Forum godinnen en beeldvorming
 weblog | godinnen | forum home ||

Paard als mythisch wezen

Wil je iets weten over een godin of iets anders wat met mythologie te maken heeft? Stel hier je vraag en kijk of iemand je kan helpen.

Paard als mythisch wezen

Berichtdoor els » zo 25 feb , 2007 13:04

Ik kreeg het volgende verzoek in mijn mailbox, en plaats de vraag maar even op het forum.

Ik ben op zoek naar informatie over het paard als mythisch wezen. 28 februari hou ik een referaat van twintig minuten voor kunstgeschiedenis en behandel daar een schilderij van Susan Rothenberg, schilderij Red Banner. Graag zou ik ook wat over de achtergrond van paarden als mythisch wezen willen vertellen.
Hopelijk kunt u mij verder helpen.
Vriendelijke groet en dank voor u aandacht.
els
Beheerder
 
Berichten: 3134
Geregistreerd: zo 14 jul , 2002 22:08
Woonplaats: Amsterdam

Berichtdoor els » zo 25 feb , 2007 13:26

Ik heb even een afbeelding opgezocht van het schilderij Red Banner van Susan Rothenberg.

Afbeelding

[url=http://www.mfah.org/collection.asp?par1=11&par2=&par3=40&par6=3&par4=211&lgc=4&currentPage=3]http://www.mfah.org/collection.asp?par1=11&par2=&par3=
40&par6=3&par4=211&lgc=4&currentPage=3[/url]

Around 1974 Rothenberg painted her first image of a horse, finding it to be "a way of not doing people, yet it was a symbol of people, a self-portrait, really." Still committed to retaining the flatness of the picture plane, Rothenberg spent the next six years painting schematic horses, producing densely brushed, non-illusionistic canvases containing dark, emotive power.


Ik heb niet direct tijd hiervoor, morgen waarschijnlijk weer wel. Er zijn natuurlijk veel bekende mythische paarden, zoals Pegasus (nakomeling van Medusa en Poseidon, be'vlogen' door Perseus en Bellerophon), Alburak (een ander vliegend paard van Mohammed), paarden die met water in verband staan, het paard Sleipnir van Odin, de witte merrie van Uffington, de Arcadische Demeter met het paardenhoofd, allerlei mytische of legendarische figuren die onlosmakelijk zijn verbonden met hun paard, zoals sinterklaas of de vier koningen uit de openbaringen etc.

Ik weet niet precies wat je zoekt, misschien meer informatie over het bovengenoemde?

Hier is een afbeelding van de prehistorische 'merrie' van Uffington, die wel in verband wordt gebracht met de Keltische paardengodin Epona.

Afbeelding

http://www.hows.org.uk/personal/hillfig ... /epona.htm
els
Beheerder
 
Berichten: 3134
Geregistreerd: zo 14 jul , 2002 22:08
Woonplaats: Amsterdam

Berichtdoor Endymion » zo 25 feb , 2007 13:28

Paard: Geschenk van de god Poseidon aan de stad Athene in de hoop dat de stedelingen hem tot patroongod zouden maken. (Hij schonk ook een bron, met brak water) Bij de Grieken was het paard een oorlogssymbool. Tevens door de associatie met Poseidon een dier van ontembare kracht en viriliteit. En onvoorspelbaarheid.
Bij de kelten werd de godin Epona afgebeeld met een paard, in oude dagen waarschijnlijk zelf een paard. Epona is een vruchtbaarheidsgodin en oorlogsgodin, dus min of meer hetzelfde principe als bij de Grieken.

Pegasos, het gevleugelde paard, was een zoon van Poseidon en de gorgo Medusa.

