Forum godinnen en beeldvorming
 weblog | godinnen | forum home ||

Een moeder van volkeren

Plaats hier alles over jodendom christendom islam en hieraan verwante godsdiensten.

Een moeder van volkeren

Berichtdoor willy » vr 14 jul , 2006 11:25

Een moeder van volkeren

In Genesis wordt erg weinig verteld over de directe familie van Sjem, maar ze worden opgesomd in de loop van negen generaties (11:10-27), en de gedetailleerdere verhalen van afzonderlijke aartsvaders beginnen opnieuw met Abraham en zijn vrouw Sarai (Sara). Eens te meer wordt dit paar omgeven met verwarring, want hoewel van de Hebreeuwse erfenis wordt gedacht dat ze is doorgegeven via hen, zegt men van Sarai dat ze onvruchtbaar is geweest gedurende de vroege jaren van haar huwelijk (11:30). Dit is geen ongewoon verschijnsel in de bijbelse verslagen van deze familie : Rebekka, de vrouw van de zoon Isaak die ze uiteindelijk kregen, werd ook beschreven als onvruchtbaar (25:21), net zoals Rachel, de vrouw van de zoon van Isaak en Jakob (29:31). Het was gebruikelijk in die dagen dat meisjes trouwden voor de leeftijd dat ze kinderen konden krijgen en het is naar de onvruchtbare periode van het begin van hun huwelijksleven dat de oude teksten in het algemeen verwijzen.(2)

Het verhaal van Sarai is niettemin vreemd. Eerst wordt ons verteld dat ze niet bevrucht kan worden, maar dan horen we een paar verzen later dat haar echtgenoot, Abraham de grondlegger en aartsvader van een grote natie moet worden (Genesis 12:2). Daarna bood Sarai aan Abraham haar Egyptische metgezellin Hagar aan, “om zijn vrouw te zijn” - maar wanneer Hagar zwanger wordt, wordt ze gestraft en verbannen door Sarai (16:1-16), alsof de uitkomst niet verwacht was. Na verloop van tijd wordt Ismaël, de oudste zoon van Abraham, uit Hagar geboren, maar dan wordt aangekondigd dat zijn erfrecht moet wijken voor dat van een toekomstige zoon uit de tot dan toe onvruchtbare Sarai - een zoon die de naam Isaak zal krijgen.

In deze fase van het verslag in het Oude Testament worden er nog drie uitspraken gedaan door Jehova, die El Shaddai wordt genoemd in de vroege teksten. Ten eerste krijgt Abraham een nieuwe naam in plaats van zijn oude naam Abram. Ten tweede wordt het ritueel van besnijdenis ingevoerd voor de erfgenamen van de familie. Ten derde wordt de Mesopotamische naam van Sarai, die “omstreden” betekent, veranderd in “Sara” wat een “prinses” aanduidt.(3) In verband met de naamsverandering van Sarai informeert El Shaddai Abraham dat de zojuist herdoopte Sara een “moeder van volkeren” zal zijn en dat “koningen uit haar zullen voortkomen” (Genesis 17:15-16).

Hoewel de familie van Abrahams voorouders invloedrijk was geweest in Mesopotamië, is dit de eerste vermelding in de bijbel van toekomstig koningschap - maar er wordt geen reden gegeven voor een dergelijk naar het schijnt belangrijk vooruitzicht. In feite wordt dit speciale verbond eigenlijk niet gesloten met Abraham, maar met de ongeboren Isaak. “Ik zal mijn verbond sluiten met hem als een eeuwig verbond, en met zijn zaad na hem” (17:19).

