BESCHRIJVINGEN

Nieuwe database onder constructie: kijk hier. Deze pagina's worden ingevoerd in een nieuwe database. Zolang dat niet af is, blijven ze hier nog staan, maar ze worden niet meer bijgewerkt.

Nieuwe database onder constructie. Kijk hier.


Ba. 'Ziel'. Nubische of Egyptische godin. Ziel van de dode, voorgesteld als een vogellichaam met een vrouwenhoofd.


Baba, zittend op een troon. Uruk, neo-Soemerische stijl, ca. 2000 v.o.j.

Baba. Soemerische godin. Stadsgodin van het Lagasj, het huidige Il-Hiba in Irak. Er stond ook een tempel voor haar in Uruk. Ze werd ook Bau genoemd, en werd vereenzelvigd met Gula. Ze heeft genezende kracht. Haar echtgenoot is de vruchtbaarheidsgod Ningirsu ('Heer van de akker'). Haar tempel in Lagasj heette e-urukuga. Met nieuwjaar vierde men hier het heilig huwelijk van Baba en Ningirsu.
Baba was al een oude godin, die in oude teksten en namen voorkwam. Sinds de Neo-Soemerische tijd (Gudea) werd de hemelgod An genoemd als haar vader. Vanaf de Babylonische tijd werd ze geÔdentificeerd met Gula en Bau, en met Ninisinna en Inanna. Tegen het einde van het tweede millenium werd haar toverkracht toegeschreven en werd ze gelijkgesteld aan Ningirim, die de toverformules beheerde.


Baduhenna. Nederlands. Friese oorlogsgodin, vereerd in een heilig bos dat naar haar Baduhennawald heette. Bij dit bos was volgens Tacitus in het jaar 28 een Romeins leger verslagen. De lokatie was mogelijk in Noord-Holland, in de omgeving van Velzen, omdat de Romeinen de Friezen aanvielen vanuit het fort Flevum (Velzen).
Soms wordt ook Heiloo als mogelijkheid genoemd, omdat 'loo' naar een bos verwijst, maar dat is verder geheel onzeker.


Bahalatis. Semitische godin, voor wie de Hoerritische koning Urhilinas een troon maakte en een monument oprichtte.


Eucalypta beantwoordt aan beschrijvingen van heksen als Baba Yaga Baba Yaga. Heks die voorkomt in de Oost-Europese mythologie. Ze wordt vaak genoemd als aanvoerdster van een leger geesten. Ze vertoont overeenkomsten met de Baskische Andre Mari en de Ierse Morrigan, en met de Germaanse Holla of Perchta. In Polen heet ze Jedza of Jezi-Baba. In de Baltische folkore heet ze Ragana (in verband gebracht met regeti, voorspellen). Ze komt overeen met de Litouwse Boba.
Baba Yaga is een oude Slavische godin van de dood en wedergeboorte, dus de cyclische natuur. Ze komt ook soms voor als twee-eenheid, in de vorm van een oude en een jonge zuster. Ze werd beschouwd als de 'oude vrouw van de herfst'. Ze woonde in de laatste korenschoof van het jaar, en de vrouw die deze bond, zou zwanger worden. Deze schoof, die Yitnaya Baba werd genoemd, werd in vrouwenkleding gehuld. Dergelijke 'korenmoeders' kwamen door heel Europa voor, tot bij de Britse Kelten, waar ze Cailleigh heette.
In Russische volksverhalen komt ze voor als een menseneetster, die het vooral op kinderen heeft voorzien. Zij steelt deze, kookt ze en eet ze vervolgens op. Ze wordt echter ook genoemd als een wijze, oude vrouw met voorspellende gaven. Ze heeft de gestalte van een heks, met knekels als benen, een lange neus en kin, en verwarde haren. Ze wordt vooral in verband gebracht met vogels. Haar hut staat op kippepoten, en kan rond haar as draaien als een spoel. Het is in feite een manifestatie van Baba Yaga zelf. De hut is omheind door een hek van menselijke botten; erop staan menselijke schedels, met de ogen nog aanwezig.
Baba Yaga is de beschermster van fonteinen en het levenswater.
Baba Yaga kan zich naar believen veranderen in een kikker of pad, een geit, een vrouwtjesvos, een muis, krab, bij, merrie en andere dieren. Als ze niet in haar hut is, vliegt ze vaak rond in een ijzeren ketel of vurige vijzel, die ze voortstuwt met de stamper. Vijzel en stamper hebben vaak een seksuele connotatie, als symbolen van de vrouwelijke en mannelijke geslachtsorganen.
Baba is te vertalen als grootmoeder, vrouw, pelikaan en ook als wolkenvrouw. Als zodanig kan ze in verband worden gebracht met weersverschijnselen, met name regen. Yaga staat misschien in verband met een oud Slavisch woord, (y)ega, dat ziekte of angst betekent. Dit komt overeen met een Litouws woord engti, wurgen of marteling. Een oude vorm hiervan zou nga kunnen zijn geweest, dat god kan betekenen, of dodengod of -godin. Zelfs is etymologische verwantschap met Anat gesuggereerd, die soortgelijke betekenis heeft als dodengodin.
In Oost-Slavische gebieden heeft Baba Yaga een mannelijke tegenhanger, Koshchei Bessmertnyi. Zijn naam is te verbinden aan kost (bot), en hij komt vaak naar voren als een jaarlijks stervende en weer herrijzende god. Baba Yaga komt in zijn legenden vaak voor als zijn moeder of tante.
Ref. Marija Gimbutas.


