Forum godinnen en beeldvorming
 weblog | godinnen | forum home ||

Aradia

Wicca, heidendom, new age / paganisme, satanisme etc.

Berichtdoor Sygrid » wo 24 jul , 2002 9:31

Wie weet wíe de godin Aradia was? Was ze Grieks of niet?
Sommigen zeggen dat ze een synoniem voor Demeter en Persephone is.....
Zijn er ook plaatjes van haar?
Sygrid
 

Berichtdoor els » wo 24 jul , 2002 9:44

Aradia was een naam voor de koningin van de heksen in de middeleeuwen. Het is mogelijk een verbastering van Herodias. Namen voor de leidster van de heksen of van de Wilde Jacht waren o.a. Herodias, Diana of Holda. Ze werd ook wel gelijkgesteld aan Hecate. Herodias is in het Nieuwe Testament de moeder van Salome.
Hier is wat info over Aradia:





Dit heb ik overigens niet gelezen, het is me iets te lang, dus ik weet niet wat je eraan hebt)

Bij de paganisten etc. is Aradia tegenwoordig weer een bekende naam. Zelf heb ik daar niet zoveel verstand van.

Groet van Els.
els
Beheerder
 
Berichten: 3134
Geregistreerd: zo 14 jul , 2002 22:08
Woonplaats: Amsterdam

Berichtdoor wolverine » di 30 jul , 2002 16:01

Ariadne is wel Grieks, die naam lijkt er wel n beetje op. (kom genoeg mensen tegen die de namen door elkaar gebruiken)
wolverine
 

Berichtdoor els » za 03 apr , 2004 12:10

Ik kreeg de volgende mail in de mailbus, ik was eigenlijk vergeten dat ik had gezegd dat ik hem wel op het forum zou plaatsen, maar doe dat toch maar even bij deze.

Bericht: Hoi en merry meet,
Ik kreeg deze link door via mijn vriend en daar ik wat heb met de godin aradia, was ik dadelijk benieuwd om te zien wat hier over haar zou geschreven staan. NIKS dus ... héél jammer omdat ik net méér over haar te weten wil komen. Ik weet al een héél klein beetje over haar. Die informatie heb ik uit de heksenagenda van 2004. Ik zal hem je even doorsturen!!

Hier komt ie: Italiaanse godin, dochter van zon (Lucifer,lichtbrenger) en maan (Diana). Aradia wordt beschouwd als de voornaamste lerares die de magische kunsten doorgeeft aan de heksen.
In heksenkringen is zij ZO belangrijk, dat haar naam min of meer synoniem is geworden voor het begrip 'de godin'.
Voilà ... Hopelijk ben je hier wat mee!! Enne ... indien je méér
vindt over Aradia, mag je het me altijd toesturen.
Lieve groeten. Iksje.


Nogmaals bedankt, Iksje, en als ik meer info heb gevonden, zal ik het naar je mailen.
Groet van Els.
els
Beheerder
 