Genesis (15:18) bevat ook de belofte dat de nakomelingen van Isaak het Egyptische rijk zullen erven “van de rivier van Egypte, tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat”. Abraham was hierdoor enigszins verwonderd en vroeg naar de vooruitzichten van Ismaël, waarop El Shaddai antwoordde dat Hij “hem vruchtbaar zou maken”, maar “mijn verbond zal Ik sluiten met Isaak” (17:18-21). Dit maakt duidelijk dat Isaak, hoewel Ismaël de oudste van de halfbroers was, erkend moest worden als de voorouder van de toekomstige koningen. Waarom stemde Abraham er dan later mee in om Isaak met een mes te doden op het altaar in Moriag (22:9)? En waarom verwees de engel naar Isaak als Abrahams “enige zoon” (22:11) toen hij het doden voorkwam, als we weten dat hij voordien Ismaël had verwekt? Wanneer we nadenken over deze twee vragen is het van belang dat de koran, die hetzelfde verhaal van het bijna-offer vertelt, niet de naam van de desbetreffende zoon noemt. Ja, veel islamitische geleerden concluderen dat het beoogde slachtoffer niet Isaak was, maar Ismaël, de zoon van Hagar,(4) die in het Boek van Adam wordt beschreven als de dochter van een farao die van Nimrod afstamde.

Onderzoekers hebben lang gedisputeerd en nagedacht over de ambiguïteit van de hele loop der gebeurtenissen, vooral verbaasd over de vraag waarom het Egyptische rijk het koninkrijk zou zijn dat wordt beloofd aan de opvolgers van Isaak. Historisch zou dit alleen kloppen als de samenstellers van Genesis wisten dat er een afstammingslijn uit Isaak farao was geworden.(5) Een andere anomalie die eveneens de historici versteld heeft doen staan, is de invoering van besnijdenis in dit bijzonder vroege stadium van de Hebreeuwse sage (Genesis 17:10-14).

Herodotus, de Griekse cultuurbeschrijver en Vader der Geschiedschrijving, die Egypte bezocht omstreeks 450 v.Chr., noteerde dat besnijdenis (een gewoonte “geërfd” door de Hebreeën) oorspronkelijk alleen werd uitgevoerd in het oude Egypte, zoals bevestigd is door onderzoek op opgegraven mummies,(6) en door een bas-reliëf in Karnak dat de procedure van de operatie weergeeft.(7) Als dit het geval was, dan was het niet alleen zo dat het Isaaks verbond van het koningschap de toekomstige heerschappij over Egypte beloofde (van de Nijl tot de Eufraat), maar ook dat het verbond van de besnijdenis een tot dan toe louter Egyptische gewoonte invoerde in de Hebreeuwse cultuur vanaf de dagen van Abraham.(8)

Waarom? Wat was de aard van de Egyptische invloed op de familie, vooral in die tijd? De enige connectie met Egypte waarvan we te horen krijgen, is de entree van Sarai in het huishouden van de farao, die haar wilde als zijn vrouw, waarop Abraham ontkende dat Sarai zijn eigen vrouw was en in plaats daarvan beweerde dat ze zijn zuster was (Genesis 12:12-15). Dan, even later, krijgen we te horen dat Abraham en Sarai beiden nakomelingen van Terah waren, en Abraham legt uit : “Ze is mijn zuster; ze is de dochter van mijn vader, maar niet de dochter van mijn moeder, en ze werd mijn vrouw” (Genesis 20:12).

In de Ethiopische kroniek Nazoem al-jawahir (“Het snoer van edelstenen”) worden de vrouwen van Terah vermeld als Töhwait (moeder van Sarai) en Yawnü (moeder van Abraham). Töhwait wordt ook vermeld in de Oudsyrische M’arath Gaze als Naharyath, die kan worden gelijkgesteld met Nfry-ta-Tjewnen, de voormalige vrouw van farao Amenemhet I. Haar zoon uit dit huwelijk was de volgende farao Senoesret I - juist de farao die Sarai opeiste als zijn vrouw. Dit is geen verrassing, aangezien Sarai via haar moeder de halfzuster van Senoesret was (evenals via haar vader de halfzuster van Abraham) en het was een gangbare praktijk voor de Egyptische farao's om met hun zusters te trouwen, teneinde het koningschap via de vrouwelijke lijn door te geven. Als we dit in gedachten houden, zou het dan niet kunnen zijn dat Isaak uiteindelijk niet de zoon van Abraham was, maar de zoon van Sarai en de farao? Laten we nog eens kijken naar de volgorde van de gebeurtenissen betreffende Abraham en Sarai in Egypte.