Eenhoorns worden ook vaak als gehoornde paarden beschreven, maar volgens anderen zijn het kleine antiloopachtige dieren met gespleten hoeven en een leeuwenstaart. Het enige dat aan een paard herinnerd zijn de manen.
Kein Leid dauert in mir so lange wie diese Freude, bis auf eins, und auch dafür dank ich dir.
Endymion
 
Berichten: 89
Geregistreerd: ma 12 feb , 2007 12:20

Berichtdoor willy » ma 26 feb , 2007 17:05

Hengist en Horsa of het symbool van het paard

Het paard heeft in de Indo-Europese wereld een uitermate belangrijke rol gespeeld. De reusachtige paardenvoorstellingen in Uffington en Westbury bewijzen dit. Houden we voor ogen dat onze voorouders in de eerste plaats een agrarische bevolking vormden met ontegensprekelijk heroïsche trekken. De functie van het paard beperkte zich aanvankelijk tot het magisch-religieuze en het strijdersniveau, en pas later werd het ook in de landbouw aangewend. Tacitus wees er reeds op dat de West Germanen aan de doden in hun graf een paard meegaven, wat op het religieuze belang van het dier kan wijzen. Het tweede niveau, dat van de strijder-ridder, nam tijdens de middeleeuwen een dermate hoge vlucht zodat er ongetwijfeld overblijfselen van de paardencultus in het taalgebruik moeten te vinden zijn. Zo kende men spreuken als : “Alle adel stamt van het ros” en “Noem man en paard!” Het paard en de ruiter waren niet van elkaar te scheiden. Ze vormden één geheel. Deze gedachte moet reeds als kiem aanwezig geweest zijn in de oudheid. Denken we hierbij aan de afbeeldingen van de centauren, de paardmensen. De betekenis van deze merkwaardige figuren moeten we dieper zoeken, m.n. in de oorspronkelijke symboliek van het paard zelf.

Sedert onheugelijke tijden beschouwden de Indo-Europese volkeren het paard als een begeleider van de Zon. In bepaalde gevallen was er sprake van één paard, soms waren het er twee, een wit en een zwart. Het witte paard vervoerde de Zon overdag, het zwarte ‘s nachts. We zouden dus, religieus-symbolisch kunnen stellen dat het paard de volledige cyclus van de zonneloop vormt. En waarschijnlijk moeten we hem dan ook zien als synoniem voor het jaarrad of voor de kosmische boom waarlangs de zon opklimt en ondergaat. Dit wordt op meerdere plaatsen bevestigd. Zo drijft in de Indische mythen Indra (equivalent van Thor, de Hamergod) het zonnepaard aan (etása) dat het “zonnerad” met zich meevoert. En de naam van de twee Vruchtbaarheidsgoden die de zon begeleiden, de “Asvins” (= equivalent van Freyr-Freyja), kan vertaald worden als “Paardenheren”. Eveneens vermeldenswaard is het feit dat het Zonnepaard een éénraderige zonnewagen trekt (ékacakra) die drie naven (trinâbhi) bevat. Een dergelijke wagen kan alleen maar slaan op de Zon zelf die volgens de oude voorstelling uit drie personen (oude drie-eenheid / drie Zonnen) bestaat.

Maar de eigenlijke betekenis van het paard wordt uitdrukkelijk vermeld in de Brihandâranyaka- Upanishad (1,2,7) : “Breng daarom, als toegewijde aan alle Goden, aan Prajâpati (zinnebeeld van het Jaar), dit offer : Waarlijk, ziedaar het paardenoffer (asvarmedha - bij de Galliërs “Epomeduos”) dat daar (als de Zon) brandt : zijn lijf is het jaar!” Of nog (1,1,1) : “Het morgenrood is waarlijk het hoofd van het offerpaard, de zon zijn oog, de wind zijn adem, zijn kaken het alverspreide vuur, het jaar is het lijf van het offerpaard. De hemel is zijn rug, het luchtruim zijn buikholte, de aarde zijn buikwelving.”