Berichten: 3134
Geregistreerd: zo 14 jul , 2002 22:08
Woonplaats: Amsterdam

Berichtdoor Pallas Athena » ma 06 maart , 2006 19:03

De legende van Aradia

La Bella Pellegrina; de mooie pelgrim

Er was eens een jonge vrouw Aradia genaamd, ze woonde in het stadje Volterra in Italie. Ze was geboren op13 augustus 1313. Op 10-12 jarige leeftijd trok ze met haar ouders naar het Nemi meer. Dit is een gebied niet ver van Rome. Daar wijdde haar tante haar in in de geheimen van de Oude Religie: de leer van Diana; koningin van de Maan, de magie en van de Elfen, maar ook van de armen en verdrukten in die tijd. De roem van Aradia's wijsheid en schoonheid reikte over héél het land en de mensen vereerden haar. Ze noemden haar "La Bella Pellegrina" dat zoiets betekent als 'de mooie pelgrim'.
Aradia vormde covens in midden-Italie gedurende de 14e eeuw. Ze onderwees er de Oude Religie, magie, maar bovenal spiritualiteit.
Ze gaf de arme, door de hogere klasse verdrukte boeren hoop en steunde ze in hun ellendige bestaan. Het was in die dagen dat de kerk zijn macht liet gelden en de lagere klasse onderdrukte en uitzoog. De tijd waarin de inquisitie ontstond (rond 1350).
Aradia schonk het volk haar erfdeel: de kennis en het geloof in de God en de Godin! Ze leerde hen de harmonie en de kracht van de natuur. Samen met haar voltrokken zij de heilige rituelen der seizoenen en observeerden de maan en leerden dat er tijdens de volle maan grote planetaire krachten aanwezig waren. Zij moest haar leer echter in het geheim verspreiden omwille van het gevaar van de inquisitie.
Zo werd Aradia de grondlegster van de oudste religie waar ook de wicca en vele andere religies van afgeleid zijn. Stregheria, de Italiaanse hekserij is de leer van de oude Etrusken.


Aradia werd later verheven tot de mythologie als de dochter van de Godin Diana en de god Lucifer, en werd verkozen tot de Koningin der heksen.

hoop dat je er iets aan hebt :knipoog:
Leraren zijn net kalenders, het liefst hang je ze op.
Pallas Athena
 
Berichten: 189
Geregistreerd: vr 03 maart , 2006 20:33

Berichtdoor Endymion » wo 14 feb , 2007 9:30

Eerst was het duister en donker alom. Toen was er het licht, stralend en mooi: Diana. Diana wentelde en draaide en danste op de noorderwind. Al gauw danste ze niet meer alleen, er was een tweede gekomen, gelijk aan haar maar waar Diana licht was, was de tweede donker. Ze hielden zich vast en dansten en beminden elkaar. Maar de Donkere ontglipte Diana en ze verwijderde zich van haar. De Donkere begon te veranderen: eerst in de baluwe god van de liefde, dan in de rode krijgsgod en tenslotte in de groene god van het woud. Op deze wijze kwam de tweede weer bij Diana, maar was niet meer als voordien. Daarvoor kon hij haar een dochter schenken, Aradia, de sterrenmaagd die Diana en Cernunnos naar de aarde stuurden om de vrouwen in te wijden in de heilige rituelen.


Zo heb ik het verhaal eens ergens gelezen.
Kein Leid dauert in mir so lange wie diese Freude, bis auf eins, und auch dafür dank ich dir.
Endymion
 
Berichten: 89
Geregistreerd: ma 12 feb , 2007 12:20

Berichtdoor willy » za 24 feb , 2007 15:39

Afbeelding

Eurynome

De Pelasgische scheppingsmythe

In den beginne rees Eurynome, de Godin van Alle Dingen, naakt op uit Chaos, maar trof niets substantieels aan waarop ze haar voet kon zetten en scheidde daarom de zee van de hemel, waarna ze eenzaam op haar golven danste. Ze danste naar het zuiden, en de wind die ze achter zich in beweging bracht, scheen haar iets nieuws en aparts toe, waarmee ze een scheppingsdaad kon verrichten. Ze draaide zich bliksemsnel om, kreeg deze noordenwind te pakken, wreef hem tussen haar handen en zie! daar was de grote slang Ophion. Eurynome danste om zich te warmen, wilder en wilder, tot Ophion, wellustig geworden, zich om die goddelijke lendenen kronkelde en gedreven werd met haar te paren. Nu heeft de Noordenwind, ook wel Boreas genaamd, bevruchtende kracht; dat is de reden waarom merries dikwijls hun achterdeel naar de wind keren en zonder hulp van een hengst veulens voortbrengen. Ook Eurynome werd zo bezwangerd.

Vervolgens nam ze de gedaante van een duif aan, broedde op de golven en legde, nadat de geëigende tijd was verstreken, het Universele Ei. Op haar verzoek kronkelde Ophion zich zeven maal om dit ei heen, tot het uitkwam en in tweeën brak. Er uit viel al het bestaande, haar kinderen : de zon, de maan, de planeten, de sterren, de aarde met haar bergen en rivieren, haar bomen, gewassen en levende wezens.

