te hebben alvorens de verplichtingen te willen nakomen die in zijn naam door zijn zogenaamde zoon waren beloofd, worden sommigen ongeduldig, komen vervolgens in opstand, toegevend aan de vrees van zich belachelijk te maken. En het is door deze eerste afvalligheid dat de apostel Petrus, bewust van het gevaar, aan alle leden van de christelijke sekte dit verzoek tot rust en het vertrouwen richt:
3 Vergeet vooral dit niet: aan het eind van de tijd zullen er mensen komen die hun hartstochten de vrije loop laten, 4 en u spottend vragen: Hij heeft toch beloofd te komen? Waar blijft hij nu? Onze ouders zijn al gestorven, maar alles blijft zoals het van het begin van de schepping is geweest. 5 Ze gaan bewust voorbij aan het feit dat er langgeleden al eens een hemel geweest is, en een aarde, die door het woord van God ontstaan was uit en door water. 6 Eveneens door water is de eerste wereld overstroomd en ten onder gegaan. 7 Maar de tegenwoordige hemel en aarde worden, ook door het woord van God, in stand gehouden, maar nu om aan het vuur prijsgegeven te worden op de dag van het oordeel, als de goddelozen ten onder gaan. 8 Verlies één ding niet uit het oog, vrienden: voor de Heer is een dag als duizend jaar en duizend jaar als een dag. 9 De Heer stelt wat hij heeft beloofd, niet uit, zoals sommigen denken. Hij heeft alleen maar geduld met u. Hij wil niet dat er ook maar iemand verloren gaat, maar dat allen tot inkeer komen. (?)
15 Bedenk dat het geduld dat de Heer met ons heeft, onze redding is. Gebruik makend van het inzicht dat hem gegeven is, heeft ook onze geliefde broeder Paulus u in die trant geschreven. 16 Trouwens, zo doet hij in al zijn brieven waarin hij over dit onderwerp spreekt. Zijn brieven bevatten een aantal moeilijke dingen. Mensen die niet onderlegd zijn en onstandvastig zijn, geven er tot hun eigen ondergang een verkeerde uitleg aan. Hetzelfde doen ze trouwens met de andere boeken van de Schrift.
(2 Petrus 3 - 3:9; 15:16)
Men onderscheidt al in deze brief gebrek aan samenhang en verwarring. De ondertekenaar van deze brief laat er zijn onmacht in doorschemeren om door een gezonde bewijsvoering de dogma's te verdedigen die hij onderwijst. Verplicht om de bezwaren het hoofd te bieden, talmt hij, gebruikt diplomatie en handigheid, en twijfelt niet om beroep te doen op uitwegen als redmiddel. Hem gelovend, stelt Jehova de vervulling van zijn belofte uit opdat iedereen de tijd heeft om zich aan de winketten van het christendom aan te bieden en zo op de lijst van de kandidaten van het Heil van Israël in te schrijven. Maar dit spel van kat en muis wordt wel verschillend geïnterpreteerd; wat oneindige goedheid volgens de apostelen is wordt groteske wreedheid volgens enkele nieuw bekeerden, die minder toegevend zijn; en Petrus, niet bij machte de twijfel die beetje bij beetje zich onder bepaalde groepen ontwikkelt, stelt zich tevreden om de koppigste tegenstribbelaars naar de geschriften van Paulus te verwijzen. Vreemde figuur deze apostel Paulus. Van vervolger van de volgelingen van de Messias, komt deze Romeinse burger die in Azië is terechtgekomen, plotseling in het tegengestelde kamp terecht en word een ijverige propagandist van de christelijke onzinnigheden. Guller dan zijn collega's in Jezus-Christus laat hij ons dertien epistels, tegen drie van Johannes, twee van Petrus, een van Jakobus en een van Judas, na. Geschreven tussen het jaar 52 en het jaar 63.
