De vrouw als mens, Jolande Withuis
Woensdag 26 Maart 2008 at 12:17 am - Categorie: boeken![]()
Bestel bij Bol.com: De vrouw als mens
Jolande Withuis
In De vrouw als mens rekent Jolande Withuis af met tenenkrommende ideeën over de sekseverschillen, stereotiepen en vooroordelen. Het boek geeft een historisch overzicht van feministische theorieën en de stapsgewijze weg naar gelijkberechtiging van vrouwen. Withuis laat zien dat wat als typisch 'mannelijk' en 'vrouwelijk' wordt gedefinieerd een kunstmatige identiteit is. Het patriarchale gevoel van mannelijke grootsheid ontstaat door het vrouwelijke te definiëren als zwak, passief en inferieur. Het zelfbeeld van de man, dat is gebouwd op het reduceren van het zelfbeeld van de vrouw, is de belangrijkste oorzaak van het verzet van mannen tegen de autonomie van vrouwen. Zodra er vrouwen boven middelmatige mannen beginnen uit te stijgen en daardoor het mannelijke superioriteitsgevoel aantasten, treedt volgens de patriarchale reflex een agressief mechanisme in werking om de vrouw weer op haar plaats te dwingen. Ontelbare patriarchaal opgevoede mannen kunnen het niet verkroppen dat ze iets moeten aannemen van een vrouw, of dat ze in een vrouw hun intellectuele meerdere moeten erkennen.
In 1869 verscheen het boek The subjection of women van John Stuart Mill. Hij richtte zich tegen het apartheidsstelsel dat mannen en vrouwen opdeelde in aparte sferen, met elk hun specifieke eigenschappen. In alle aspecten van het leven worden mannen en vrouwen als tegengestelde wezens beschreven. Het is te vergelijken met het Chinese yin-yangsysteem. Alles wat in een tegenstellingenpaar is uit te drukken, kan zich verheugen in een van beide kwalificaties mannelijk of vrouwelijk. Daarbij is de man het hoofd en de vrouw het hart, de man de leider en de vrouw de volger, de man het licht en de vrouw het duister, de man dapper en de vrouw angstig enzovoorts. Deze manier om mannen en vrouwen vast te pinnen op hun vermeende, tegengestelde wezenskenmerken kent van gekkigheid geen einde.
De vrouw werd niet alleen beschreven met termen die haar volgzaamheid en passiviteit benadrukten: haar hele opvoeding was erop gericht om haar te vormen volgens begerenswaardige vrouwelijke deugden zoals kuisheid, volgzaamheid, opofferingsgezindheid, afhankelijkheid, passiviteit, gehoorzaamheid, monogamie, zorgzaamheid, dienstbaarheid, ondergeschiktheid, emotionaliteit, het 'hart' volgend in plaats van de rede, en een hang naar geborgenheid in de veilige anonimiteit van het beschermde familieleven - vrouwen die deze deugden niet ten toon spreidden werden belasterd, verstoten, gestraft, vermoord en uitgeroeid - om de via indoctrinatie, hersenspoeling en sociale druk ingeplante eigenschappen vervolgens beschrijvend weer te geven als natuurlijk, aangeboren en genetisch.
Mills opmerking dat het vrouwelijke ideaal van zelfontkenning zou worden verminderd door gelijke rechten kan misschien ook worden omgedraaid: zelfontkenning en opofferingsvaardigheid zijn aangeleerde deugden die vrouwen vrijwillig in haar inferieure positie laten plaatsnemen. Dit erkennen is de eerste stap op weg naar zelfvertrouwen en het opeisen van gelijke rechten. Maar ook is de dominantie van de man niet aangeboren; deze berust op mythische aannames. Zodra mannen dit erkennen, is het ook niet langer nodig hun op lucht gebouwde superieure positie met geweld in stand te houden. Het ideologisch construct dat mannen en vrouwen opsplitst en naast elkaar laat leven moet worden afgebroken om te kunnen samenleven als mens, zonder spanningen.
Het nut van vrouwelijk lijden
Volgens de traditie behoren pijn en lijden tot de onontkoombare ervaringen van een vrouwenleven. Volgens de bijbel was de barenspijn Eva opgelegd als straf voor haar tonen van initiatief en haar enthousiasme om haar kennis te ontwikkelen. De 'tweede straf' was gehoorzaamheid - de bijbelse activiteit die de moeder van alle leven aan de dag legde om de mensheid de ogen te openen voor verborgen werelden werd voor haar vrouwelijk nageslacht een verboden aanleg. De vrouw moest dienen en lijden, en als zij deze door god bepaalde orde doorbrak, zouden chaos en destructie het gevolg zijn.