Eurynome en Ophion vestigden zich op de berg Olympus, waar hij haar kwetste door de eer op te eisen de schepper van het Universum te zijn. Meteen daarop verpletterde ze zijn kop met haar hiel, schopte zijn tanden uit zijn mond en verbande hem naar de donkere spelonken onder de aarde.

Vervolgens schiep de godin de zeven planetaire machten en stelde over elk een Titaanse en een Titaan aan. Theia en Hyperion over de Zon, Phoibe en Atlas over de Maan, Dione en Krios over de planeet Mars, Metis en Koios over de planeet Mercurius, Themis en Eurymedon over de planeet Jupiter, Tethys en Okeanos over Venus, Rhea en Kronos over de planeet Saturnus. De eerste mens was echter Pelasgos, de voorvader van de Pelasgen; hij ontsproot aan de grond van Arkadië, gevolgd door enkele anderen, die hij hutten leerde maken, zich met eikels leerde voeden en buizen van varkenshuid leerde naaien zoals de arme mensen ze in Euboia en Phokis nog steeds dragen.

In dit archaïsche godsdienstige stelsel was vooralsnog geen sprake van goden en priesters, maar slechts van een universele godin en haar priesteressen, aangezien vrouwen de dominante sekse vormden en de mannen hun angstige slachtoffers waren. Het vaderschap werd niet erkend omdat de conceptie werd toegeschreven aan de wind, het eten van bonen of het per ongeluk doorslikken van een insect; overerving geschiedde matrilineair en slangen werden als incarnaties van de doden beschouwd.

Eurynome (‘de ver zwervende’) was de betiteling van de godin in haar gedaante van zichtbare maan; haar Soemerische naam luidde lahu (‘verheven duif’), een titel die later op Jehova in zijn functie als Schepper overging. In haar gedaante van duif sneed Mardoek haar op het Babylonische Lentefeest, als hij de nieuwe wereldorde instelde, symbolisch in tweeën.

Ophion, of Boreas, is de slang-demiurg uit de Hebreeuwse en Egyptische mythe — in de Vroeg-mediterrane kunst wordt de Godin voortdurend in zijn gezelschap afgebeeld. De uit de aarde geboren Pelasgen, die beweerd schijnen te hebben dat ze aan Ophions tanden waren ontsproten, waren oorspronkelijk wellicht de mensen die het neolithische ‘beschilderde aardewerk’ hebben vervaardigd; ze bereikten ongeveer 3500 voor Christus het vasteland van Griekenland vanuit Palestina en toen de vroege Helladen — immigranten uit Klein-Azië die via de Cykladen waren gekomen — zevenhonderd jaar later de Peloponnesos bereikten, troffen ze hen daar als bewoners aan : met de term ‘Pelasgen’ werden sindsdien echter in ruime zin alle voor-Helleense bewoners van Griekenland aangeduid.

Zo meldt Euripides (geciteerd door Strabo 5. 2. 4) dat de Pelasgen de naam Danaërs aannamen toen Danaos en zijn vijftig dochters in Argos arriveerden (zie 60. f). De beperkingen waaraan hun wellustige gedrag werd onderworpen (Herodotus 6. 137) verwijzen waarschijnlijk naar de voor-Helleense gewoonte erotische orgiën te organiseren. Strabo schrijft in dezelfde passage dat zij die in de buurt van Athene woonden bekend stonden als Pelargi (‘ooievaars’); wellicht was dit hun totemvogel.

De Titanen (‘heren’) en Titaansen hadden hun pendanten in de vroege Babylonische en Palestijnse astrologie, waarin ze godheden waren die de zeven dagen van de heilige planetaire week bestierden en zijn wellicht geïntroduceerd door de Kanaïnitische, of Hethitische, kolonie die zich in het begin van het tweede millennium voor Christus op de Isthmos van Korinthe vestigde (zie 67. 2), of zelfs door de Vroeg-helladen.