Dit alles wijst er dus op dat het paard kan gezien worden als 1) het voertuig van de Zon, 2) het jaarrad of de kosmische boom waarlangs de Zon opklimt of ondergaat, 3) het al of de kosmos.
Ook in het hoge noorden komt een dergelijke symboliek voor. In de Edda (Sigrdrifomál 15) wordt gesproken over “het wiel dat wentelt onder de wagen van Hrungnir”. Hrungnir, een reus (winterzonnewende-symbool) verdedigde zich door het zonneschild (rad) onder zijn voeten te leggen als bescherming tegen de in de aarde afgedaalde Dondergod Thor. Dat het wel degelijk om de zon gaat blijkt uit het beurtelings aanwenden van de termen “fóta Hrúngnis” (Hrungnis’ voeten) en “sol” (= zon). Het zou volgens wetenschappers ook kunnen dat de “wagen van Hrungnir” verward wordt met de “wagen van Rognir” (reid Rognis). Rognir betekent “heerser” en is een andere naam voor Odin of Wodan.

In de middeleeuwen heette men hem Woen(vandaar “woen”sdag) en in het Middelnederlands kende men nog de zg. “Woenswaghen”, misschien gelijk te stellen met de Helkell uit de “Gentsche Ommeganck”. Bij de Noren bestond er zelfs een paard “Helhest” dat met slechts drie poten in de Wilde Jacht meeliep, en dat aanzien kan worden als het paard van de Onderwereldgodin. De zg. Wilde Jacht is een oude mythe waarin verhaald wordt dat Odin, de Oppergod, in de midwinter periode door de lucht rijdt op zijn achtbenige schimmel Sleipnir, gevolgd door een schaar geesten. Later is deze mythe overgegaan op St. Hubertus’ Wilde Jacht. In Vlaanderen spreekt men anders ook nog over de “Tillekensjacht”, “Henske met den hond”, “Helse Wagen” of “Klüppeljacht”.

De antropoloog Arnold Van Gennep verzamelde in Frankrijk zo’n 60 verschillende benamingen voor de Wilde Jacht. De verspreiding over het volledige Noord-Europese gebied is dus enorm. Zoals hierboven vermeld is het uitgerekend deze God Odin of Wodan die op een achtvoetig paard rijdt, m.n. Sleipnir. Een gelijkaardig beeld vinden we bij de Russen waar de held Joruslan, koning “Vuurschild” (Oud-Noors himin-targa) op een achtvoetig paard (achtspakig rad) over het stille water brengt. Voorstellingen waarop het paard de zon begeleidt komen dan ook vrij veel voor in de oudheid. Er is de overbekende zonnewagen van Trundholm, die gevonden werd in 1902 op Seeland. Het is naast een zonnevoorstelling ook een kalender (zon = jaar). Anderzijds de Zweedse rotstekening van een paard dat een éénraderige wagen trekt. En zo kunnen we het rijtje blijven aanvullen. Ook de kristenen hebben dit idee overgenomen. Een Romeinse grafplaat vertoont een paard waarop het Kristus-zegelmerk is aangebracht.

Vermits het jaar beëindigd wordt met winterzonnewende, werd ook het symbool voor het jaar, m.n. het paard, tijdens die periode geofferd. Dat gebeurde als volgt. In de midwinterperiode hield men paardenwedrennen. Het dier dat de race won, werd geofferd aan de centrale God (de Hamergod vb. Mars in Rome, Indra in India, ...) De wedren stelde de zonneloop voor waarna de zon of het jaar (het paard) stierf op het einde van een cyclus. Trouwens bij alle Indo-Europese volkeren gold het paardenoffer als de hoogste daad die men kon stellen t.o.v. de Goden. Bij Tacitus kunnen we lezen : “Een eigenaardigheid van de Germanen is ook, dat zij paarden raadplegen om te vernemen wat deze verkondigen of waarvoor ze waarschuwen. Op kosten van de gemeenschap onderhoudt men in de aan de Goden gewijde bossen en wouden sneeuwwitte paarden. Men spant die dan voor heilige wagens; de priester en de vorst of een ander hoofd van de gemeenschap schrijdt er naast en let daarbij op het hinniken of snuiven van de paarden. Aan geen andere voortekenen schenkt men meer vertrouwen, niet alleen het eenvoudige volk, maar ook de adel en de priesters. Immers de priesters zijn, volgens hun mening, slechts de dienaren van de God, de paarden echter zijn vertrouwelingen.”

