Godinnen uit de hele wereld

godinnen uit de hele wereld
index alle godinnen | attributen | weblog | forum | contact | boeken | zoek | links: oude pagina | links: nieuw |

Cybele(Cura) vorige || volgende (Cynthia)


Cybele op haar troon, tussen twee leeuwen, met haar trommel in de hand en een toren als kroon. Rome, ca. 2e eeuw AD
Cybele op haar troon, tussen twee leeuwen, met haar trommel in de hand en een toren als kroon. Rome, ca. 2e eeuw AD.

Cybele. Phrygische moeder- en vruchtbaarheidsgodin. Het woord kubus is misschien van haar naam afgeleid. Ook wordt Cybele vertaald als 'Zij die in een grot woont'. Andere vormen van haar naam zijn Kubaba, Kubebe, Kuba of Kube. Cybele is godin van de dood en van het leven. Ze is een vruchtbaarheidsgodin, en beschermster van het wilde leven. Cybele bewoonde als Moeder van de bergen de bergtoppen, onder andere bij de Ida, Dindymos en Agdos in PhrygiŽ, in de omgeving van haar belangrijkste cultuscentrum in de klassieke tijd, Pessinus. Hieraan ontleent ze de namen Dindymene, Agdistis en Mater Idae of Idaea. Ze zou op de berg Ida zijn geboren. Cybele werd geassocieerd met de wilde natuur, wat ook naar voren kwam in de orgiastische rituelen waarmee ze werd vereerd. Ze werd ook Meesteres der dieren genoemd.
Cybele is een van de namen voor een godin die in heel in Klein-AziŽ, ook buiten PhrygiŽ, werd vereerd. Door de Grieken werd ze geÔdentificeerd met Artemis en Rhea. Ook komt ze overeen met de grote Syrische godin (Dea Syria) van HiŽropolis (de Heilige Stad), waar ze Atargatis of Astarte heette. De Romeinen stelden haar gelijk aan Maia, Ops, Tellus Mater of Ceres. Ook stadsgodinnen als Tyche en Allat hebben dezelfde betekenis, die ook terug te vinden is in de mythologische verhalen en rituele gebruiken rond deze godinnen. De Ephesische Artemis, afgebeeld met vele borsten, droeg ook een stadstoren op het hoofd, het belangrijkste kenmerk van de beschermsters der steden.
Amdere namen voor haar zijn Grote Moeder (Magna Mater);Moeder der Goden; Rhea, Venus. Met Nana, de moeder van Attis, wordt ook Cybele zelf bedoeld. Enige van haar titels waren Augusta (De grote of Verhevene), Rhea Lobrine, Alma (Voedster), Sanctissima (de Heiligste).

Tot Cybeles gevolg behoorden de gecastreerde priesters, in PhrygiŽ Corybanten genaamd, op Kreta Kureten en in Rome de Galloi. In PhrygiŽ werden orgiastische rituelen tevens gehouden ter ere van Cybele, de god Sabazios en de Cabiri. In Rome heette haar hogepriester archigallus; hij was de afgezant van haar minnaar Attis.
In de mythologie zocht Cybele met loshangend haar de wereld af, rouwend om Attis, toen hij was gestorven. De rituelen hiervoor komen overeen met die voor Aphrodite en Adonis. De vegetatiegod Attis is haar zoon en geliefde. Ook Iasion werd genoemd als Cybeles echtgenoot; hij was de vader van haar zoon Corybas, naar wie de Corybanten waren genoemd. Iasion is bekend uit de Eleusinische MysteriŽn, tijdens welke hij copuleerde met Demeter in een geploegd veld.
Attributen van haar zijn onder andere een skepter, een steen en het varken. Cybele droeg in haar handen vaak een scepter, timpaan, zweep of lauriertak. Net als Rhea of de Ephesische Artemis werd Cybele wel afgebeeld met een toren op haar hoofd als kroon. Dit was een teken van haar functie als beschermgodin van de stad, in de tijd dat deze werd ommuurd. De godin met de toren was een kenmerk van het hele Middellandsezeegebied tot diep in AziŽ en de Arabische wereld. Bij de Griekse lotsgodin Tyche is meer informatie te vinden over dit gebruik.
Ook werd Cybele afgebeeld zittend op een troon, geflankeerd door twee leeuwen. Haar wagen werd getrokken door twee leeuwen. Deze kenmerken waren al zichtbaar bij de Babylonische Ishtar en de zonnegodin van de Hettieten in AnatoliŽ, Hebat. Vaak is ze te zien met haar bekkens of een handtrommel; dit instrument werd gebruikt tijdens haar rituelen. Ze wordt vaak voorgesteld als zittend voor haar grot, spelend op haar cimbalen.