Toen echter de Titanencultus in Griekenland werd afgeschaft en de week van zeven dagen niet meer op de officiële kalender voorkwam, meldden sommige schrijvers dat het er twaalf waren, waarschijnlijk om hun aantal met de tekens van de Dierenriem te laten corresponderen. Hesiodos, Apollodoros, Stephanus van Byzantium, Pausanias en anderen geven onderling tegenstrijdige lijsten van hun namen.

In de Babylonische mythe waren de planetaire heersers over de dagen van de week — Samas, Sin, Nergal, Bel, Beltis en Ninib — allen mannen, met uitzondering van Beltis, de Godin van de Liefde, maar in de Germaanse week, die de Kelten aan het oostelijke Middellandse-Zeegebied hadden ontleend, werden de zondag, de dinsdag en de vrijdag door Titaansen en niet door Titanen bestuurd. Te oordelen naar de goddelijke status van de onderling gehuwde dochters en zonen van Aiolos (zie 43. 4) en de mythe van Niobe (zie 77. i), besloot men, toen het stelsel vanuit Palestina het voor-Helleense Griekenland bereikte, iedere Titaanse een huwelijk met een Titaan te laten aangaan teneinde de belangen van de godin veilig te stellen. Het duurde echter niet lang of deze veertien werden gereduceerd tot een gemengd gezelschap van Zeven. De machtsgebieden van de planeten waren de volgende : de Zon ging over het licht, de Maan over de betovering, Mars over de groei, Mercurius over de wijsheid, Jupiter over de wet, Venus over de liefde, Saturnus over de vrede. De klassieke Griekse astrologen pasten zich aan de Babyloniërs aan en kenden de planeten toe aan Helios, Selene, Ares, Hermes (of Apollo), Zeus, Aphrodite en Kronos — wier Latijnse equivalenten, die ik hierboven heb genoemd, in het Frans, het Italiaans en het Spaans nog steeds hun naam geven aan de weekdagen.

Ten slotte verslond Zeus, mythisch gesproken, de Titanen, met inbegrip van zijn vroegere zelf — aangezien de joden van Jeruzalem een transcendente God vereerden die was samengesteld uit alle planetaire machten van de week, een theorie die wordt gesymboliseerd in de zevenarmige kandelaar en in de Zeven Pilaren der Wijsheid.

Van de zeven planetaire pilaren die bij de Paardetombe bij Sparta waren opgericht wordt door Pausanias gezegd (2. 20. 9) dat ze op de oude wijze waren versierd; ze kunnen in verband hebben gestaan met de Egyptische riten die door de Pelasgen waren geïntroduceerd (Herodotus 2. 57). Of de joden de theorie aan de Egyptenaren hebben ontleend of andersom, is onzeker, maar de zogenaamde Zeus van Heliopolis die A.B. Cook in zijn Zeus bespreekt (1. 570-576), was Egyptisch van aard en droeg de borstbeelden van de zeven planetaire machten als front ornamenten op zijn borstpantser; gewoonlijk ook borstbeelden van de resterende Olympiërs op zijn rugplaat.

Een bronzen beeldje van deze god werd in Tortosa in Spanje gevonden en een ander in Byblos in Fenicië; verder staan op een marmeren stele uit Marseille zes planetaire borstbeelden afgebeeld evenals een afbeelding van Hermes ten voeten uit; op de afbeeldingen neemt hij de eerste plaats in, waarschijnlijk omdat hij de uitvinder van de astronomie was. In Rome werd, door Quintus Valerius Soranus, eveneens beweerd dat Jupiter een transcendente god was, hoewel de week daar, anders dan in Marseille, Byblos en (waarschijnlijk) Tortosa niet in ere werd gehouden. Het werd de planetaire machten echter nooit vergund de officiële Olympische cultus te beïnvloeden aangezien ze als on-grieks (Herodotus : i. 131) en daarom als on-patriottisch werden beschouwd : Aristophanes (Vrede 403 e.v.) laat Trygalos zeggen dat de Maan en ‘die oude schurk, de Zon’ een complot beramen om Griekenland aan de Perzische barbaren uit te leveren.