Het houden van heilige paarden, om ze naderhand aan de Goden te offeren en hun vlees in een ritueel maal op te eten, werd door de Kerk hard bestreden. Bonifacius had in opdracht van Paus Gregorius III daartegen de doodstraf ingevoerd en in art. 4 van de wet van Karel de Grote werd eveneens hiervoor de doodstraf toegepast. In het jaar 747 legde men in de synode van Cleveshoe, onder leiding van de aartsbisschop van Canterbury vast, dat de drie dagen voor hemelvaart met vasten en misoffers doorgebracht moesten worden, maar zonder ijdele nevenvermaken als wedrennen, spelen en maaltijden. In de Vlaamse toponymie is er een plaats die met deze cultische maaltijden in verband gebracht kan worden. Zo meent Jan de Vries dat Orsmaal een vervorming is van Rosmaal. We hebben hierboven reeds gewezen op de betekenis van het woordje “maal” als vergaderplaats of “mallo” als cultische eredienstplaats. Orsmaal zou een plaats kunnen zijn waar men samenkwam om een cultische maaltijd van paardenvlees (ros) te laten plaatsvinden. Ook Jacob van Maerlant gebruikte deze “ors”wending in zijn “Merlijn” dat geschreven werd tussen 1260-1287. Het luidt als volgt :

“Ende hi viel van den orsse neder daer
ende lach in ontmacht oec daer naer,
dat men niet conde geweten daer bi
weder hi doet oft levende sij.”

In Maalbergen, een woord waarin eveneens “maal” voorkomt, gelegen nabij Zundert gelooft men dat er vroeger “witte wyven” samenkwamen en dat er spookpaarden werden gezien. Een overblijfsel van een dergelijke rituele maaltijd kunnen we ook nog herkennen in Scandinavië waar men in de winterperiode het joelpaard, een offerkoek in paardenvorm, eet. Evenzeer van oude religieuze betekenis is het voorbehouden van een handgreep haver uit de laatste schoof voor het paard van “Jöde uit Uppsala”, zoals men in Zweden het uitdrukt. “Jöde” is een andere naam voor Odin. Bij ons is dat overgegaan op de figuur van St. Niklaas. Hier leggen de kinderen op de vooravond van het St. Niklaasfeest een schoof haver voor het paard van Sinterklaas, zeg maar voor de Paardengod, klaar. Het moet dus duidelijk zijn waarom er in bepaalde St. Nicolaas kerken een hoefijzer werd ingemetseld.

Een andere heilige die met de paardencultus in verband dient gebracht te worden, is St. Stefanus, gevierd op 26 december. Het is duidelijk dat de feestdag van de heilige in volle midwintertijd valt, de periode waarin de rituele wedrennen en de cultische paardenmaaltijden gehouden werden. Nochtans wijst er niets in de levensloop van de heilige op een speciale band met de paarden. Toch werden op 26 december ommegangen door de velden gemaakt die eindigden bij een stromende beek waar men aan het water geneeskundige krachten toeschreef. Als de jonge mannen op deze rit langs een hoeve kwamen, waar de stal niet in orde gebracht was, namen zij dat werk over. Daarna reden ze naar het hof en poogden er met de paarden het woonvertrek binnen te rijden. Daar werden ze door de boer op een glas brandewijn onthaald. Allerlei grappen werden er uitgehaald en het ging er soms vrij wild aan toe. Uniek is het feit dat de jongelui hierbij maskers droegen of in stro gehuld waren. Elders droegen ze witte hemden en hadden ze hun gezichten zwart gemaakt. Het zwartmaken van de gezichten is een typische uitdrukkingsvorm om als dode op te treden. Het hullen in witte hemden, maskers of stro wijst op het verband met een restant uit de inwijdingsrituelen. Dergelijke ommetochten die door de velden werden gehouden om vruchtbaarheid te brengen, lijken vrij sterk op 1) de cultische ommetochten van Odin met zijn dodenheir ( Wilde Jacht-motief), 2) de wedrennen die in de midwinterperiode gehouden werden, waarbij het paard centraal stond.