De Engelse vertaling van Genesis (12:19) citeert de farao wanneer deze tegen Abraham zegt : “Waarom zei je, ze is mijn zuster, zodat ik haar als mijn vrouw had kunnen nemen?” Maar dit is niet wat de Hebreeuwse bijbel zegt. Dezelfde passage, direct vertaald uit het Hebreeuws, zegt : “Waarom zei je, ze is mijn zuster, zodat ik haar tot mijn vrouw nam?”(9) Er is hier sprake van een duidelijk verschil, en de Hebreeuwse schrijvers benadrukten het feit dat Sarai en de farao inderdaad een tijd getrouwd waren. In tegenstelling daarmee merkt zowel de Hebreeuwse als de Engelse tekst op - als ze spreken over een latere periode, over de tijd dat Sarai bij koning Abimelech van Gerar was (Genesis 20:1-6) - dat “Abimelech niet in haar buurt kwam”. Zo'n opmerking wordt niet gemaakt over haar verhouding tot de farao.

Als Isaak de zoon was van farao Senoesret, dan vallen de schijnbaar raadselachtige bijzonderheden van het verbond keurig op hun plaats. We zouden dan gemakkelijk kunnen begrijpen waarom de naam van Sarai veranderd werd in Sara (prinses). Evenzo is de invoering van de Egyptische gewoonte van besnijdenis logisch, net zoals het vooruitzicht van een toekomstig dynastiek koningschap in het gebied van Egypte. Het zou zelfs het belang van het mysterieuze “geboorterecht” verklaren, dat uiteindelijk door Isaaks zoon Esau aan zijn broer Jakob werd verkocht (Genesis 25:30-34). Alles samenvattend is dat zeer dwingend bewijsmateriaal dat Isaak heel goed de zoon van de farao en niet de zoon van Abraham kan zijn geweest. Echter, het bewijsmateriaal is, hoewel overtuigend en wezenlijk rationeel, grotendeels indirect. Misschien zal er op een dag informatie worden blootgelegd die doorslaggevend bewijs zal geven voor het een of het ander. Ondertussen blijft Isaak de zoon van Abraham, in overeenstemming met de oeroude overlevering.

Het Genesis-verhaal van Isaak en zijn zoektocht naar een vrouw (Genesis 24) schildert een nogal ander beeld van Abraham dan dat wat tot hier toe wordt geschetst. Heel plotseling verschijnt Abraham niet als een alledaagse nomade, maar als een rijke heerser met goud, zilver, kamelen, kuddes en een groot huishouden met dienaren. Dit past een stuk beter bij zijn eerdere portret als een militaire commandant (Genesis 14) die de legers van vier koningen verslaat om zijn neef Lot te redden, en het is meer in overeenstemming met de voormalige hoge positie van zijn familie in de Chaldeeuwse stad Ur. Het is ook veelbetekenend dat er in het vooruitzicht dat Isaak de vader zou worden van een koninklijk ras, voor hem niet een echtgenote werd gekozen uit de vrouwen van Kanaan. Ze werd speciaal gekozen door een gezant van Abraham uit zijn eigen familie in Mesopotamië, en toen Isaak zijn nicht Rebekka uit Haran trouwde, was ze bedekt met juwelen en werd ze vergezeld door dienstmaagden in de stijl van een adellijke bruiloft.