Hoewel de prediking van Paulus vrij nauw aansluit met het credo van de andere discipelen, is deze apostel omzichtiger. Hij onderwerpt de objectiviteit van zijn geloof aan het besluit van een latere verificatie op de gebeurtenissen. Hij laat aan de toekomst de zorg om het christelijke standpunt te bewijzen of te vernietigen; en het is dit dat hij wil doen begrijpen aan alle tegensprekers:
1 U moet ons dus zien als helpers van Christus, belast met het beheer over Gods geheimen. 2 Nu wordt van een beheerder natuurlijk geëist dat hij betrouwbaar is. 3 Maar mij maakt het niet veel uit, hoe u of een andere menselijke instantie mij beoordeelt. Ik oordeel niet eens over mijzelf. 4 Wel ben ik me van geen kwaad bewust, maar dat bewijst niet dat ik onschuldig ben. Het is de Heer die over mij oordeelt. 5 Oordeel dus niet voorbarig, wacht tot de Heer komt. Hij zal wat in het duister verborgen is, aan het licht brengen en wat er in de harten van de mensen omgaat, openbaar maken. En dan zal iedereen van God de lof krijgen die hem toekomt. (1 Korintiërs 4 - 1:5)
Wanneer zal het Oordeel van God komen? Paulus zegt het niet. Hij vermijdt integendeel elke toelichting over dit delicate onderwerp en omtrekt de klip door van de profetie van Jezus een volkomen abstract beeld te lenen:
1 Broeders en zusters, ik hoef u niet te schrijven over het precieze tijdstip waarop de dag van de Heer zal komen. 2 U weet zelf maar al te goed dat die dag komt als een dief in de nacht. 3 Wanneer de mensen zeggen: 'Alles is rustig en veilig,' juist dan overvalt hun plotseling de ondergang, zoals de weeën een zwangere vrouw, en is er voor hen geen ontkomen meer aan. 4 Maar u, broeders en zusters, leeft niet in het donker, zodat die dag u zou overvallen als een dief. 5 Want u behoort allen tot het licht van de dag. We hebben niets van doen met het duister van de nacht. (1 Tessalonicenzen 5 - 1:5)
In het volgende epistel, wijst Paulus echter opvallend naar de voortekenen die voor de apostelen het begin van het einde zullen zijn. Hier verschijnt de idee van de Antichrist, uitgetrokken uit de predikatie van de Messias en voorafgegaan van een korte inleiding:
1 Broeders en zusters, in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus en onze hereniging met hem, vragen we u: 2 verlies niet zo snel uw bezinning en raak niet meteen in opwinding als men op grond van een profetie, een bepaalde uitspraak of een brief die van ons afkomstig zou zijn, beweert dat de dag van de Heer is gekomen.
(2 Tessalonicenzen 2 - 1:2)
Wil hij hiermede zeggen dat het einde van de tijd naar een latere datum werd uitgesteld? Na een dergelijke discussie zou men geneigd zijn om het te veronderstellen. De laatste zin van deze inleiding schijnt immers een radicaal meningsverschil tussen Petrus en Paulus aan te kondigen. Helaas is hier niets van. Het vervolg van het epistel komt wijs naar het apostolische standpunt terug, door het aan te vullen met een waarschuwing waar men zonder probleem de symboliek van de profeet Daniël in erkent:
3 Laat u door niemand iets wijs maken. Want eerst moet de grote afvalligheid plaatsvinden en moet de mens verschijnen die de wetteloosheid in persoon is en die tot de ondergang is gedoemd. 4 Hij verzet zich tegen alles wat god heet of vereerd wordt. Hij stelt zich er zelfs boven door plaats te nemen in de tempel van God en zich tot God uit te roepen. 5 Herinnert u zich niet dat ik u dit vertelde toen ik nog bij u was? 6 U weet dus al wat hem tegenhoudt. Hij zal zich pas vertonen als het zijn tijd is. 7 De wetteloosheid is in het geheim al aan het werk; het wachten is alleen op de verdwijning van de kracht die de Wetteloze nog tegenhoudt. 8 Op dat moment zal de Wetteloze zelf tevoorschijn komen, maar als de Heer Jezus komt, zal die hem doden met de adem uit zijn mond en hem vernietigen door zijn verschijning. 