De paardenoffers blijken het langste stand te hebben gehouden bij de Siberische volkeren waar het sjamanisme tot het begin van deze eeuw bleef bestaan (en sommigen beweren zelfs dat het er vandaag nog steeds gebeurd). Nadat de sjamaan d.m.v. zijn rituele kracht het paard gevraagd had hem geestelijk te begeleiden naar de Opperste God Bai Ülgän en de geest van het dier hierin toestemde, werd het gedood, stak de priester het paardenhoofd op een stok en klom hiermee via een boom of paal (kosmische boom) naar de hemel. In andere gevallen imiteerde hij het berijden van een paard (op zijn stokpaardje) en riep na een bepaalde extatische periode uit dat hij de hoogste hemel bereikt had. Dergelijke rituelen hebben zich eveneens binnen de Indo-Arische godsdienst afgespeeld en naar alle waarschijnlijkheid ook bij ons. Want is het niet al te opvallend dat uitgerekend in de midwinterperiode de zg. stokpaardjes bij ons verschijnen, al of niet in samengaan met de figuur van Sinterklaas? Zo is Oeteldonk vermaard voor zijn “bieze perdjes” en men kent ze ook in Echt en in Sittard. In Namen traden tijdens carnavalsoptochten soms tot 2000 stokpaardruiters op.

Waarschijnlijk was het rijden op een “hobbyhorse” voorbehouden aan een selecte groep van ingewijden in de oude mysteries, die eens in het jaar, met midwinter, in een extatische toestand verkeerden. Ze zouden wel eens verband kunnen houden met de cultische ommetochten die bestempeld worden als “Wilde jacht” waarbij het wilde aspect uitgerekend dat extatische uitdrukt. We vinden hen in de oudheid bij de Grieken als “Sileni” (paardmensen) of “Centauer” en tot op heden komen ze nog voor in Roemenië als “calusari” en waarvan de oorsprong in de verre oudheid terugreikt tot bij de paramilitaire cultische mannenbonden. Op de Gallehushoorn uit Nordschleswig treffen we eveneens een paardmens aan en we hadden het ook reeds over de grafsteen van Aberlemno. Een paardmens houdt er een boom op zijn schouder als symbool voor het opklimmen van de geest naar de Goden.

In onze kontreien werd tot laat in de middeleeuwen aan paardenschedels een onheilafwerende kracht toegekend. Ze werden op een staak gestoken en op de akker geplaatst of aan de nok van het dak bevestigd ter voorkoming van ziekte en ongeluk. Eén van de laatste voorbeelden van een dergelijke traditie vinden we op een ets van een boerenkermis bij Pieter Brueghel.

In Saksische streken verhaalt men soms nog de legende van Hengist en Horsa (= hengst en “horse” of paard), twee helden die het kanaal overstaken en het Angelsaksische rijk gesticht zouden hebben. En tot op heden noemt men de beide paardenhoofden die de traditionele Saksische boerderijen tooien : “Hengist & Horsa”. Ze zijn een restant van het oude kosmische geloof van onze voorouders voor wie de hoeve nog als symbool voor het al diende en de paarden vereenzelvigd konden worden met de twee jaarhelften, de zonneloop van winter naar zomer en omgekeerd. Niettegenstaande een dergelijke symboliek nog slechts met mondjesmaat voorkomt, kunnen we haar vandaag nog vinden in Gelderland, een streek waar de Saksische invloed blijkbaar langer heeft stand gehouden dan elders. In Vlaanderen zijn ze zeldzamer.