En inderdaad werd het lijden voor vrouwen een zo vanzelfsprekend deel van hun identiteit dat veel vrouwen die probeerden los te breken uit hun traditionele ondergeschikte positie allerlei ongemakkelijke lichamelijke en psychsiche symptomen gingen vertonen. Terwijl mannen volgens de traditionele beeldvorming hun frustraties omzetten in woede en agressie en hiermee hun omgeving domineerden en naar hun hand zetten, vluchtten vrouwen weg in ziektes of andere aanvallen op zichzelf. Psychosomatische aandoeningen, anorexia, automutilatie, hysterische toevallen en andere aandoeningen waren de voornaamste mogelijkheden voor vrouwen om los te breken uit hun natuurlijke onderworpenheid en gevangenschap. Withuis wijst op de heiligverklaring van de Schiedamse schaatster Lidwina, die als veertienjarige uit schaatsen ging, ten val kwam en nooit meer opstond. Bedlegerig geworden onderging zij de meest groteske, onsmakelijke kwalen, van etterende wonden tot rottende lichaamsdelen en 'krioelende maden' die uit haar lichaam kropen, om welke eigenschappen zij heilig werd verklaard. Veertig jaar lang maakte Lidwina zich verdienstelijk door op bed te lijden en te rotten.
Eigenlijk was dit Lidwina's enige mogelijkheid om te protesteren tegen haar op handen zijnde uithuwelijking. De keuze was: een ongewenst huwelijk aangaan en kinderen krijgen of een extreem leven van lijden accepteren, zonder uitzicht op iets beters. Withuis wijst erop dat zij heilig werd verklaard rond de tijd dat feministes als Aletta Jacobs het martelaarsschap van de vrouw wilden afschaffen, om verder zonder schuldgevoelens en andere misère deel te gaan nemen aan het openbare leven en de wetenschappen. Het antwoord van de kerk op de onontkoombare autonomie van vrouwen was het leggen van nadruk op de functie van de vrouw als lijdend wezen door een passieve martelares heilig te verklaren, iemand die haar rol van lijdende echtgenote en moeder alleen kon ontvluchten door een lijdende bedlegerige te worden.
Dit masochistisch slachtofferschap, zoals Withuis het noemt, is alleen aantrekkelijk als er geen andere mogelijkheden zijn. Vrouwen die zich buiten het huwelijk niet kunnen ontwikkelen, kunnen als alternatief alleen nog uitblinken in nederigheid, opoffering en totale ondergeschiktheid. Zij dwepen met hun lijden of onderdanigheid, hun onzichtbaarheid wordt hun vaandel. Dit was ook de enige uitlaatklep van vrouwen die op prijs werd gesteld. Bovendien levert het een instrument om invloed uit te oefenen. De theologe Grietje Dresen noemde dit lijdenswinst. Jolande Withuis schreef hierover een kolom die je hier kan nalezen.
De lijdenswinst uit zich erin dat de vlucht in passiviteit en lijden een weg biedt naar erkenning van de instituties, en de mogelijkheid om invloed uit te oefenen. Deze houding is vooral te vinden bij vrouwen die zich juist niet kunnen aanpassen aan hun passieve rol op de achtergrond, en dus de aandacht op zich vestigen op de enige manier die hun cultuur toestaat: grootsheid in lijden, bescheidenheid, martelaarschap.
In het artikel Lijden, strijden en heilig worden vestigt Withuis ook nog de aandacht op andere opmerkelijke gegevens, zoals dat vrouwelijke terroristes die daadwerkelijk tot geweld overgaan als overeenkomst hebben dat in hun milieu politiek een mannenzaak was, waar vrouwen geen deel aan hoorden te hebben.
Een vrouw die zichzelf op de voorgrond plaatste als voorvechtster van vrouwenrechten compenseerde dit met zichtbare offervaardigheid en lijden, als ze althans niet als zelfzuchtig loeder aan de kant werd gezet. Altijd moeten de vrije keuzes van de vrouw gepaard gaan met schuld en opoffering. Haar ontplooiing in het publieke domein is alleen mogelijk vanwege haar gebrek aan verantwoordelijkheid op het gebied van haar traditionele verplichtingen.
Terwijl de kerk het nutteloze en doelloze lijden als ultieme vrouwelijke deugd heilig verklaarde, kwamen steeds meer vrouwen uit de huiskamers tevoorschijn om een rol te gaan vervullen in het publieke domein. Nog steeds wordt het bij tijd en wijle voorgesteld als een offer. Een vrouw moet kiezen tussen werk of kind, en moeilijke keuzes maken die schuldgevoelens en penibele situaties opleveren: naar de baas of thuisblijven bij het zieke kind? Schuldgevoel dient om te voorkomen dat een vrouw gelukkig vrij kan zijn, ten koste van moederschap, kind, familie, werkgelegenheid en 's werelds welzijn.