9 In de komst van de Wetteloze is de kracht van Satan zichtbaar : zijn verschijning zal vergezeld gaan van allerlei machtsvertoon, bedrieglijke tekens en wonderen, 10 en van allerlei misdadig bedrog. Zij die verloren gaan, worden erdoor misleid, want zij hebben zich niet opengesteld voor de liefde tot de waarheid, wat hen had kunnen redden. 11 Daarom slaat God hen met verblinding, zodat zij geloof hechten aan de leugen. 12 Zo zullen allen worden veroordeeld die niet geloofd hebben in de waarheid maar gekozen hebben voor het onrecht. (2 Tessalonicenzen 2 - 3:12)
Onzin, die van God een gemeen geboefte maakt, zeggen veel over de waarde van het apostolische onderricht. Paulus maakt zich zelfs niet meer zorgen om de elementaire principes van de rechtschapen logica te eerbiedigen. Hij wil overwinnen tegen elke prijs, de oppositie breken, en de geloofwaardigheid van de echte ingewijden vóór zijn. Overtuigd dat de vervulling van de profetie niet lang uit kan blijven, ducht hij de openbare bekendmaking van de hebraïsche geheime leer. De stilte van de tegenstrever maakt indruk op hem. De schrik om plotseling een betwister te zien opzetten uit een sekte of van het priesterschap, en die de echte versie van de Mozaïsche traditie zal afkondigen, doet de apostel alle verzekering en kalmte verliezen. Het vooruitzicht van een loochening van het apostolische standpunt maakt hem agressief. Hij valt aan voor hij aangevallen word. En zijn angst breekt uit in dit typerende vers:
8 Let op, dat niemand u meesleept door holle en misleidende ideeën die steunen op menselijke tradities, op de machten van de wereld, en niet op Christus.
(Kolossenzen 2 - 8)
Paulus herhaalt aldus, onder een andere vorm, de verwittiging die in het tweede epistel van Petrus wordt gegeven, waar er wordt gezegd:
1 Vroeger zijn er onder het volk valse profeten opgetreden; ook onder u zullen er dwaalleraren verschijnen. Ze zullen verderfelijke ketterijen invoeren en hun Meester die hen vrijkocht, loochenen. Daardoor bespoedigen ze hun eigen ondergang. 2 Velen zullen hen volgen in hun bandeloos gedrag en de weg van de waarheid in opspraak brengen. 3 Gedreven door hebzucht, proberen ze u uit te buiten door u verzinsels te vertellen. Maar hun vonnis is allang geveld, hun ondergang zal niet op zich laten wachten.
(2 Petrus 2 - 1:3)
Deze aanhaling, waarvan de laatste zin sinds twee millennia toepasselijk is op het katholicisme. Het is een feit, alle discipelen van de Messias hebben de Wet van Mozes verworpen. Paulus bekent het trouwens in zijn epistel aan de Galaten. De Messias had nochtans verboden dat de Wet van Mozes zou afgeschaft worden. Men moet hem tenminste deze verzachtende omstandigheid toekennen, daar er is geschreven:
17 ‘Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze hun volle betekenis te geven. 18 Ik verzeker u: zolang hemel en aarde bestaan, zal niet één lettertje of streepje uit de wet geschrapt worden totdat alles gebeurd is. 19 Wie dus een van deze geboden afschaft, al is het nog zo klein, en anderen leert hetzelfde te doen, zal de kleinste genoemd worden in het hemelse koninkrijk. Maar wie zich aan de geboden houdt en anderen leert hetzelfde te doen, die zal een grote naam hebben in het hemelse koninkrijk. (Mattëus 5 - 17:19)
Deze uitdrukkelijke bepalingen, in het evangelie van Mattëus vastgelegd, en die het katholicisme niet meer vandaag kan verloochenen, zijn niet onderhevig aan betwisting of discussie. Men zegt niet duidelijker dat de Wet van Mozes geldig blijft tot het laatste stadium van het einde van de tijd, tot de komst van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, tot de universele vormverandering onder de Wet van de Nieuwe Zon.
