Forum godinnen en beeldvorming
 weblog | godinnen | forum home ||

De vertoning die wij wetenschap noemen

Archeologie, geschiedenis, ethiek, filosofie, maatschappelijke discussies, patriarchaat en matriarchaat enz.

De vertoning die wij wetenschap noemen

Berichtdoor Zunrita » wo 28 jun , 2006 12:54

Foucault en de machtsdrift van het humanisme



Foucault wordt met Lacan, Derrida en Lyotard gerekend tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de stroming in Franse filosofie die de antisubjectfilosofie genoemd wordt. Deze filosofie is een reactie op het traditionele eenheidsdenken ook wel identiteitsfilosofie genoemd.

Foucault is temidden van de Franse denkers één van de radicalen: hij ontkent alle eenheid en oorsprong, ook in de taal. Eenheid bestaat slechts door het verdoezelen van de verschillen. Foucault sluit met name aan bij de fundamentele kritiek die Nietzsche verwoordt op het waarheidsstreven van de mens. De idee dat mensen 'beter' zijn omdat zij een 'wil tot waarheid' bezitten, is een vorm van zelflegitimatie. In het idee verheft de mens zich boven zichzelf. Daarom is de wil tot waarheid in feite de wil tot macht.

Foucault volgt Nietzsche in zijn kritiek op het humanisme dat hij als 'universele machtsdrift' bestempelt: door zichzelf tot redelijk denkend wezen te verklaren, is de mens in staat om zijn medemens in gestichten op te sluiten. De 'grote opsluiting' is het thema dat Foucault uitwerkt in zijn boek Folie et déraison. Histoire de la folie à l'âge classique. Het boek verschijnt in 1961 en beschrijft de huidige Westerse manier van denken en redeneren zoals deze in het spoor van de Verlichting is ontstaan. Het betreft de manier van denken die het idee van 'goed en kwaad' zoals de kerk dit hanteert, vervangt door 'redelijke' begrippen als 'maatschappelijk en onmaatschappelijk'. De tweedeling in de maatschappij is daarmee een feit.

Als eenheid van analyse neemt Foucault het vertoog (`discours'). Een vertoog is het geheel aan redenaties waarmee een onderwerp in een bepaald perspectief wordt gezet. Het vertoog wordt gevormd door de geschreven of gesproken teksten rond een onderwerp. In een vertoog schuilt veel macht op het punt van het aanmerken van wat 'normaal en abnormaal' genoemd wordt en het toewijzen van de machtsposities. Het voorbeeld van een vertoog dat Foucault in zijn latere werk beschrijft, is dat van de seksualiteit. De krachten die vertogen op hun plaats houden, worden door Foucault uitsluitingsmechanismen genoemd. Het idee van de uitsluitingsmechanismen vormt de vondst die het werk van Foucaultzo treffend maakt. Op deze manier toont Foucault de keerzijde van de eigenschappen die een cultuur pleegt te belonen. Het feit dat men deskundig is of recht van spreken heeft, is niet gebaseerd op eenheid van kennis, maar op de macht te bepalen wat kennis is. In de werkelijkheid krijgt kennis zijn waarde bepaald in het vertoog, maar het wordt voorgesteld alsof het subject als denkend wezen deze kennis heeft 'ontdekt'. Zo eigent het subject zich een positie toe van uniciteit: in het subject komt zogenaamd alle denken en kennen samen.

In zijn rede L'ordre du discours van 1970 geeft Foucault een opsomming van de verschillende categorieën van uitsluitingsmechanismen en krijgt men een idee van de verleiding die van hen uitgaat. De eerste categorie betreft de externe mechanismen. Zij laten zich aanduiden met op het oog heel gewone namen zoals: het verbod (niet alles is bespreekbaar), de tegenstelling tussen rede en waanzin (het spreken van de gek is ongeldig), waar en onwaar (wij hebben een zintuig voor het onderscheid tussen waar en onwaar). Een tweede categorie wordt gevormd door de interne mechanismen: het commentaar, de auteur en de discipline. Zij hebben betrekking op het gebruik van de taal. De disciplinering van ideeën tot begrippen, die vervolgens door auteurs tot basis van het beschrijven van de werkelijkheid worden genomen en in het commentaar eindeloos worden herhaald, is de kern van de vertoning die wij wetenschap noemen. Als het subject tenslotte ook gaat uitmaken wie het recht van spreken heeft, tekent zich de derde categorie uitsluitingsmechanismen af: de vertooggemeenschap, het ritueel, de doctrine en de sociale toeëigening van het vertoog. De psychologie van de uitsluitingsmechanismen is dat zij het subject de waan der creativiteit toekennen. In feite zijn zij vereenvoudigingsmechanismen waarvan het resultaat een schepping wordt genoemd: door de werkelijke wereld te vertragen schept de mens zijn wereld.