De mannelijkheidsmythe lekgeschoten
Dergelijke zaken werden aan de orde gesteld door Betty Friedan, de oermoeder van het feminisme van de tweede golf, in haar boek The feminine mystique, in 1964. Zij vroeg zich af waarom ze niet gelukkig was, terwijl ze alles had om gelukkig te kunnen zijn. De houding tegenover werkende vrouwen was bepaald niet stimulerend. Vrouwen die losbraken uit het traditionele patroon leden aan 'penisnijd', het waren kenaus, die van hun mannen zielige, mislukte watjes maakten. Want de mythe van de mannelijkheid viel met afbreken van het vrouwelijke ideaal ook aan duigen. Withuis vat het probleem dat in The Feminine Mystique aan de orde wordt gesteld als volgt samen: Om 'echt vrouwelijk' te zijn, ben je altijd overgeleverd aan wat anderen toevallig 'vrouwelijk' vinden. Hetzelfde zullen mannen ervaren die hun identiteit altijd hadden gemeten aan de mythische positie die vrouwen was toebedeeld. De schok van de leegte wordt niet opgevuld door een nieuw zelf te vinden, maar door handhaven van de mannelijke mythe, en dat kan alleen door de mythe van de vrouwelijkheid te herstellen.
Werkende vrouwen zijn zo bekeken de schuld van alle maatschappelijke misère. De hele inflatie en toenemende criminaliteit is allemaal een gevolg van doorgeslagen materialisme en egoïsme, die vrouwen verleidde om hun eigenlijke vervulling te negeren: de liefhebbende zorg voor man en kinderen, anoniem, op de achtergrond. De zwaartekracht van de mythe en de traditie doet zijn werk. Een nieuwe weg inslaan is moeilijk, omdat herstel van de mythe minder weerstand oplevert dan jezelf tegen de maatschappelijke druk in ontdekken.
Dit maakt meteen duidelijk dat mannen die niet agressief roepen om de terugkeer van de vrouwenonderdrukking een beter zelfbeeld hebben. Zij zijn voor hun zelfbewustzijn niet afhankelijk van de machteloosheid van hun medemensen. Hun identiteit is gevormd door hun eigen prestaties.
Mythologiserende vrouwen helpen de vooruitgang niet
Na een eeuw feministische deconstructie beginnen we te doorzien dat het zwartwitpatroon een opgelegd construct is, waarmee we vanaf onze geboorte worden gehersenspoeld, en dat we zelf doorgeven aan nieuwe generaties. Maar Withuis waarschuwt ervoor dat vrouwen medeschuldig zijn aan het stereotiepe denken dat de kloof tussen mannen en vrouwen in stand houdt. Vele feministen geven op over hoogstaande vrouwelijke waarden, zoals zorgethiek, hun op samenwerking gerichte natuur, hun vreedzaamheid en geweldloosheid.Dat zouden allemaal waardevolle, vrouwelijke eigenschappen zijn, die door de van nature agressieve, op concurrentie en zelfzuchtig gewin ingestelde man zijn geëlimineerd door de vrouw naar de onzichtbare marge te verdrijven. Overal leert men tegenwoordig dat vrouwen gericht zijn op 'het proces', terwijl mannen alleen geïnteresseerd zijn in 'het resultaat'. Vrouwen zouden hun werk meer betrokken uitvoeren en perfectionistischer zijn dan mannen. Dus door meer vrouwen op allerlei posities te plaatsen zouden deze 'vrouwelijke waarden' worden verspreid en wordt onze maatschappij eindelijk compleet.
Dat is allemaal reuzefijn om het getorpedeerde zelfbewustzijn van vrouwen op te peppen, maar realistisch is het niet, en nog minder is de goede zaak hierbij gebaat. Het leidt hooguit tot een nieuwe vorm van de oude, gescheiden werelden waarin mannen en vrouwen langs elkaar heen leefden. De maatschappij is gebaat bij het opheffen van grenzen en het erkennen van individuele behoeftes, niet bij het beoordelen en opvoeden van mensen op basis van nieuwe mythes en vooroordelen. Het risico van womanagement is dat een nieuw idee van vrouwelijke superioriteit ontstaat dat niet veel verschilt van de traditionele zorgzaamheid. De gescheiden sferen moeten verdwijnen, evenals de stigma's mannelijk en vrouwelijk. In plaats van de verschillen te benadrukken, mannen en vrouwen in aparte domeinen naast elkaar te laten leven en vele capaciteiten op basis van iemands geslacht onderdrukken, moeten we de aandacht vestigen op onze identiteit als mens. We moeten als mensen samenleven en de diversiteit van al onze individuele mogelijkheden ontwikkelen. Dan hoeven we niet langer te voldoen aan de onmogelijke eis die de mythe ons stelt, maar kunnen we de maatschappij van nut zijn door gewoon onszelf te zijn.
Auteur: Els
Dit artikel is 817 keer gelezen.

