-->
godinnen en beeldvorming op nissaba

Godinnen en beeldvorming
home | info | artikelen alfabetisch | godinnen index | forum | contact |

Nissaba weblog

Op het weblog van Nissaba worden religieuze en mythologische beeldvorming, rolpatronen, vooroordelen en stereotiepen tegen het licht gehouden. Laat je niet langer in een hokje duwen en wees jezelf.

Godinnen

Religie, mythologie en beeldvorming. Godinnen uit de hele wereld op Nissaba.

Alle artikelen

Lees de Alfabetische lijst.

Categorieën

 

Blogs en websites

Oeps! Het lijkt er op dat ik de feed niet kon ophalen.

Meest gelezen

Nu online


 
XML: RSS Feed 
XML: Atom Feed 

Elf stellingen over v… | Home | De noodzaak van kriti… |

Hludana, Friese geloftesteen

Zondag 02 Juli 2006, 8:11 pm - Categorie: mythologie Geloftesteen aan de godin Hludana, gevonden 1888 te Beetgum in Friesland. Bijdrage van W. Pleyte.
(Versl. en Meded. d.K. Ac. v. Wetensch. , 1888)

Velen zullen zich herinneren hoe ongeveer een jaar geleden Laurentius Knappert met lof den docterstitel in de godgeleerdheid verwierf, op zijn verdienstelijke, met zorg bewerkte monographie van Holda, de Oud-Germaansche godin. Al wat classieke en sprookdichters omtrent deze godin hadden vermeld, vindt men in het fraaie boek bijeen, een hulpbron voor latere schrijvers die in volksoverleveringen belang stellen.

De oude moedergodin wordt in hare vereering nagespoord, als de kracht, zich openbarende in den groei en wasdom, de vruchtbaarheid van planten en dieren, in geboorte en sterven, bij den huiselijken arbeid en in de luchtverschijnselen. Onder de vele vragen die hij stelt en beantwoordt, luidt er eene pag. 125:

"Welke zijn de oudste herinneringen aan den naam Holda?" Hij antwoordt: "Bij het dorp Luddingen, nabij Xanten, is een geloftesteen uitgegraven en van daar naar het Museum te Bonn overgebracht. Daarop staan deze letters:

DEAE | HLVDANAE | SACRVM | C. TIBERIVS | VERVS.

(Caius Tiberius Verus wijdt aan de godin Hludana deze steen.) Grimm denkt, op het voetspoor van Thorlacius, aan de Noordsche Hlodijn. Hludana zou dan zijn godin der aarde. Anderen hebben gedacht aan eene beschermgodin van Luddingen.

Hoewel dit latere gevoelen door sommigen bestreden werd, was hiervoor aanleiding. Wij kennen toch vele plaatselijke godinnen die nergens dan op de plaats zelve vermeld worden, bijvoorbeeld in ons land Sandraudiga van Zundert, Zandrode. Doch wat ertegen is, ook elders is Hludana gevonden, en wel op den Monterberg bij Calcar, tusschen Xanten en Cleve, een oud Romeinschen wachtheuvel, burcht, of vestiging. Deze steen wordt in het Museum van Oudheden te Leiden bewaard, en geeft als opschrift:

DEAE HLV | DENAECEN |

(Aan de godin Hludena gewijd door….)

Op dezen steen staat duidelijk Hludena. Het is ons waarschijnlijker dat Luddingen naar Hludana of Hludena genoemd is dan omgekeerd, doch een bewoner van Luddingen kon dien steen aan de godin zijner plaats hebben gewijd op den Monterberg; of de kleinheid van het stuk in aanmerking nemende en de nabijheid van Xanten, dan is het ook verklaarbaar dat een huisaltaar uit Luddingen door iemand zou zijn medegenomen. Doch wat meer voor een algemeenen naam dan voor een plaatselijken pleit, is de steen te Iversheim in den Eifel gevonden [Jahrbücher des Vereins im Rheinlande L,. p.184], aan Hluthena gewijd, en de onlangs te Beetgum in het noorden van Friesland gevonden geloftesteen, waarvan het eerst melding gemaakt wordt in de Rotterdammer Courant van 15 augustus jongstleden. Wij lezen: "{Bij het afgraven van eene terp te Beetgum is op eene diepte van twee meters (men graaft tot eene diepte van vier en een halven meter) een groote steen gevonden, die wel oudtijds tot monument schijnt gediend te hebben. Jammer dat het opschrift, uit vijf regels bestaande, niet goed leesbaar is; enkele letters, vooral aan den kant, zijn uitgesleten enz."





Een bericht dat het voorgaande aanvulde en wat het opschrift betreft verbeterde, stond in de Leeuwarder courant van 21 augustus. Wij zien daar, dat de steen reeds door het Bestuur van het Friesch Genootschap is verkregen en "Zaterdag 18 augustus jl. naar het Museum overgebracht. Hij is 59 cm breed, 21 dik en 51 hoog, tot aan de deklijst." Boven deze lijst ziet men nog de sporen van eene nis, waarin een zittend vrouwenbeeld, beide, jammer genoeg, vernield. Het opschrift luidt (behoudens verbetering) volgens opgave van het bestuur:

DEAE. HLVDANAE

CONDVCTORES

PISCATVS MANCIPI

Q. VALERIO SECV

NDO . V. S. L. M.