Bachuť. Zuid-Amerika: Colombia. Bachuť is een vruchtbaarheidsgodin, en de oermoeder van de mensen. Ze kwam uit het water van de lagune, en leerde de mensen de wet. Ze wordt ook Furachogua genoemd, de 'goede vrouw'.


Bast. Vriendelijk als Bastet: Bastet met poezehoofd en mandje aan de arm. Sakkara, Serapeum, 6e eeuw. Godin van de vruchtbaarheid en de vreugden van het leven. Ook Bast, Ubasti of Pasch. Zon. Bast of Bastet werd afgebeeld als kat. Ze had ook vaak een sistrum in de linkerhand; aan haar rechterarm droeg ze een mandje, en in de rechterhand een aegis bevond, een borstplaat met hierop het hoofd van een leeuw. In de Griekse mythologie draagt Athene de aegis. Bastet doodt de slang die de zon heeft belaagd. Ze draagt een jurk met rood patroon. Soms heeft ze een lichte huid, blond haar en blauwe ogen.
Bastet was de moeder van de leeuwengod Miysis, die ook 'Heer van de slachting' werd genoemd. Op feestdagen voor Bast was de leeuwenjacht verboden. Aanvankelijk werd Bast met leeuwenhoofd afgebeeld, maar in de loop van de tijd werd haar zachte kant naar voren geschoven. In sommige teksten wordt ze vereenzelvigd met de vurige leeuwengodin Sekhmet, die haar tegenpool werd. Zij is zelf echter een hele zachtaardige godin, zoals blijkt uit het gezegde 'vriendelijk als Bastet'. Ze is de godin van de vreugde, muziek, dans en seksueel genot.
Bastet werd vereerd als kat, die vooral gold als het lievelingsdier van vrouwen, waarschijnlijk niet alleen vanwege het karakter maar ook vanwege het grote aantal jongen dat de kat werpt en de voorbeeldige verzorging ervan. Als huisdier kwam de kat voor vanaf het tweede millennium. Bastet werd door vrouwen in hun gebeden gevraagd om een voorspoedige geboorte en vruchtbaarheid. Dit is ook een teken van haar verwantschap met Hathor. Bastet wordt verder nog verbonden met Moet. In Heliopolis was ze de dochter van Atoem.

Haar belangrijkste cultusplaats bevond zich in Boebastis in LybiŽ, de stad die naar haar is genoemd. Hier werd ze vooral tijdens de 22e dynastie vereerd, in de negende eeuw voor onze jaartelling. Ze gold als beschermgodin van de zalf, een van de producten die in Boebastis werden vervaardigd. In deze hoedanigheid werd ze al genoemd in de graftempel van Chefren, farao van de vierde dynastie. Vanaf het Oude Rijk werd ze ook in Memphis vereerd.