Hun tweelingzonen waren Esau en Jakob, van wie de laatstgenoemde later herdoopt werd tot Israël. Zoals zijn vader vóór hem, trouwde Jakob met iemand uit de familie van Rebekka in Haran, en hij koos voor zijn volle nicht Rachel. Maar in de avond van het huwelijk smokkelde Rachels vader Laban haar oudere zuster Lea in Jakobs bed, zodat ze het eerst huwde, in overeenstemming met de gewoonte. Zo kwam het dat Jakob eindigde met twee vrouwen (Genesis 29:28), bij wie hij een talrijk nageslacht had. Hiermee niet tevreden, had Jakob ook nog kinderen bij de dienaressen van zijn vrouwen, Bilha en Zilpa. Het nettoresultaat was dat uit deze overvloed aan zonen bij vier verschillende vrouwen de twaalf stammen van Israël voortkwamen.

In het gedeelte over Abraham in de Genesis Apocryphon uit Qumran, ziet Abraham zichzelf in een droom als een “ceder”, met zijn vrouw Sara als een “palmboom”.(10) Zijn angst was dat de farao de ceder zou kunnen omhakken bij zijn jacht op de palm - wat wil zeggen dat Abraham inzag dat zijn leven bedreigd werd omdat hij met Sara getrouwd was, die de wettige zuster-echtgenote van koning Senoesret was. In de oudste Soemerische liturgieën, en op de koninklijke zegels, was de gevallen ceder een symbool van een dode god; de godin Isjtar had naar verluidt “de nobele ceder op doen rijzen” toen ze haar geliefde echtgenoot Doemoe-zi weer opwekte. Vreemd genoeg waren er echter geen ceders in Soemerië, waar de enige boom van formaat de dadelpalm was.(11) Ceders groeiden alleen in het bergachtige gebied van noordelijk Mesopotamië.

Het symbool van de koninklijke palmboom was in essentie Arabisch en lijkt zich te hebben ontwikkeld in een afstammingsreeks die voortkomt uit Cham, de zoon van Tubal-Kaïn. De grote palmenoase ten zuidoosten van de berg Sinaï, voorbij Aqaba, werd Tehama genoemd (Teima of Tema) vanwege de felle hitte van het zand in de streek,(12) en uit deze stam ontwikkelde zich de Hebreeuwse naam Tamar, die zo belangrijk werd in de Messiaanse stamboom. De oorspronkelijke bijbelse Tamar was een schoondochter van Isaaks kleinzoon Juda, en er is een erg vreemd verhaal in Genesis (38:1-30) over hoe ze zwanger werd van haar schoonvader die haar niet herkende. Er worden enkele niet erg overtuigende excuses aangevoerd voor de daad van Juda, maar als een titulaire “palmboom” van de Chamitische erfopvolging zou Tamar een voor de hand liggende keuze geweest zijn als eerste matriarch van de koninklijke stamreeks die was beloofd aan de nakomelingen van Isaak. Juda had haar daarom uitgekozen als vrouw voor zijn eerstgeboren zoon Er, maar toen Er onverwacht stierf (Genesis 38:7), werd Tamar doorgegeven aan Onan, de jongere broer van Er, die ook voortijdig gedood werd. De auteurs schreven deze sterfgevallen toe aan de wil van Jehova en vertelden vervolgens hoe Tamar werd lastiggevallen door Juda, die haar bij vergissing aanzag voor een hoer, en haar een lam van zijn kudde aanbood als betaling. Er wordt geen reden gegeven voor het feit dat Tamar er niet toe kwam haar identiteit bekend te maken, maar na verloop van tijd baarde ze Pharez en de Hebreeuwse stamreeks naar koning David was in aantocht.

Wat ook de waarheid geweest moge zijn van Juda's affaire met zijn weduwe geworden schoondochter, het is duidelijk dat binnen een cultuur die het koningschap beschouwde als een in de vrouwelijke lijn verervend erfgoed, deze Tamar van belang was voor de erfopvolging, net zoals de eerdere Tamar (palmboom), Abrahams vrouw Sara, dat was geweest. De feiten achter de zaak werden echter vervormd toen het concept van een in mannelijke lijn verervende dynastie werd gepropageerd in een door mannen gedomineerde Hebreeuwse omgeving. Hierdoor ging het belang van Tamar voor de erfopvolging verloren. Tevens was vanwege de onwettige bevruchting van Tamar de stamreeks vanaf Juda volstrekt illegitiem, en pas later zou een wettig huwelijk een gepaste verbinding vormen met het Kaïnitische koninklijke bloed.