Bij ons, in Vlaanderen, hebben we één van de mooiste paardenmythen die in Europa opgetekend werden. Iedereen zal onmiddellijk beseffen dat we hiermee de legende van het Ros Beiaard bedoelen. Het verhaal speelt zich om en rond Dendermonde af. De zwager van Karel de Grote, zo vernemen we, Heer Aymon, heeft vier kinderen, Reinout, Ritsaard, Writsaard en Adelhart. Bij de kroning van Karels zoon, Lodewijk, worden de vier gebroeders door hun vader tot ridder geslagen en krijgen elk een stuk land, een kasteel en een paard ten geschenke. De oudste onder hen, Reinout, slaat een eerste rijdier zo maar morsdood, en breekt een tweede de lenden. Slechts het gevaarlijke, door iedereen gevreesde Ros Beiaard vindt hij naar zijn zin.

Aan het hof van Karel de Grote komt het weldra tot een bloedig treffen tussen Reinout en Lodewijk, mede door een slinkse streek van deze laatste en het oplaaien van een oude familievete. Reinout doodt zijn neef en op het laatste nippertje ontkomen de vier vechtjassen. Zij redden het vege lijf op de brede rug van Beiaard, Reinouts trouwe strijdros. Dat wordt meteen de start van een verbeten, meedogenloze strijd, tot in Spanje toe, die slechts een einde neemt na bemiddeling door Aya (Vorsie), Aymons verzoeningsgezinde vrouw, bij haar broer. Zijn moeder terwille, aanvaardt Reinout, uiteindelijk zijn ooms strenge voorwaarden tot een duurzaam bestand : de verdrinkingsdood van het Ros Beiaard, bij de samenloop van de Dender en de Schelde. Na drie vergeefse pogingen, waarbij het arme dier steeds opnieuw de oever bereikt, gaat Beiaard de legende in met drie zware molenstenen aan nek en poten.

Het verhaal van het Ros Beiaard bevat slechts een uiterst kleine historische kern en moet veeleer als een restant van een overoude mythe opgevat worden. Hiervoor getuigt het patroon waarin het verhaal is opgesteld. Het komt overeen met een soortgelijke Keltische mythe waarin Rhiannon (is Reinout hiervan een vervorming?) de hoofdrol speelt. Dit verhaal staat in verband met de Keltische Paardengodin Epona. En is het niet merkwaardig dat ook in Dortmund (vgl. Dendermonde) de mythe van het Ros Beiaard verteld wordt en dat Reinold tot heilige van de stad verheven is! Over de Reinoldsmythe kunnen we nog wat berichten om de oudheid ervan te illustreren. Zo bvb. over het inrichten van de ommegang in Dendermonde. Enkel de nazaten in rechte lijn van oude pijndersgeslachten mochten in ploegen van twaalf het reuzendier dragen (850 kg.). Het pijndersambacht had het monopolie over het lossen en laden van schepen en kelderen van wijn en bier. Het was gestructureerd als een soort bond, een gesloten groep, te vergelijken met de middeleeuwse gilde. Het beroep ging over van vader op zoon; tijdens zijn korte leerperiode moest de twintigjarige kandidaat zijn kracht en vaardigheid bewijzen en ‘s vrijdags voor vastenavond “wildeman lopen”. Naakt werd hij met teer of siroop bestreken, in kippenpluimen gerold en door de straten van de stad gejaagd, voorafgegaan door ketelmuziek. De “wildeman” moest de andere pijnders, die zich met planken aan schouders en borst beschermden, met een knots pogen te treffen. Dit alles wijst er op, zoals wij reeds hierboven zagen, dat het hier eerder om een inwijdingsbond ging geschoeid op de oude traditionele leest. De kenmerken van de oude mannenbonden waren trouwens het “naakt” (in pluimen, in bladeren of in een berenvel) rondlopen, het dragen van een knuppel als teken van viriliteit en van verbondenheid met de Goden. Het pijndersambacht overleefde de Oostenrijkse en Franse hervormingen en verdween pas met de eerste wereldoorlog.