Herodotus vermeldt dat Bastet dezelfde is als de Griekse Artemis (Diana), die ook wel 'Moeder der katten' werd genoemd. Zij is de zuster van Horus ('Apollo'), en ze zijn kinderen van Isis ('Demeter') en Dionysos ('Osiris'). In de stad Bouto bevond zich voor Bastet een orakel.
Haar tempel in Boebastis was ingesloten in twee kanalen die vanuit de Nijl waren gegraven en om de tempel heen zijn geleid. Door de opening hiertussen lag de toegangsweg, zodat de tempel binnen een soort hoefijzervormige gracht lag. De tempel, die volgens Herodotus een lust voor het oog was, lag in het midden van de verder opgehoogde stad, zodat je van bovenaf in het heiligdom kon kijken.
Herodotus beschrijft het jaarlijkse orgiastische ritueel voor Bastet. Tijdens dit feest trekt iedereen naar Boebastis, daarbij blaasinstrumenten en ratels bespelend. Als een stad wordt gepasseerd gaan een aantal vrouwen de stad in, waarbij ze hun rokken optrekken en vieze woorden roepen tegen andere vrouwen. In Boebastis vindt uiteindelijk de offerplechtigheid plaats, waarbij grote hoeveelheden wijn worden gedronken. Volgens Herodotus' bron komen er jaarlijks zevenhondderdduizend mensen op de feestelijkheden af. Dit gebruik is ook te herkennen in de mythologie over Baubo, de Griekse oude vrouw die de boze Demeter aan het lachen wist te maken met haar obscene gedrag, en de Japanse Ama-no-uzume, die op dezelfde manier de zonnegodin Amaterasu over haar boosheid heen hielp.
De kat was in Egypte een heilig dier. Op het doden van een poes stond de doodstraf. Dode katten werden in Boebastis gebalsemd en bijgezet in heilige huisjes. Het mummificeren van poezen vond op grote schaal plaats in de late, Grieks-Romeinse tijd. Katers golden als incarnatie van Re, poezen waren het zonneoog. De scarabee die katten dragen zijn symbool van de opgaande zon.
Sporen van haar cultus zijn gevonden tot in ItaliŽ, in de plaatsen Rome, Ostia, Nemi en PompeÔ.


Bat. Egypte. Bat. Op het ratelinstrument dat in haar cultus werd gebruikt, de bat, stond zij afgebeeld met het hoofd van een koe.


Gula en Bau, de verzorgsters van de levensboom, geven een vrouw een zegen. Bau. Soemerische godin van de genezing. Oudere vormen van haar naam waren Baba of Moeder Baba, Ba-a-bi, Ba-a-bu, Bamu of Ba-u. Misschien komt ze overeen met de Armeense Baba-a Andere namen voor haar zijn Nininsina of Ninkarrak. Een bijnaam was Ma-Munda ('Zij bouwde een boot'). In Akkad was haar naam Gula; met Gula vormde ze ook wel een twee-eenheid als Gula-Bau. Bau was de beschermgodin van de stad Urukug in Lagasj. Als Ninsinna of Nininsina is zij de godin van de stad Isin, ten zuiden van Nippur; zij kan worden geÔdentificeerd met Inanna. Sal-sag-ga is een aanspreektitel. Als Vrouwe Overvloed schenkt ze haar uitverkorenen een lang leven. In Nippur werd ze Ninnibru genoemd, 'Koningin van Nippur'.
Lagasj was haar belangrijkste cultusplaats. Verder werd ze vereerd in Kisj, Eridu en Uruk. Ze werd met vele godinnen geÔdentificeerd.
Bau was de godin van de geneeskunst. Ze werd in Ninsinna afgebeeld met een hond of met een hondehoofd.
Ze was de moeder van zeven dochters, de wolken. Deze droegen de volgende namen: Zazaru, ImpaŽ, Urenuntaea, Hegirnunnu, Hesjagga, Gurmu en Zarmu. Ook had ze twee zonen, Lu-alim en Dunsjaganna.
Als haar echtgenoot wordt de regengod Pabilsag genoemd, die ook bekend is als de Soemerische Ninurta ("Heer van de aarde') of de eveneens Soemerische Ningirsu ('Heer van de akker', tevens oorlogsgod). Ninurta werd genoemd als zoon van Ninlil of Belet Ili. Als metgezel van Bau werd ook Dumuzi geÔdentificeerd. De hemelgod An of Anu wordt wel als haar vader genoemd; met haar moeder Gatumdug, een geboortegodin vereerd in Lagasj, werd ze ook wel geÔdentificeerd. Als echtgenote van Zababa is ze koningin van Kis. Ze regelde de geboorte van mens en dier, en was misschien een belichaming van de aarde.
De Griekse tegenhangers van Gula en Bau zijn Demeter en Kore. Campbell geeft een beschrijving van een oude zegelrol, waarop de twee-eenheid Gula-Bau voorkomt als bewaaksters van de levensboom in de mythische tuin die in de bijbel de betekenis krijgt van het paradijs. Zij bieden een sterfelijke vrouw een vrucht aan van de boom. Deze vrucht schenkt haar de kennis van het leven, of het eeuwige leven. Op een ander zegel komt zij eveneens voor bij de boom, waaraan twee vruchten hangen; de ene geeft de kennis over het leven, de andere onsterfelijkheid. Gula-Bau wordt hier geflankeerd door haar begeleidster, de slang. Tegenover haar zit haar metgezel, die vanwege zijn gehoornde kroon wordt geÔdentificeerd als Dumuzi, Inanna's geliefde, de 'Zoon van de Diepte, de Heer van de levensboom'. Voorstellingen als deze liggen aan de basis van de geschiedenis van de bijbelse Adam en Eva. Bau komt overeen met Baubo, de oude vrouw of baker die met schunnige grapjes Demeter aan het lachen maakte.