Moedergodin van het Anatolische «atal HŁyŁk, uit ca. -5800. Godin op een zetel, geflankeerd door twee leeuwinnen
Moedergodin van het Anatolische «atal HŁyŁk, uit ca. -5800. Godin op een zetel, geflankeerd door twee leeuwinnen.

In de Griekse mythologie wordt Cybele dochter van Uranos en Gaia genoemd; ze is gehuwd met Kronos. Op Kreta werd ze gelijkgesteld aan Rhea, en was moeder van Zeus, Poseidon, Hestia,Hera, Demeter, Hades. Haar priesters op Kreta heetten Cureten of Koureten.
Cybele werd vooral vereerd in AnatoliŽ, in Klein-AziŽ. Misschien gaat haar cultus terug op de oude Moedergodin van «atal HŁyŁk, waar een beeld is gevonden van een vrouwenfiguur gezeten op een troon, geflankeerd door twee leeuwen. Het is een aardewerk beeld, dat dateert van ca -5800.
Uit een ritueel uit Klein-AziŽ is te zien dat Cybele werd vereerd als een aardgodin. Haar beeld werd in een kar over de velden gereden, om deze te zegenen en vruchtbaar te maken. Later werd het gereinigd in de rivier, als symbool voor de loutering en irrigatie van het te bebouwen land. Deze rituelen vertonen overeenkomst met die voor de Germaanse Nerthus of Hertha, de Keltische Brigid of de Griekse Hera.
Cybele werd vereerd als de godin van de Anatolische berg Ida. De cultus hier zou de latere religie op Kreta hebben kunnen beÔnvloed. Ook hier komt een berg Ida voor; de geografische kenmerken komen overeen met die in AnatoliŽ.
Kubaba zou een oudere vorm van Cybeles naam geweest kunnen zijn. Er is een omkering zichtbaar in de mythe van de Akkadische of Syrische godin Atargatis en de gecastreerde wachtergod Humbaba. Hier zijn de geslachten van Attis en Cybele omgekeerd. De rituelen voor Atargatis in haar Syrische heiligdom kwamen overeen met die voor Cybele.
Later verschoof de cultus naar het westen, naar Pessinus, Griekenland en Rome. In GalliŽ werd Cybele vereerd als Berecynthia. Ook van haar werd een beeld jaarlijks op een kar geplaatst en door de velden gereden, begeleid door een zingende en dansende menigte.