De uitspraak van Pausanias dat Pelasgos de eerste man was getuigd van de continuïteit van een neolithische cultuur in Arkadië tot aan de klassieke tijd.

In de Griekse literatuur vindt men uitsluitend nog enkele zeer prikkelende fragmenten van deze voor-Helleense mythe terug; het grootste fragment treft men aan in Apollonius Rhodius Ar 1. 496-505 en Tzetzes Ad Lycophronem ii maar hij komt, niet met zoveel woorden omschreven, voor in de Orphische Mysteriën en kan, zoals hierboven is gebeurd, gereconstrueerd worden aan de hand van het fragment van Berossus (Jacoby 68o F 1. 4) en de door Philo Biblins en Damascius aangehaalde Fenicische kosmogonieën, aan de hand van de Kanaänitische elementen in het Hebreeuwse scheppingsverhaal, van Hyginus (Fabulae I97 — zie 62. a); van de Boiotische legende van de draketanden (zie 8. 5), en van vroege rituele kunst.

Dat alle Pelasgen nakomelingen van Ophion zijn wordt gesuggereerd door hun gemeenschappelijke offer, de Peloria (Athenaeus, 14, 45, 639-640); Ophion was immers een Pelor, ofwel een ‘wonderbaarlijke slang’.

Robert Graves : Griekse Mythen, De Haan

Aradia is volgens mij een door Wicca afgeleide mythe hiervan?
Er is maar één weg, en dat is de weg van de Waarheid
willy
 
Berichten: 1092
Geregistreerd: di 06 aug , 2002 10:01
Woonplaats: Brasschaat

Berichtdoor willy » za 24 feb , 2007 16:00

Aradia

Aradia, dochter van de maangodin Diana, wordt vandaag de dag tijdens allerlei rituelen aangeroepen. Ze kreeg in de westerse wereld bekendheid door de vertaling van het in 1899 door de folklorist Charles Godfrey Leland uitgegeven manuscript Aradia, the Gospel of the Witches.

Hij had het manuscript gekregen van een Florentijnse heks, die hij Maddalena noemde en die een goede vriendin van hem werd. Leland publiceerde niet het oorspronkelijke manuscript van de Gospel en ontkende later zelfs dat hij het had gezien. Hoewel deze kwestie de authenticiteit ervan in twijfel trok, is het boek sinds de eerste publicatie steeds belangrijker geworden.

Volgens de Gospel was Diana, de koningin van de heksen, het eerste geschapen wezen, dat vanuit zichzelf licht en donker projecteerde. Licht was de personificatie van het mannelijke, met wie ze in de vorm van een kat paarde. Aradia (een verbastering van de naam Herodias) was het resultaat en werd naar de aarde gezonden als een profeet van de religie van de hekserij. De meeste aanhangers vond Aradia onder de onderdrukten, die ze aanspoorde te vechten tegen het feodalisme door het gebruik van toverspreuken en gif.

Aradia wordt gevierd om het perfectioneren van de magische kunsten, waaronder genezing en voorspelling door middel van kaarten en handlijnkunde, het temmen van wilde beesten, het in contact treden met geesten en het begrijpen van de taal van de elementen. Toen Aradia naar haar moeder terugkeerde, riep ze alle heksen op haar bij volle maan te aanbidden. Daartoe liet ze een toverformule achter: de heks moet midden in de nacht met een met zout gevuld rood zakje naar een veld gaan en de godin smeken haar wensen te vervullen.

Shahrukh Husain : De Godin, Librero, ISBN 90 5764 203 4
Er is maar één weg, en dat is de weg van de Waarheid
willy
 
Berichten: 1092
Geregistreerd: di 06 aug , 2002 10:01
Woonplaats: Brasschaat


Keer terug naar Moderne godsdiensten

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 0 gasten

cron