Het Ros Beiaard is een reusachtig paard dat drie molenstenen om de hals gebonden werd vooraleer het in de Dender verzonk. Symbolisch klopt dit volledig met wat wij tot hiertoe gezien hebben want slechts na het verschijnen van de derde zon (midwinter) sterft het jaar Het ondergaan in het water is het equivalent voor het verdwijnen in Moeder Aarde. Vandaar dat op sommige afbeeldingen paarden ook met een vissenstaart voorkomen. In dat geval spreekt men van het zeepaard (brimhestr) of golvenpaard (baru fákr) wat overeenkomt met het Griekse halos hippoi (Homerus). Deze termen werden eveneens aangewend om een “schip” aan te duiden. Niet onterecht want in de oudheid werden de paardenwagen en het schip beiden als zonnevoertuigen beschouwd (zie bvb. ons woordje “carrus navalis”/carnaval - scheepswagen). Wijzen we terloops op de staart van het paard die hier meestal in een odalvorm of spiraal gekruld is. Het zijn typische symbolen van de midwinterperiode waar de zon een nieuwe wending neemt.

1. Het moet eenieder opvallen dat de Zon hier weerom met een oog vergeleken wordt, net zoals het oog van Odin, van Varuna, van Horus… als de Zon aanzien worden.

Koenraad Logghe : Tussen Hamer en Staf, Brepols, ISBN 90 72100 42 5

Afbeelding

Epona

Brégenz (Vorarlberg, Austria)

A large sculpture from Brigantium (modern Brégenz, Vorarlberg, Austria) shows the goddess riding sidesaddle on a horse while surrounded by four or more other horses. It is thought to be a transitional type between the sidesaddle and imperial forms.
[Reinach 1898 pp 187-188 and pp. 194-195 and plate XII;
Magnen & Thevenot #214 and plate 47]

Er is maar één weg, en dat is de weg van de Waarheid
willy
 
Berichten: 1092
Geregistreerd: di 06 aug , 2002 10:01
Woonplaats: Brasschaat

Re: Paard als mythisch wezen

Berichtdoor Balance » wo 13 jun , 2007 21:52

els schreef:Ik kreeg het volgende verzoek in mijn mailbox, en plaats de vraag maar even op het forum.

Ik ben op zoek naar informatie over het paard als mythisch wezen. 28 februari hou ik een referaat van twintig minuten voor kunstgeschiedenis en behandel daar een schilderij van Susan Rothenberg, schilderij Red Banner. Graag zou ik ook wat over de achtergrond van paarden als mythisch wezen willen vertellen.
Hopelijk kunt u mij verder helpen.
Vriendelijke groet en dank voor u aandacht.


Voor de lezing aan de late kant natuurlijk, maar toch:
in de symboliek staat het paard vaak voor een kracht die groter is dan jezelf, hartstocht en wildheid, ongetemd. De centaurus (bovenkant man, onderkant paard) staat voor de mens die zijn wildheid passie en natuur nog maar half beteugeld heeft en dus halverwege zijn ontwikkeling is.

Je ziet dezelfde gedachte bij de minotaurus, waar de man half stier is. Waarbij de stier deels dezelfde symboliek uitbeeldt. Dat is ook precies wat de diepere symboliek achter de stierengevechten is: het beteugelen, doden en gekanaliseerd (getemd) laten herleven van de mannelijke onbeheerste power die enerzijds nodig is voor vooruitgang anderzijds ook destructief voor de gemeenschap kan zijn. De rode lap symboliseert het vrouwelijke dat dat man verleidt en provoceert (en dat zijn ondergang wordt, haha)

Wist je trouwens dat stieren niks met rood hebben, de lap kon net zo goed geel of zwart zijn - het beest reageert op het wapperen, niet op de rode kleur.