Cybeles minnaar Attis sterft als een varken zijn geslachtsdeel afbijt. Ter herinnering hieraan castreerden de priesters (Galli of Galloi) van de godin zichzelf tijdens orgiastische rituelen. Zij droegen vervolgens vrouwenkleren en gedroegen zich als vrouwen. Er is wel geopperd dat de besnijdenis van mannen uit dit gebruik is voortgekomen. Essentieel bij deze 'metamorfose' van man naar vrouw is niet alleen het verwijderen van het geslachtsdeel, maar ook het veroorzaken van een bloeding, die als nabootsing is op te vatten van de menstruatie bij vrouwen. Ook in het Nieuwe Testament zijn nog teksten te vinden die wijzen op de noodzaak van castratie om opgenomen te kunnen worden in het Koninkrijk. Cybele werd vereenzelvigd met Aphrodite, wiens geliefde Adonis net als Attis zijn geslachtsdeel verloor aan een varken.
De mythe van de overleden en herboren geliefde minnaar van de godin is te herleiden tot de mythen over de Akkadische Ishtar en Tammoetz en de Soemerische Inanna. Ook het verdwijnen en terugkeren van Kore, de dochter van de graangodin Demeter, is eraan verwant. Dit soort mythen symboliseren de cycli van de seizoenen en de agrarische cultuur.
Tijdens een ander ritueel, het taurobolium, werd men voor de inwijding gedoopt in stierebloed van een voor deze gelegenheid gecastreerde stier. Dit gebruik werd overigens pas in een late periode van haar verering geÔntroduceerd, vanaf de derde eeuw. Cybele werd vereerd met extatische dansen en erotische muziek van handtrommels en kleppers.
Ze werd ook Zij die woont in de spelonken genoemd; ze werd vereerd in natuurlijke en kunstmatige holen. Haar heilige onderaardse kamers fungeerden als baarmoeder; op de altaren hier legden de gecastreerde priesters hun geslachtsdelen.
Cybele werd vereerd als steen. Haar naam is in verband gebracht met het woord kubus en met de kaba van Mekka, het kubusvormige heiligdom van de islamieten, waar vroeger de Arabische moedergodin werd vereerd. Hier is in de muur een zwarte steen ingemetseld. De stenen konden ook een piramidevorm hebben.
Op last van de Italiaanse orakelpriesteressen, de Sibyllen, werd Cybeles cultus in -204 naar Rome overgebracht, om de misoogsten tegen te gaan en de Carthaagse Hannibal uit ItaliŽ te verdrijven. Haar beeld werd overgebracht van de berg Ida of vanuit Pessinus. Soms werd dit beschreven als een zwarte steen, soms ook als een antropomorfe voorstelling van de godin. Een paar jaar eerder was, eveneens op grond van de sibyllijnse boeken, reeds een tempel op het Capitool gebouwd voor Venus Erucina. Op de Palatijn werd in 191 v.o.j. een tempel voor Cybele gebouwd.
Haar beeld werd jaarlijks in processie door de straten van Rome gedragen. Het werd dan bedolven door rozen die de omstanders erop gooiden. Later is dit ritueel overgegaan in een ritueel van de heilige maagd Maria. Cybeles tempel stond op het Vaticaan, waar tegenwoordig de St. Pieter staat. Haar cultus was een van de grootste mysteriŽn, die in deze periode zeer populair waren. Vanwege het orgiastisch karakter en het castratieritueel was haar cultus voor Romeinen aanvankelijk verboden, maar keizer Claudius verhief hem tot staatsgodsdienst. Haar priesters en priesteressen waren afkomstig uit Klein-AziŽ; deze functie was voor de Romeinen verboden. Zij keken ook neer op de orgiastische menigte, die ketelmuziek maakte op hun blaasinstrumenten en tamboerijnen, en zich overgaf aan bloederige zelfkastijdingsrituelen.
Sinds de vierde eeuw zijn alle mysteriegodsdiensten verboden, ten gunste van het christendom, de enige die overbleef, in een aangepaste vorm. In een vroege christelijke sekte, in de tweede eeuw gesticht door Montanus ('Bergman'), werd Jezus geÔdentificeerd met Cybeles zoon Attis. Binnen deze sekte konden vrouwen net als mannen priesteres worden. Zij werden beschouwd als afgezanten van de Godin. Een ander overblijfsel van deze godsdienst is de Christelijke Heilige Week, die valt op het tijdstip dat voorheen de rituelen voor Attis en Cybele werden gehouden.
Het toebrengen van bloedende zelfverwondingen was in AziŽ een uitdrukking van rouw. Het werd gedaan tijdens rouwrituelen voor een overledene. Ook maakte het deel uit van de jaarlijkse rouwrituelen voor de religieuze feesten waarin een overleden godheid werd betreurd. De bijbel maakt op diverse plaatsen melding van dit gebruik. Het wordt genoemd in het kader van een verbod (bijv. Deuteronomium 14:1-2), een heidens feest (1 Koningen 18:28) of vanwege rouw om personen of verwoeste steden en heiligdommen. Een ander kenmerk dat het Bašl-feest in 1 Kon. 18:28 heeft met de feesten voor Cybele is het stieroffer. Elia vermoordt na dit feest 450 priesters, die vanwege hun 'huppelende' gang misschien kunnen worden geÔdentificeerd met de Galloi. Vanwege zo'n huppelende gang werd David bespot door Milka. In Iran en Libanon komt dit bloedfeest nog vandaag voor als Ashura, ter herdenking van de dood van Fatima's zoon Hoessein, die sneuvelde bij Karbala. Een identiek flagellantenritueel werd in Griekenland uitgevoerd voor de Romeinse oorlogsgodin Bellona. Nu nog bestaan er flagellanten onder katholieken in Spanje en ItaliŽ.
Volgens Plutarchus verbood Solon de Atheense vrouwen zich te slaan tot het bloed stroomde tijdens hun rituelen. Zowel in Griekenland als in AziŽ werd deze manier van rouwen gekoppeld aan het haaroffer. Ook Helena werd geassocieerd met een haaroffer in verband met de rouw voor haar zuster Klytaemnestra, een literaire vorm van Artemis of Cybele.
Het gebruik leeft zelfs tot in deze tijd voort in het jaarlijkse Ashura-feest in Iran, waarbij het overlijden wordt herdacht van Hoessein, een van de zoons van Fatima en de grondlegger van het shi'isme. Het typerende orgiastische karakter van de feesten voor Cybele en Attis komt ook naar voren in het feest waarin de Ark des Verbonds een plaats in Jeruzalem krijgt, onder aanvoering van koning David, die zelf kan worden geÔdentificeerd met Dionysos, Liber of Attis. Net als Dionysos heeft David ook kenmerken van de Semitische oorlogsgod. De Hittische oorlogsgod (Tarhun) was ook de echtgenoot van Hebat, een andere voorloopster van Cybele.