Literatuur:
Costa, D. de. Sprekende stiltes. Kampen, Kok/Agora, 1989.

[Cursief van mijn hand - Zunrita]



Het 'subject' waarover het hierboven gaat, is het filosofische begrip Sprekend Subject. Alleen wie zich aan de (spel)regels van het vertoog houdt, mag meepraten, is (sprekend) subject. Een van de belangrijkste filosofische spelregels is dat het vertoog Algemeen Geldend moet zijn. Dat wil zeggen dat de uitspraken voor iedereen! op moet gaan, althans in theorie. De grootste gemene deler, dus. En hiermee is meteen het uitsluitingsmechanisme van de filosofische spelregels gevonden. Wie deze regel van algemeen geldendheid im Frage stelt, stelt zich per definitie buiten het vertoog. (Zoals we van tegeltjes in de kroeg weten: 1) de baas heeft altijd gelijk; 2) zodra iemand anders gelijk heeft, treedt regel 1 in werking.)
Daarmee wordt bijvoorbeeld feministische filosofiekritiek (dus filosofie vanuit het vrouwelijke) buiten het vertoog geplaatst, uitgesloten. Feministische filosofen zijn dan ook in bibliotheken te vinden onder feminisme, niet onder filosofie.
Maar de aanspraak van 'de filosofie' op algemeen geldendheid is een farce. Want geen enkele theorie kan los gezien worden van de ervaring die eraan ten grondslag ligt. En de ervaringsgrond van de Westerse filosofie is die van de witte, hoogopgeleide man die zichzelf als De Mens, als centrum van de wereld ziet. Als zodanig 'betekent' hij alle vertogen en teksten, zowel die van eigen als van 'andere' hand. Daarom bestaat er bijvoorbeeld wel een aparte 'psychologie van de vrouw' maar geen aparte psychologie van de man. Want man = de mens, vrouw = de ander. Er bestaat in het humanistisch universum slechts Norm(aal) + Abnorm(aal). Het sprekend subject is de (pseudo-neutrale) norm. Wie er niet aan voldoet, 'anders' is, wordt uitgesloten. En het vrouwelijke is deviant bij uitstek: zij is de grote afwijking.

Zoals Virginia Woolf al wist: vrouwen hebben niets te zoeken bij het humanisme.

Zunrita
Zunrita
 
Berichten: 219
Geregistreerd: za 13 nov , 2004 22:42

Berichtdoor Antiscience » di 18 jul , 2006 20:21

Bedankt voor de tekst Zunrita.
Mag ik hem in de-nieuwe-kerk
gebruiken ?

vriendelijke
groeten
A.S.

P.S. heb ook links voor jou.
Social psychology, feminist theory, and social constructionist ideas ->
http://mary.gergen.socialpsychology.org/

http://www.sozialer-konstruktionismus.de/
'social constructionism' gebaseerd op o.a. Wittgenstein.
http://en.wikipedia.org/wiki/Social_constructionism
Antiscience
 
Berichten: 36
Geregistreerd: wo 25 jan , 2006 14:31
Woonplaats: Germany [Alexandrië -)

Berichtdoor Zunrita » vr 04 aug , 2006 10:53

Antiscience schreef:Bedankt voor de tekst Zunrita.
Mag ik hem in de-nieuwe-kerk
gebruiken ?


De geciteerde tekst is niet van mijn hand en is gewoon van het web te plukken (zie URI). Mijn commentaar mag je gebruiken. Maar vertel 's: wat is dat in de Nieuwe Kerk?