Historisch is belangrijk dat door het temmen van het paard de actieradius van de mens ineens gigantisch groter werd. Te paard (en in groepen) kun je de wereld in en was de man (amazones ook) tijdenlang onoverwinnelijk. Paardenvolken hebben veel op gang gebracht in de geschiedenis van de mensheid. Is een goed boek van: paarden zwaarden en nog wat. (Ene Diamond of zo?)
Ninhursag could burst out of joy, and her laughter was pure delight and mischief: 'This Enki, you will never find out!'
Balance
 
Berichten: 244
Geregistreerd: za 23 okt , 2004 11:11

paarden en Poseidon

Berichtdoor mark » ma 09 jul , 2007 17:31

De volgende informatie komt uit: M. Timmer, Van Anima tot Zeus. Encyclopedie van begrippen uit de mythologie, religie, alchemie, cultuurgeschiedenis en analytische psychologie, Rotterdam 2001, 560.

[b]Paard
Het paard heeft onder andere de volgende symboolbetekenissen.
1. Trekdier van de wage van de Griekse zonnegod Helios. Het paard stelde symbolisch energie voor en was verwant met het zonnewiel. Het paard was bij de Kelten ook een libido-symbool. De Keltische godin Epona was de heersers over paarden en ezels. Zij werd vereerd in Spanje en in West- en Midden-Europa.
2. De Grieken overwonnen de inheemse bevolking door gebruik te maken van door paarden getrokken strijdwagens. dit weerspiegelt zich in de mythe van Poseidon, de Heer van de Aarde, die Demeter verkrachtte. Zij was de Moeder van de Aarde van het voor-Griekse matriarchaat. De zeegod Poseidon werd beschouwd als de schepper van het paard. de golfpaarden in de zee duidden op blinde kosmische krachten die in de oerwateren aanwezig waren.
3. De algemene groeikracht en vruchtbaarheid van planten, het vee en de mens. Aan de Germaanse vruchtbaarheidsgod Freyr werden paardoffers gebracht.
4. Trouw tot in de dood. In Oud-Noorwegen werd het paard samen met de ruiter begraven, zodat deze in het hiernamaals op zijn eigen paard verder kon rijden. De Griekse Perséphoné beschikt over een aantal witte paarden.
5. Helderziendheid en intuïtie. Het paard waarschuwde, net als de ezel, de meester voor gevaren.
6.Het paard als symbool hing samen met de symboliek van de doodsboom. In de Middeleeuwen werd de lijkbaar aangeduid als het 'paard van Sint-Michael'. Het moderne Perzische woord voor doodskist betekent 'houten paard'. Het is het rijdier van gene zijde.
7. Het paard werd gezien als een bemiddelaar tussen hemelse en aardse krachten, zoals de adelaar en de hertenbok. De god Odin, de zielenbegeleider, verplaatste zich door de lucht op zijn witgrijs gespikkelde paard Sleipnir.
8. Heksen veranderden zich graag in paarden. Het was daardoor gevaarlijk om paarden op een schip te vervoeren, omdat men dan de kans liep als paard vermomde heksen mee te voeren die stormen aanriepen.
9. Viriliteit. Het paard heeft de betekenis van een bronstig dier. Een zwakke minnaar wordt een zondagsrijder genoemd.
10. Het paard vertegenwoordigt de volkomen onbewuste, spontane levenskracht. de vitaliteit, de zuiver instinctmatig energie van de natuur, de levensstroom.
11. Paarden worden geassocieerd met de vier windrichtingen, met kleuren en planeten.
12. In dromen is het paard vaak een theriomorf symbool van het zelf.
Docent Geschiedenis/ Historicus/ Mytholoog
mark
 
Berichten: 21
Geregistreerd: zo 08 jul , 2007 19:50
Woonplaats: Kekerdom


Keer terug naar Prikbord mythologie, goden en godinnen

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast

cron