Baubo. Baubo houdt van een grapje. Ze is afgebeeld met haar hoofd direct op haar benen, zonder romp. Terracotta  beeldje uit Priene, ca. 5e eeuw v.o.j. Grieks. Haar naam kan worden vertaald als pad, maar heeft ook de betekenis van waarzegger of profetes. Baubo staat in verband met vreugde, zang en dans, ongeremde seksualiteit en met vruchtbaarheid. Baubo is van oorsprong afkomstig uit Klein-AziŽ, waar ze betekenis had als vruchtbaarheidsgodin. Ze wordt vaak afgebeeld zonder romp, met het hoofd direct op de benen. Baubo wordt genoemd als de grappenmaakster die met haar obscene grollen Demeter aan het lachen maakte toen zij zich terugtrok van de aarde en verborg in een grot, waardoor de aarde verdorde en al het leven onvruchtbaar werd. Door haar vrolijke grappen liet Demeter zich verleiden weer tevoorschijn tekomen. Demeter kon haar lachen niet inhouden, en op hetzelfde moment kwam de aarde weer tot leven. Baubo is een oude vrouw die haar jurk optilt om haar vagina te tonen; in het Grieks wordt dit aangeduid als ana-suromai, 'het optillen van de rok'. Met dit gebaar wordt de macht van de onderwereld en het dodenrijk gebroken. De mythe is bekend van Egypte, waar Hathor de zon Ra uit zijn schuilplaats lokte door haar geslachtsdeel te tonen, tot in Japan, waar de danseres Ama-no-Uzume de zonnegodin Amaterasu uit haar schuilplaats lokte.
Als Baubo's zoon wordt wel de varkenshoeder Eubouleus genoemd. Hij zag zijn kudde varkens in de afgrond genaamd de megara verdwijnen, op hetzelfde moment dat Kore eveneens in de onderwereld verdween. Deze varkens spelen een rol in de mysteriecultus rond Eleusis.
In de Eleusinische mysteriŽn is Baubo identiek aan Iambe; zij is de verlamde dochter van een koningspaar in Eleusis. Baubo was de baker die Demeter overhaalde gerstewater te drinken, een soort bier of hallucinogene drank die tijdens de mysteriŽn werd genuttigd; vervolgens bootste ze heel levendig een bevalling na en haalde opeens Demeters zoon Iakchos of Dionysos onder haar rokken vandaan. Iambes naam staat in relatie met de jambische versmaat van de obscene liederen die tijdens de Eleusinische rituelen worden gezongen, en die Iambe en Baubo personifiŽren. Iambes gebrek veroorzaakte dat zij hinkte, overeenkomstig het jambische ritme van de gezangen.
Onderdeel van de processie was een reeks spotternijen door gemaskerde figuren. Een dergelijk gebruik was ook bekend bij de nieuwjaarsfeesten van de Romeinen, zoals de saturnalia en het feest voor Anna Perenna. Het oude jaar werd bespot, en moest plaats maken voor het nieuwe. Ook voor de Egyptische poezengodin Bastet in Boebastis vond een soortgelijk ritueel plaats, waarbij de vrouwen hun rokken optilden en iedereen uitscholden. Het verhaal van Baubo is ook te herkennen in de mythologie rond de Japanse zonnegodin Amaterasu, die door de schuine grapjes van de vruchtbaarheidsgodin Ama-no-uzume aan het lachen werd gemaakt.
Gimbutas brengt Baubo in verband met de betekenis die de kikker of pad had tijdens het neoliticum. De kikker stond in verband met de vruchtbaarheid van vrouwen, en symboliseerde de vagina of baarmoeder. De houding van de kikker was een metafoor voor de foetus in de baarmoeder, maar ook voor de gehurkte baarhouding. Baubo is een epitheton van Hekate. Hekate wordt soms beschouwd als de oude of wijze vrouw van de triade waarvan Kore het jonge meisje of de maagd is en Demeter de moeder. Als vroedvrouw stond ze vrouwen bij tijdens de geboorte. Kikkers hadden betekenis voor de zwangerschap. In het volkssprookje over Doornroosje is het soms een kikker (ook wel een kreeft) die de koningin meedeelt dat zij binnenkort een kind zal krijgen. Baubo vertoont wat dit vruchtbaarheidsaspect betreft ook overeenkomsten met de Ierse Sheela-na-gig.
In Goethes Faust wordt een Vrouw Baubo opgevoerd als aanvoerster van het dodenleger. Tijdens de Walpurgisnacht rijdt zij op een zwanger varken. In deze late literatuur wordt ze dus eveneens geÔdentificeerd met Hekate, die eveneens wordt genoemd als leidster van de 'Wilde Jacht'. Hij signaleerde misschien een overeenkomst met Germaanse aanvoersters als Perchta of Holda.