Het blijkt dus dat het is een geloftesteen aan eene moedergodin enz." De vertaling geeft geen bezwaren: (Aan de godin Hludana hebben de pachters van de visserij, toen Quintus Valerius Secundus manceps was, hun gelofte betaald, vrijwillig en naar verdienste.)
Wat ons in deze steen, die geheel het voorkomen heeft van onze aan Nehallenia gewijde geloftesteenen, treft, is vooreerst de plaats van vinding. Twee meter beneden de kruin van de terp zouden Romeinse burgers of bewoners of aan de Romeinen ondergeschikten in ouden tijd den steen aan de godin Hludana hebben gewijd te Beetgum.

Beetgum lag voor den middeleeuwschen tijd aan zee, of liever aan den mond van de Boorne, die tusschen Ameland en Terschelling in zee viel: de zee of monding is van lieverlede volgeslibd, waardoor de gemeente het Bildt is ontstaan.
De terpen aan den ouden dijk van Westergo leverden van tijd tot tijd reeds Romeinsche munten op; de hoeve van Cruptoria en het Castellum Flevum, bij de Romeinsche schrijvers genoemd, moeten in Westergo gezocht worden. De Friezen dienden in de Romeinsche legers en hunne vleugels, cohorten en vaandeltekens zijn bekend.

Bij Staveren en elders vond men sporen van oude wegen, die voor Romeinsch gehouden werden, maar met dat al is er nog nimmer een Romeinsch gedenkteeken met opschrift gevonden; dit is het eerste en als zoodanig reeds zeer belangrijk. Reeds vroeger vond ik Romeinsche voorwerpen in deze terp, enkele zijn er in het Friesch Genootschap; het is te verwachten dat er meer schatten voor den dag zullen komen. Evenals Holwerd en IIallum lag Beetgum geschikt voor de gemeenschap aan zee, doch het is ook zeer wel mogelijk, gelijk ik in mijne Nederlandsche Oudheden heb aangetoond, dat de gemeenschap langs wegen over land plaats had.

De geloftesteen is gewijd aan Hludana. Deze Hludana komt hier in een bijzonder karakter voor als beschermvrouw van pachters van visscherij; deze eigenaardigheid verklaart wellicht haar wezen. Haar naam is met de Noordsche Hlodijn in verband gebracht. Hlodijn de aarde, de moeder van Thor, de tweede grade van Othin. De Edda in de Voluspa noemt Othin, Mögr Hlodijnjar, kind van Hlodyn, volgens Meijboom de verwarmende moederaarde.
Wij hebben dan met eene hoofdgodin uit het oude Noordsche Pantheon te doen. Of zij overeenkomstig is met Holda, en of deze naam uit een metathesis van Hlu iu hul of hol is te verkaren, zullen wij nu laten rusten.

De pachters van de vischvangst wijdden den steen tijdens dat Quintus Valerius Secundus manceps was.
Wij staan hier voor het merkwaardig geval dat Friesland of Westergo als district onder dezelfde instellingen leefde als de overige deelen van het Romeinsche Rijk; regelmatig werden dus de pachten geïnd, de troepen geleverd en de belastingen betaald. Friesland tijdens de Romeinsche heerschappij was dus een deel van den grooten welgeordenden staat, een deel van Germania Inferior.

Men leze Mancipe in plaats van i; de i staat op het einde van een regel en de kanten van den steen zijn afgebrokkeld, zoodat de e van Hludanae aan het einde ook moeilijk te lezen is. Deze titel in verband brengende met den persoon, is dunkt mij onze vertaling voldoende gewettigd.

Een Manceps was een hoofdpachter. In de Cursus der Institutionen va G. F. Puchta, IIter Band, fünfte neuvermehrte Auflage, Leipzig 1857, lezen wij pag. 716 het volgende: "Die Ueberlassung des ager publicus an Einzelne zum Genusz gegen ein vectigal, hatte eine Verpachtung dieser Abgabe an Publicani zur folge, die von fünf zu fünf Jahren geschah, zuweilen wurde aber auch beides verbunden, indem ein ganzer District (auf hundert Jahren) einem Manceps überlassen wurde, der ihn sodann parcellirte und im einzelnen weiter verpachtete. Ein solcher Manceps hatte dan die doppelte qualität eins Pächters der ager vectigalis un des Vectigal selbst…. Den Pächtern offentlicher Grundstücke und damit auch der agri vectigales gab der Prätor ein Interdict zum Schutz gegen jede widerrechtliche Störung, es geschah im öffentlichen Interesse selbst, das bei der Sicherheit der Pächter nur gewinnen konnte."