23 In de tijd die aan het geloof voorafging, zaten wij opgesloten, bewaakt door de wet, in afwachting van het geloof dat nog geopenbaard moest worden. 24 De wet is voor ons dus een oppasser geweest totdat Christus kwam en wij door het geloof zouden worden gerechtvaardigd. 25 Maar nu het geloof is gekomen, hebben we niet langer een oppasser nodig. (Galaten 3 - 23:25)
Twee paragrafen verder voegde hij toe:
10 U houdt vast aan bepaalde dagen en maanden, seizoenen en jaren! 11 Ik ben bang dat al mijn moeite voor u vergeefs is geweest. (Galaten 4 - 10:11)
Maar het is in het epistel aan de Kolossenzen dat Paulus door zijn preken het niet naleven van de voorschriften van de Sinaï voltooit:
14 Hij heeft een streep gehaald door onze schuldbekentenis die met al haar bepalingen in ons nadeel was en tegen ons getuigde. Hij heeft die schuldbekentenis vernietigd door haar aan het kruis te slaan. 15 Hij heeft zich ontdaan van de machten en de krachten, hen in het openbaar te kijk gezet en over hen getriomfeerd aan het kruis. 16 Trek u dus niets aan van kritiek als het gaat om eten en drinken, het vieren van feestdagen, Nieuwe Maan of sabbat. 17 Dergelijke zaken zijn niet meer dan een schaduw van de dingen die moeten komen; de werkelijkheid zelf is Christus. (Kolossenzen 2 - 14:17)
Als door waanzin getroffen, verbiedt hij onderanderen, de verordeningen betreffende de onzuivere voedingsmiddelen en verklaarde ze vervallen:
1 De Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen het geloof zullen opgeven door te luisteren naar dwaalgeesten en naar wat demonen hun leren. 2 Zij worden hiertoe gebracht door de schijnheilige leugentaal van lieden die in hun geweten gebrandmerkt zijn door de zonde. 3 Deze lieden verbieden het huwelijk en het eten van bepaalde dingen. En dat zijn toch zaken die God heeft geschapen en waarvan de gelovigen, die de waarheid hebben leren kennen, met dankbaarheid gebruik mogen maken. 4 Want alles wat God heeft geschapen, is goed. Niets is verwerpelijk als het in dank wordt aanvaard; 5 het wordt immers geheiligd door het woord van God en door gebed. (1 Timotheüs 4 - 1:5)
Aan dit onzinnige gepraat volstaat het, onmiddellijk de Wet van Mozes te stellen, die door Jezus zelf wordt goedgekeurd.
1-2 De Heer droeg Mozes en Aäron op om de Israëlieten de volgende aanwijzingen te geven: ‘Jullie mogen alle dieren eten die op het land leven, 3 als ze maar volledig gespleten hoeven hebben en ook herkauwen. 4-6 Op deze regel vormen de volgende dieren een uitzondering: de kameel, de klipdas en de haas. Je moet ze als onrein beschouwen, want ze herkauwen wel, maar hun hoeven zijn niet volledig gespleten. (Leviticus 11 - 1:5 )
9 Alle waterdieren mogen jullie eten, als ze maar vinnen en schubben hebben. 10 Alles wat in het water leeft, van groot tot klein, dat geen vinnen en schubben heeft, moet je als bijzonder onrein beschouwen. 11 Daarom mogen jullie van deze dieren het vlees niet eten, en wanneer ze dood zijn moet je elke aanraking vermijden; je moet ze als bijzonder onrein beschouwen. (Leviticus 11 - 9:11)
13 Ook onder de vogels zijn er die je als bijzonder onrein moet beschouwen en daarom niet mag eten; het zijn de volgende: de arend, de lammergier en de baardgier, 14 de wouw, de verschillende soorten valken, 15-16 alle soorten raven, de oehoe, de kortooruil en de langooruil, de verschillende soorten sperwers, 17 de steenuil, de aalscholver, de ransuil 18 en de witte uil, de kraai, de visarend, 19 de ooievaar, de verschillende soorten reigers, de hop en de vleermuis. (Leviticus 11 - 13:19)
29 Van de kruipende dieren moet je de volgende als onrein beschouwen: de mol, de muis, de verschillende soorten padden, 30 de gekko, de hagedis, de woestijnhagedis, de varaan en de kameleon. (Leviticus 11 - 29:30)
41 In het algemeen moeten jullie alle dieren die op de grond rondkruipen als bijzonder onrein beschouwen; het is verboden om ze te eten. 42 Het doet er niet toe of ze nu op de buik kruipen of zich op vier of meer poten bewegen, jullie mogen ze niet eten, want ze zijn bijzonder onrein. (Leviticus 11 - 41:42)