In Rome is het beeld van de Zwarte Cybele nog te zien. De gelovigen die haar bezochten raakten haar voet aan, een ritueel dat nu nog in het Vaticaan bestaat met betrekking tot het zwarte Petrus-beeld.
De feesten voor Cybele vonden plaats van 15 tot 27 maart. Frazer geeft een beschrijving van de liturgie voor Cybele in Rome. Het feest luidde het nieuwe jaar in, d.w.z. het moment van de lente-equinox, waarop de dagen weer langer waren dan de nachten. Op 22 maart werd een pijnboom gekapt, die een personificatie was van Attis. De stam werd in een lijkwade gewikkeld met slingers van viooltjes, die het bloed van Attis voorstelden. Op 23 maart werden trompetten geblazen. De derde dag, 24 maart, heette de Dag van het Bloed. Onder de wilde klanken van muziek met trommels, hoorns en fluiten brachten geestelijken een bloedoffer, waarbij ze zichzelf in hun extase wonden toebrachtten. Op deze dag castreerden de nieuwe inwijdelingen zichzelf. Hun organen werden begraven in de aarde of in onderaardse kamers die aan Cybele waren gewijd. Deze rituelen waren nodig om Attis weer tot leven te brengen. De 25e maart was het Feest van de Vrolijkheid, de Hilaria, dat gekenmerkt werd door wetteloosheid. Het was een soort carnavalsfeest.
Op 27 maart werd Cybeles beeld door de stad gedragen en gereinigd in de rivier de Almo, een zijrivier van de Tiber. De heilige Augustinus (laat vierde eeuw) beschreef dit jaarlijkse ritueel, lavatio genaamd, dat werd gehouden voor de Heilige Maagd en voor Berecynthia. Het beeld van Berecynthia werd gereinigd, terwijl voor haar draagstoel werd gezongen en rituelen werden opgevoerd. De liturgie werd bekeken door een groot publiek van mannen en vrouwen. De lavatio werd oorspronkelijk gevierd op 4 april, maar werd sinds het Keizerrijk verschoven naar 27 maart, als onderdeel van de lentefeesten tijdens de equinox.
Van 4 tot 10 april werden de Megalensia of Megalesia gevierd, het 'Feest voor de Grote Moeder' (Varro), ter ere van de Magna Mater. Op de eerste dag werd met spelen herdacht dat de steen die de Magna Mater representeerde aankwam in Ostia, en van daaruit naar de Palatijnse heuvel werd gebracht. De processie werd begeleid met de schrille muziek van cymbalen en de berecyntische fluit (Ovidius). Haar tempel werd op de Palatijn geÔnstalleerd op de nones van april. Ovidius e.a. noemden Claudia Quinta als Cybeles priesteres.

© nissaba.nl

Deze pagina is 9674 keer bekeken




Kenmerken

Andere namen: Magna Mater, Rhea, Artemis, Agdistis, Mater Idaea, Meesteres der dieren, Alma Mater, Dindymene, Ida
Titels: Moeder van de bergen,
Verwant: Gaia, Kubaba, Dea Syria, Berecynthia, Sibyllen, Maria

Functies: aarde, moeder, orgie, velden, bloedrituelen, zuivering
Lexicon: koureten, Corybanten, Galloi, archigallus, Cabiri, castratie, natuur, taurobolium, kaaba, Ashura, lavatio
Feesten en rituelen: Cybele (van 15 maart tot 27 maart), Eleusinische mysteriŽn (van 17 september tot 23 september), Hilaria (25 maart), Megalensia (van 4 april tot 10 april), processie
Attributen: grot, laurier, leeuw, polis, roos, scepter, steen, stier, trommel, troon, varken, wagen, zweep
goden: Attis, Corybas, Iasion, Kronos, Sabazios, Uranos
Lokatie
Stad / steden:
«atal HŁyŁk (Turkije)
Landen/volken: geen, geen, Grieken, PhrygiŽ, Romeinen
Streek/gebied: , , , ,

Oude pagina's


Zoek:
Kijk hier voor uitgebreide zoekmogelijkheden.
lexicon
kalenderdagen
mythische plaatsen
hemellichamen
attributen
functies
goden
archeologische lokaties, tempels etc.
landen
steden