Zunrita
Zunrita
 
Berichten: 219
Geregistreerd: za 13 nov , 2004 22:42

Berichtdoor Zunrita » vr 04 aug , 2006 11:04

Antiscience,

Ken je Deviant - tijdschrift tussen psychiatrie en maatschappij? Het is opgezet vanuit de Duitse Kritische Psychologie, een stroming die poogt het subjectieve met het objectieve te verenigen. Behalve het tijdschrift zijn er diverse interessante projecten (Inca Projectbureau) vanuit dit denken.

http://www.tijdschriftdeviant.nl/home.htm
http://www.inca-pa.nl/
Zunrita
 
Berichten: 219
Geregistreerd: za 13 nov , 2004 22:42

Berichtdoor els » vr 04 aug , 2006 12:02

Ik heb dit artikel al een paar keer gelezen, maar ik snap er echt helemaal niks van. Ik zal er nu toch maar op reageren, bij voorbaat excuus als ik de plank helemaal mis sla. :lach2:

De 'grote opsluiting' is het thema dat Foucault uitwerkt in zijn boek Folie et déraison. Histoire de la folie à l'âge classique. Het boek verschijnt in 1961 en beschrijft de huidige Westerse manier van denken en redeneren zoals deze in het spoor van de Verlichting is ontstaan. Het betreft de manier van denken die het idee van 'goed en kwaad' zoals de kerk dit hanteert, vervangt door 'redelijke' begrippen als 'maatschappelijk en onmaatschappelijk'. De tweedeling in de maatschappij is daarmee een feit.


Ongetwijfeld moet ik de filosofen lezen voor ik dit kan begrijpen. Maar deze samenvatting maakt het voor mij wel heel onaantrekkelijk. De Verlichting heeft de religieuze begrippen 'goed' en 'kwaad' vervangen voor twee 'rationele' begrippen ('maatschappelijk en onmaatschappelijk') en zo de tweedeling in de maatschappij veroorzaakt? :?

Op deze manier toont Foucault de keerzijde van de eigenschappen die een cultuur pleegt te belonen. Het feit dat men deskundig is of recht van spreken heeft, is niet gebaseerd op eenheid van kennis, maar op de macht te bepalen wat kennis is. In de werkelijkheid krijgt kennis zijn waarde bepaald in het vertoog, maar het wordt voorgesteld alsof het subject als denkend wezen deze kennis heeft 'ontdekt'. Zo eigent het subject zich een positie toe van uniciteit: in het subject komt zogenaamd alle denken en kennen samen.


Dit lijk ik te begrijpen. Maar in het licht van de samenvatting hiervoor hoeft het niet zo'n bijzondere mededeling te zijn, maar kan het gewoon dienen om de 'redelijk denkende' wetenschap net zo subjectief te maken als het eerste het beste angstige bijgeloof.
Iedereen heeft zijn eigen waarheid, en wetenschap is ook maar geloof, een hele arrogante vorm van geloof ook nog wel.

Dat je met zo'n zienswijze wil aantonen dat 'genialiteit' een subjectief begrip is, dat dient om bepaalde rangen en standen boven anderen te verheffen, daar kan ik me wel in vinden. Maar ik krijg hier ook het gevoel dat het moet dienen om iedere objectieve waarneming zo afhankelijk te maken van de waarneming dat je net zo goed kan zeggen dat de zon de god Helios is die dagelijks aan het oosten verschijnt en met zijn wagen getrokken door paarden langs de hemel rijdt, als dat het een ster is die zijn hitte en licht te danken heeft aan voortdurende kernreacties.

In zijn rede L'ordre du discours van 1970 geeft Foucault een opsomming van de verschillende categorieën van uitsluitingsmechanismen en krijgt men een idee van de verleiding die van hen uitgaat. De eerste categorie betreft de externe mechanismen. Zij laten zich aanduiden met op het oog heel gewone namen zoals: het verbod (niet alles is bespreekbaar), de tegenstelling tussen rede en waanzin (het spreken van de gek is ongeldig), waar en onwaar (wij hebben een zintuig voor het onderscheid tussen waar en onwaar).