Als conclusie:
46 Dit waren de voorschriften omtrent de dieren die op het land leven, de vogels, de waterdieren en de kruipende dieren. 47 Zo kan men weten, welke dieren onrein zijn en welke niet, welke dieren gegeten mogen worden en welke niet. (Leviticus 11 - 46:47)
Deze bijzondere wet wordt door de apostel Paulus afgewezen, met als enige uitleg een geloofsbelijdenis. Maar de discipelen lijken de belofte gedaan te hebben, om zich nooit te laten treffen door de voorgestelde innovaties in de naam van Jezus, zelfs wanneer deze openlijk de besluiten van de meester overtreden. Onder de missionarissen van het evangelie zal er zich dus niet één bevinden, om zich tegen het schandalige onderwijs, van een pas omgeschoolde Romeinse burger te verzetten, en weinig bevoegd om de statuten uit te schakelen van een traditie, waarvan de meerderheid van de geheimen hem onbereikbaar blijven. Nochtans welk moet niet de graad van onwetendheid zijn, van deze pretentieuze nieuwbekeerde, als men oordeelt naar deze komische en grove presentatie van een der belangrijkste dogma's waarop in het esoterisme, de wet van de menselijke mutaties wordt geconcentreerd:
51 Ik zal u een geheim vertellen: we zullen niet allemaal sterven, maar wel allemaal veranderd worden, 52 opeens, in een oogwenk, bij het laatste bazuingeschal. Want de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen worden opgewekt, en wij zullen veranderd worden. (1 Korintiërs 15 - 51:52)
Het is een feit dat de apostelen grondbeginselen van de traditie bezitten, verworven hoedanook, noch waar noch wanneer, en waar zij zich een vernisje van eruditie mee hebben kunnen samenstellen. Maar men onderscheidt niettemin in de epistels, aan de al te eenvoudige tactiek, hoe de propagandisten van de Messias de tegenwerpingen hebben bestreden. Een eenvormige en monotone instructie maakt zich immers van alle geschriften los: het geloof, nog het geloof, altijd het geloof. En die geloof zegt die zegt volharding, geduld, gewilligheid, volle en gehele afstand doen van de reden. Georganiseerde formule van afstomping, waarvan het geïndustrialiseerde christendom zich later zal inspireren, wanneer men van de filosofische oplichterij bewust is geworden, en dit zal zich in het hele Romeinse rijk verspreiden. Deze methode welke men zou kunnen noemen "de politiek van de steeds uitgestelde vervaldag" en dat de speculatie op het angstige egoïsme vergemakkelijkt. Dat men protesteert, dat men in opstand komen, dat men verontwaardigd is, het heeft geen belang! Dezelfde vermaning zal antwoorden op alle twijfels, zal de twijfel verstikken. En het epistel aan de Hebreeërs bewijst het ons door een voorbeeld, waar het traditionele refrein van de handelaars in hoop zich opnieuw laat lezen:
35 Geef uw vertrouwen dan nu niet op, want het zal rijk beloond worden. 36 Om de wil van God te doen en om te krijgen wat hij belooft, hebt u volharding nodig. 37 Want de Schrift zegt: Nog een korte, korte tijd, en hij die komen moet, zal komen en niet langer wachten. (Hebreeërs 10 - 35:37)
Belofte waarvan Petrus een echo is:
7 Het einde van alle dingen is nabij. Bezin u dus en blijf nuchter om vrij te zijn voor gebed. (1 Petrus 4 - 7)
Men zou zulke teksten met tientallen kunnen vermenigvuldigen, van hetzelfde soort in de apostolische teksten te plukken, maar het zou eentonig worden onophoudelijk dezelfde beschuldigingen te herhalen. Het zou onrechtvaardig zijn om dit hoofdstuk te sluiten zonder het woord aan de evangelist Johannes, de vertrouweling van Jezus, te geven. Het paar documenten welke aan hem toegeschreven worden, pleiten nauwelijks in zijn voordeel. Johannes leeft vast en zeker in de overtuiging dat de ramp van het ene ogenblik op het andere op de aarde zal losbarsten. Evenals Petrus, kan hij niet een ogenblik aannemen, dat er de minste achterstand in de verwezenlijking van de profetie van de Messias zou zijn. De gebeurtenissen, volgens hem, vinden normaal plaats; de predikatie van Jezus verwezenlijkt zich al. En deze onfeilbare zekerheid inspireert hem deze woorden, die verbijsteren, waarin nogmaals het bewijs van de apostolische onwetendheid opvallen:
18 Kinderen, het laatste uur heeft geslagen. Er is u verteld, dat de vijand van Christus zou komen. Weet dan dat er al veel vijanden van Christus zijn opgestaan. Daaraan weten we dat het laatste uur geslagen heeft. (1 Johannes 2 - 18)
Afgekondigd rond het jaar 60 van het christelijke tijdperk; hoe zou de "meester" door zijn uitverkoren discipel geoordeeld worden, als deze vandaag op aarde terugkwam om na negentien eeuwen vast te stellen dat er onder de hemelen nog niets is veranderd! Als een sekte het onmiddellijk dreigende einde van de wereld aankondigt en zijn onderwijs aan dit geloof ondergeschikt maakt, is deze sekte dan niet in diskrediet gebracht, als twee millennia van nutteloos wachten op de verwezenlijking hiervan, de onwetendheid bewijzen van degenen die ze propageerden? Sinds ongeveer tweeduizend jaar wordt de veroordeling van het christendom in alle brieven van de evangelies en de epistels beschreven. Heeft het Vatikaan trouwens de premeditatie van zijn misbruik van vertrouwen niet door een decreet bevestigd? De katholieken verbieden om de Bijbel, hun Bijbel te lezen en het recht op navorsing, zodat er geen onderzoek van de teksten kon gedaan worden? Maar het getuigenis van Johannes beperkt zich niet tot het vers dat zopas genoemd is.
De Openbaring, voltooit door enkele overwegingen de stelling geuit in het eerste epistel van de uitverkoren apostel. Waarschijnlijk samengesteld tussen de dood van Nero en die van Vespasianus, dus ongeveer het jaar 70 van het christelijke tijdperk, is het laatste boek van het Nieuwe Testament in werkelijkheid een onverteerbare compilatie, volkomen vreemd aan de gegevens van de Hebreeuwse geheime traditie en die nauwer aansluit bij de Griekse traditie, onderwezen in de Griekse sektes van dit tijdperk. Behalve de overduidelijke onnauwkeurigheden welke zij opnoemt, vermeldt zij geen enkele van de feitelijke data of symbolen welke men met recht zou verwachten in een "openbaring". Eerder de vrucht van de verbeelding dan van de Kennis. De initiatiewaarde van dit boek is absoluut nul. Uit een late zorg voor de waarheid, biecht de apostel Johannes het bestaan op van het befaamde "het boek van leven" waarvan hij de raadsels niet heeft kunnen ontcijferen. In het vijfde hoofdstuk, leest men immers deze bekentenis:
1 En ik zag in de rechterhand van hem die op de troon was gezeten, een boekrol, van binnen en van buiten beschreven, en verzegeld met zeven zegels. 2 Ook zag ik een machtige engel. Hij riep luid: ‘Wie komt de eer toe de zegels te verbreken en de boekrol te openen?’ 3 Maar niemand in de hemel, op aarde of onder de aarde was in staat de boekrol te openen en te lezen. 4 Ik brak in tranen uit, omdat niemand de eer bleek toe te komen de boekrol te openen of te lezen. (Openbaring 5 - 1:4)
Zijn onbekwaamheid erkennend om in het boek van de Gnosis te lezen, geeft Johannes het echter niet op. In het laatste hoofdstuk van zijn profetie wijzen vier verzen er immers op dat "de aangekondigde dingen nabij zijn", wat het standpunt van Jezus en zijn discipelen eens te meer versterkt. Hij laat er geen enkele twijfel over bestaan over de richting die aan zijn waarschuwingen moeten gegeven worden:
6 Iemand zei tegen mij: ‘Deze woorden zijn geloofwaardig en waarachtig, en de Heer, de God die de profeten de geest van de profetie geeft, heeft zijn engel gestuurd om zijn dienaars te laten zien wat er binnenkort gebeuren zal.’ 7 Weet: ik kom spoedig. Gelukkig zij die vasthouden aan de profetische woorden van dit boek!’ (Openbaring 22 - 6:7)
10 En toen hoorde ik: ‘Houd de profetische woorden van dit boek niet geheim, want de tijd is nabij. (Openbaring 22 - 10)
12 Weet: ik kom spoedig, en het loon heb ik bij me: ieder krijgt het loon voor zijn daden (Openbaring 22 - 12)
Sommige woorden lenen zich niet tot uitstelling: "Binnenkort", "Nabij", "Weldra", betekenen geen tweeduizend jaar later?