Een andere Tamar verschijnt als de dochter van koning David (2 Samuel 13) en er is een verhaal dat er sterk mee overeenkomt hoe ze door misleiding ertoe werd gebracht om met haar broer Ammon het bed te delen. Dan had Absalom, een andere zoon van David, een dochter die Tamar heette (2 Samuel 14:27), net zoals de latere koning Zedekia, en ook Jezus zelf.(13) De verhalen van individuele mannelijke familieleden die het nodig vonden om met Tamar het bed te delen zijn allemaal omgeven met bizarre verklaringen, maar deze vrouwen hadden een voortreffelijke status, wat dienstig was bij het voortzetten van de ware soevereiniteit van de stamboom, zoals die werd doorgegeven van de tijd van Isaak, parallel met de Egyptische erfopvolging.

Noten
2. Koningin Tiye van Egypte was nog maar acht jaar oud toen ze de koninklijke vrouw van farao Amenhotep III werd. Zie Osman, Ahmed, Stranger in the Valley of Kings, Souvenir Press, Londen, 1987, blz. 39.
3. Sarai- en Sarah-etymologie uit de Oxford Concordance to the Bible.
4. Osman, A., Stranger in the Valley of Kings, blz. 147.
5. Het woord farao betekent “groot huis”. Zie ook Peet, T. Eric, Egypt and the Old Testament, Liverpool University Press, Liverpool, 1922, blz. 103.
6. Freud, Sigmund, Moses and Monotheism, Hogarth Press, Londen, 1939, blz. 44 en 49. (Freud publiceerde zijn werk over Mozes eerder in het Duitstalige tijdschrift Imago in 1937, onder de titel “Mozes, een Egyptenaar”.) Zie ook Osman, A., Stranger in the Valley of Kings, blz. 35.
7. Alter, R., Genesis, blz. 73.
8. Josephus, F., Tegen Apion (1:22), in The Works of Flavius Josephus. Volgens Josephus was Herodotus degene die de Ethiopiërs en de Colchians met vroege besnijdenis in aanraking bracht, terwijl de Feniciërs en de Syriërs in Palestina hierover van de Egyptenaren hoorden.
9. Speiser, E. A., The Anchor Bible - Genesis, blz. 89; and Alter, R., Genesis, blz. 53.
10. Dupont-Sommer, A., The Essene Writings from Qumran, blz. 286.
11. Hooke, S.H., The Siege Perilous, SCM Press, Londen, 1956, blz. 34.
12. Koran, The (Al-Qur 'an of Mohammed) (introduction and discourse by Frederick Sale), Chandos/Frederick Warne, Londen (zonder jaar), blz. 4.
13. Gardner, L., Bloodline of the Holy Graïl, blz. 101.

Laurence Gardner : Oorsprong van de Graalkoningen (Tirion)

PS. Voor diegene die zich afvragen of ik dat nu zelf ook geloof wat hier geschreven is, het antwoord is neen, op enkele uitzonderingen na, zoals de vraagstelling over de vermeende onvruchtbaarheid van Sara, wat mij ook reeds was opgevallen. Dit is joodse mythologie, en mythologie blijft mythologie van welk volk dan ook, dus fictie, of anders gezegd, niet werkelijk bestaande personen gebruikt om iets te verklaren in symbolische taal, welke wij niet altijd nog begrijpen.
willy
 
Berichten: 1092
Geregistreerd: di 06 aug , 2002 10:01
Woonplaats: Brasschaat

Keer terug naar jodendom christendom islam

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast

cron