P. 715. Agres Vectigales heissen überhaupt Grundstücke, die einer Abgabe an den Staat oder eine öffentliche Corporation sind."


Een andere schrijver over Romeinsch recht, Dr. J. Baron, Insitution und civil Prozesz, Berlin 1884, zegt: pag. 236: Societas publicanorum. Der Römische Staat pflegte die Erhebung der Grundsteuern und Zölle, die Ausbeutung gewisser Staatsgüter (Berg- und Salzwerke u. dgl.), die Lieferungen für das Heer, die Ausführung gewisser dem Staate obliegender Arbeiten (Ultra) tributa, namentlich der Bauten, öffentlich durch den Censor zu verpachten. Die Pachtungen erforderten gewönhlich so grosze Capitalien, dasz sich in der Regel für diesem Zweck Gesellschaften in dem Ritterstande (societates Publicanorum) bildeten, welche die einzelnen Pachtungen auf fünf oder auf hundert Jahren eingingen: decumani für die Zehnten in den einzelnen Provinzen, portitores für die Hafen und Landzölle, scriptuarii und pecuarii für die Abgabe von den öffentlichen Weiden, die Pächter der Gold-Silber- und Salzbergwerke der Fischereien, der Pechsiedereien u. dgl.

Die rechtliche Stellung dieser Gesellschaften is, weil die Quellen sehr spährlich fliessen, dunkel und streitig; wahrscheinlich waren sie eine Arte Actien Gesellschaft. An der Spitze der Gesellschaft steht der Manceps, d. h. der Geschäftsunternehmer; er schliest den Vertrag mit dem Staat und bestellt ihm die cautio praedibus praedisque; neben ihm stehen die socii auf deren Namen partes (Actien) ausgestelt sind welche verkäuflich sind, und im Course steigen und fallen. Die Verwaltung ist in die Hände eines Magisters gelegt, unter ihm stehen promagistri, unter diesen eine zahlreiche Beambtenschaft."


De Manceps is ook uit de opschriften bekend; zoo treffen wij een pachter aan van den Appischen weg in Casp. Orellius, Inscr. lat. sel. collectae ad illustrandas. Rom. antiquitates 1828, nr. 3221. In 3347 wordt een twist vermeld tusschen kooplieden en Mancipes; 4217 vermeldt een pachter van koper- en zilvermijnen; eindelijk komt de titel ook voor in 5741, in een gift aan den god Silvanus.

Dr. W. K. F. Schoor bezorgde mij een nauwkeurigen afdruk in papier van den steen en stelde mij in staat het afschrift juist te kunnen geven.

| | Auteur: W.Pleyte

Dit artikel is keer gelezen.

Eén reactie

Mijn achternaam is een levend monument voor de godin,met haar vele verbasteringen, als Vrel, Verhel, Verhelle, Verveelen, etc. Het gebied van herkomst van deze naam valt dus aan te merken als het gebied van verering van de cult van de godin, waarbij mijn voorouders dus betrokken waren. Ook in het gebied rond Rotterdam zijn vele verwijzingen naar de godin te vinden in plaatsnamen, welke ik graag verklaard en verkondigd zou willen zien. E. Verel - 17-08-’13 16:06


(optioneel veld)
(optioneel veld)

Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.






Alle godinnen

Ga naar alle godinnen op de oude site.

Laatste reacties

Ben Veldstra: Hallo Els, Ik zou graag van jou of lezers willen horen of ze me iets kunnen vertellen, over de betek…
Fried van Bijnen: Uit de vraag: "bestaan er geniale vrouwen dan ???" door Knox op 16-04-’08 om 21:01 uur, leid ik af da…
E. Verel: Mijn achternaam is een levend monument voor de godin,met haar vele verbasteringen, als Vrel, Verhel, …
Prof. MUSTER: Inmiddels is het Delftse Sprookjesmuaseum opgeheven, 4 Andere Musea in Delft boden geen extra-Museumr…
Prof. MUSTER: Ik ben natuurlijk geen expert in Sankrit Pakrit Kanada of Urdu maar deze tekens lijken bijna dezelfde…
andries oost: Kritiek en reflectie Er was wel een goed stuk van Els Geuzebroek, waar ik op zou willen reageren. Wat…
Fried: Prachtig artikel heb je gevonden, Els. Philipke heeft er jammer genoeg nog steeds geen antwoord op ge…
Marleen: Ben examen iconografie aan het studeren, bedankt vo0r de uitbreidng van het thema

Reorganisatie

Op dit moment worden alle godinnen overgezet naar een nieuwe database. Omdat dat veel werk is, zal het een tijd duren voor alles is overgezet. Veel crosslinks gaan nog terug naar de oude pagina's omdat eerst alle entries moeten worden toegevoegd.
Voor suggesties en commentaar kun je terecht op het forum.

Video's

Woensdag 09 September 2009 at 11:33 pm


Forum | Pivotx Homepage | Pivot Forums | Extensies | Pivotx Boek