Beiwe. Ook Paive. Finse zonnegodin. Haar dochter is Beiwe Neida, de 'zonnemaagd'. Ze is verwant aan de Baltische Saule en de Hongaarse Xatel Ekwa.


Beletseri. Belit-tseri of Beletsheri. Meesteres der dieren, Koningin van de woestijn. Mesopotamische godin, vereerd in Akkad.
In het Gilgamesj-epos wordt ze schrijfster van de onderwereld genoemd. Ze knielt voor de onderwereldgodin Eresjkigal, aan wie ze haar tablet voorlas. Toen Enkidu, de wilde vriend van Gilgamesj, naar de onderwereld kwam om te sterven, vroeg ze wie hem had gebracht. Op dit punt is de tekst helaas onderbroken.
Beletseri's echtgenoot is Amurru, een Akkadische, nomadische god, die wordt gelijkgesteld aan de Soemerische stormgod Martu. Maar als echtgenote van Martu werd ook de West-Semitische Ashratum genoemd.
Beletseri is ook een naam voor Ninhursag als de 'Vrouwe van de Wilde Dieren'.
Beletseri wordt ook wel geÔdentificeerd met Gesjtinanna, de zuster van Inanna's geliefde Dumuzi (Adon Tammoez), die gedurende een half jaar zijn plaats in de onderwereld overnam. Ook een Husbishag ('vrouwe van het boek') werd genoemd als degene die het tijdstip van sterven bijhield.
Tabletten of boeken van de onderwereldgodin bevatten de namen en daden van de doden. Dit hun samen met hun lot, en de lotsgodinnen waren degenen die dit vanaf de geboorte vastlegden in hun boek. Uit de Soemerische tijd zijn al de gulses bekend, de schrijfsters van de onderwereld die onder leiding stonden van de genezende godin Gula. Zij zijn verwant aan de Romeinse fata scribenda en aan de Noorse lotsgodinnen, de Nornen, die ook een boek bijhielden. De betekenis van dit boek is tot in onze tijd overgeleverd in het Sinterklaasfeest; hier staan de namen van de 'stoute kinderen' erin, die door de zwarte Pieten in een zak worden meegenomen naar Spanje. Spanje heeft hier de betekenis van de onderwereld; misschien is deze negatieve betekenis te danken aan de Spaanse overheersing. Het Pietenleger komt voort uit de traditie der perthen, het dodenleger in het gevolg van Holda of Diana. In dit verband is het interessant dat Diana's Griekse equivalent Artemis ook de naam Vrouwe van de wilde dieren droeg.


Belisama. Zuid-Keltische licht- en vuurgodin. De Romeinen associeerden haar met Minerva. Een andere Keltische godin aan wie de Romeinen Minerva gelijkstelden was de Britse graan- en haardgodin Brigid. Belisima kwam in Ierland ook voor als een titel voor Brigid.
Belisama werd vooral vereerd in het zuiden van GalliŽ, in de Alpen en in Noord-ItaliŽ.
Het Ierse sam of samrad betekent zomer. Het is verwant aan 'zomer' en andere Germaanse woorden voor zomer, zoals Duits 'sommer', oud-Engels sumor en oud-Noors sumar. Verder is het ondermeer verwant aan Avestisch ham ('zomer') en oud-Indisch sŠm‚ (half jaar, jaargetijd).
Belisama's ega was de lichtgod Belenus. Hun namen zijn ook verwant aan het Semitische Bašlat of Belit(vrouw) en Bašl (heer). Sjamat of Shams was in de Semitische mythologie een naam voor de godin van de zon of het licht. Shamsh betekent 'zon'. In het zuiden van ArabiŽ werd de zon evenals bij de Kelten en Germanen als vrouwelijk beschouwd. Ons woord 'zon' is nog steeds een vrouwelijk woord; in Engeland is het tegenwoordig mannelijk, maar voor de zestiende eeuw was het vrouwelijk; in het Duits is het die Sonne.