Dit begrijp ik dus niet. Ik vind het heel logisch dat je een systeem bedenkt waarin je alleen datgene mee laat weten wat je kan benoemen of meten, en niet datgene waarover je alleen maar gedachtes kan hebben, zonder raakvlak in de reële wereld.
Het geeft meteen aan wat ik tegen filosofen heb: door woorden en argumenteren kun je uiteindelijk mensen met verstand van zaken gelijk stellen aan mensen die helemaal niet in staat zijn de wereld waarin ze leven te beoordelen. Er bestaat geen enkel feit meer, en wie beweert opdrachten van god te krijgen en daarom geloofd moet worden staat gelijk aan wie door studie, observatie, wikken en wegen zijn kennis probeert te vermeerderen.

Dat 'zintuig' voor 'waar' en 'onwaar' begrijp ik nog het minste van alles.

Een tweede categorie wordt gevormd door de interne mechanismen: het commentaar, de auteur en de discipline. Zij hebben betrekking op het gebruik van de taal.


Ook hier weet ik even niet waar het over gaat, maar het lijkt me in elk geval zinvol om de woorden die je in een wetenschappelijke context gebruikt te definiëren, zodat niet iedereen het op zijn eigen manier kan uitleggen en ze vrij kan gebruiken waar het hem uitkomt.

Natuurlijk is het heel vervelend dat iedereen dan al die definities moet kennen, en dat hij anders niet mee mag spelen. Maar dat wil nog niet zeggen dat het wetenschappelijke systeem niet deugt. Integendeel, dit is de enige manier om ervoor te zorgen dat iedereen weet waar je tijdens de communicatie het over hebt.

Zunrita schreef:Daarmee wordt bijvoorbeeld feministische filosofiekritiek (dus filosofie vanuit het vrouwelijke) buiten het vertoog geplaatst, uitgesloten. Feministische filosofen zijn dan ook in bibliotheken te vinden onder feminisme, niet onder filosofie.


Als je het over 'maatschappelijke uitsluitingsmechanismes' hebt, op basis van een manier van praten die bij een bepaalde groep hoort, dan kun je die mechanismes die Foucault beschrijft wel gebruiken om duidelijk te maken hoe 'subjectief' mensen kennis beoordelen - namelijk door de manier van praten, in plaats van door het beoordelen van de inhoud van wat iemand zegt.

Er zijn zoveel situaties die laten zien dat mensen de kwaliteit van iemands woorden beoordelen op basis van zijn uiterlijk. Lange mensen krijgen meer gewicht dan kleine, mensen met een kakaccent worden intelligenter gevonden dan mensen die een dialect of met een accent spreken, mensen met een pak aan worden betrouwbaarder gevonden dan mensen met een 'casual' uiterlijk. Vrouwen worden anders beoordeeld dan mannen, alleen omdat het vrouwen zijn.

Zulke dingen geven aan dat veel mensen helemaal niet in staat zijn iemand te beoordelen: ze laten zich massaal leiden door vooroordelen.

Maar uit de tekst hierboven lijkt het er meer op dat deze visie ertoe dient om de vergaarde wetenschappelijke kennis op een makkelijke manier op losse schroeven te zetten. Het gaat helemaal niet over de bevoordeelde manier waarop mensen oordelen; terwijl wetenschap juist door definities ervoor probeert te waken dat iemands zienswijze níet afhangt van zijn interpretatie van een woord, van zijn gevoel van het moment of van zijn eigen vooroordelen.

Ik heb wel een tijd plezier gehad met het fenomeen 'deconstructie' van Derrida. Maar dat ging dan ook over feminisme. Om inzicht te krijgen in maatschappelijke vooroordelen en uitsluiting is zo'n zienswijze wel geschikt.

Maar om nu te suggereren dat de wetenschap de waanzinnigen uitsluit van het wetenschappelijk discours... als ik het idee krijg dat dat de kern is van een filosofie, heb ik geen enkele behoefte meer om het te gaan lezen. Ik vind het gewoon hilarisch.
els
Beheerder
 
Berichten: 3134
Geregistreerd: zo 14 jul , 2002 22:08
Woonplaats: Amsterdam


Keer terug naar Wetenschap, filosofie en maatschappij



Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Google [Bot] en 1 gast

cron