Het vooruitzicht van de woede van God verrichtte het wonder dat onvermijdelijk in het egoïsme van de eenvoudige en zwakken, de propaganda van de angst op gang bracht. Beetje bij beetje verspreide de leer zich. Altijd meer naar het Westen trekkend tot zij tenslotte in Rome, binnen de ghetto van Suburre en onder de volksmassa's welke onderworpen waren aan de patricische autocratie. Vooreerst verbluft, waren de Romeinen zich weldra bewust van het gevaar dat deze gezagsondermijnende theorieën verborgen die door het plebs worden verspreid. De keizers reageerden om deze leer te verstikken die, niet tevreden hun goden aan te vallen en het Messiaanse tijdperk aan te kondigen, maar bovendien socialistische ideeën verspreidde, bekwaam om weerspannigheid te veroorzaken onder de slaven. Een systematische zuivering werd ondernomen. De ontluikende sekte, en al machtig, wordt verboden. Gevangen gezet en gebruikt als voedsel voor de roofdieren van de circussen, zwichten de christenen nochtans niet. Slachtoffers van hun vertrouwen in Christus, zien zij in de vervolgingen de inleiding van de door hem uitdrukkelijk aangekondigde kwellingen:
9 Ze zullen jullie uitleveren, onderdrukken en ter dood brengen; alle volken zullen jullie haten vanwege mijn naam. 12 En omdat de verachting voor de wet toeneemt, zal de liefde bij de meesten verkoelen. 13 Maar wie volhoudt tot het einde, zal gered worden. 14 Eerst zal dit grote nieuws over het koninkrijk van God bekendgemaakt worden over de hele wereld, zodat onder alle volken van mij is getuigd, en dan zal het einde komen. (Mattëus 24 - 9:12:14)
Intussen had de spiritualistische leer vorm aangenomen. Van het idee van het koninkrijk van God was het idee van het hemelse koninkrijk ontstaan, geheimzinnige verblijf van bovennatuurlijke zaligheid welke het Laatste Oordeel, de Opwekking uit de doden en de Terugkeer van het Gouden Tijdperk vooraf zouden gaan. Uit deze verstrengeling van verlokkende beloningen leek de dood in Christus dus een echte schadeloosstelling. Aldus gleden de laatste jaren van de eerste eeuw, in een sfeer van hoop en angstig wachten. De ganse "generatie" ging voorbij. Maar een nieuwe generatie volgde op de teleurgestelde. Eind van de wereld, hemel, hel, vrijkoping, Messiaans tijdperk, dat alles vormde weldra een visie waarvan de oorspronkelijke betekenis geleidelijk afstompte. De verwachting van de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde werd vervangen door een sociologische leer die op deze gedachte van de Galileeër berust: "Houdt van elkaar".
Er bleef een gewijzigd christendom bestaan, geconcentreerd dit keer op een hypocriete liefdadigheidsformule.
Alle Bijbelcitaten uit: Biblija: http://www.biblija.net/
Auteur: Willy
Dit artikel is 919 keer gelezen.

