BESCHRIJVINGEN

Nieuwe database onder constructie: kijk hier. Deze pagina's worden ingevoerd in een nieuwe database. Zolang dat niet af is, blijven ze hier nog staan, maar ze worden niet meer bijgewerkt.


Medea.


Medusa. Medusa's naam wordt wel vertaald als koningin of heerseres. Zij is de gorgoon die is afgebeeld op de aigis ('geitenvacht') van Athene, de beschermende borstplaat op haar kleding of ook wel op haar schild. Volgens de Griekse mythe is de aigis het hoofd van Medusa, dat door Perseus kon worden afgehakt door haar het schild van Athene voor te houden, waarop ze bij het zien van haar eigen spiegelbeeld versteende. Deze magische kracht ging vervolgens over op het schild. Medusa wordt geassocieerd met slangen, die rond haar hoofd kronkelen en als gordel rond haar middel zijn geplaatst.
Ca. 580. Medusa in rennende houding, met gorgonenmasker, boven de tempel voor Artemis op Korfoe, met naast zich het paard Pegasus en de krijger Chryasor. Als gordel draagt ze een caduseus, twee in elkaar gedraaide slangen.Volgens de meeste Griekse schrijvers was Medusa van oorsprong afkomstig uit LybiŽ, of ze woonde in een gebied in het westen, zo ver als je kon reizen, aan het einde van de wereld. Daar, aan de rand van de onderwereld, waar zij leefde in een grot of spelonk, hield ze indringers weg uit de tuin de Hesperiden. De veelvuldige standbeelden die werden aangetroffen, waren de versteende lichamen van iedereen die haar blik had opgevangen. Hier haalde Perseus haar hoofd en bracht dit naar de Griekse Athene.
Medusa was net als haar gorgoonse zusters Stheino en Euryale mooi geweest. Op een nacht bedreef Medusa echter de liefde in een van Athenes tempels, waarover de godin zo ontstemd raakte dat ze haar veranderde in een monster met vleugels, grote giftanden en een uitgestoken tong, koperen klauwen en haar van slangen; door haar aanblik werden mensen in steen veranderd. Zo afschrikwekkend was haar beeltenis dat zij werd afgebeeld op schilden om de vijandelijke strijders af te schrikken, en op allerlei gebruiksvoorwerpen zoals ovens, om nieuwsgierigen te weerhouden de oven te openen en zo het brood te laten mislukken.
Herodotus vermeldt dat de aigis, het beschermende schild of geitevel dat Athene op haar borst droeg, in LybiŽ de normale dracht voor vrouwen was. Dit hoeft natuurlijk niet te betekenen dat hier Medusa's oorsprong te vinden was. Campbell gaat ervan uit dat de gorgonen en andere godinnen uit de traditie der Titanen al voor de Helleense overheersing in Griekenland werden vereerd, en dat ze nog in verbinding staan met de religies van het neolithicum en mesolithicum. Dit wordt gestaafd door vondsten van gorgonenmaskers uit de nieuwe steentijd in Midden-Europa. Deze oude maskers verwijzen naar een verband met de oude slangengodin en vogelgodin; dit houdt een relatie in met een cultus rond de cyclus van dood en wedergeboorte. De hoofden hebben kenmerken van een slang, met hun starende ogen en een uitgestoken tong, en ze hebben vogelpoten.
Op andere afbeeldingen heeft Medusa vleugels of gevleugelde voeten, net als het paard dat zij voortbracht.
Het bloed dat door Medusa's aderen stroomt heeft zowel genezende als dodelijke kracht; het bloed uit haar linkerarm doodt, terwijl dat uit haar rechterarm kan genezen. Dit heeft Medusa gemeen met Kali. Het herinnert aan de dubbele slang van de MinoÔsche cultuur, die Medusa nog als caduceus om haar middel draagt.
BoeotiŽ, 7e eeuw: Medusa met paardenlichaam. De afbeelding is versierd met een salamander en lotussen. In de Griekse mythologie is het gorgonenhoofd verbonden aan de aigis van Athene. Het hoofd wordt echter ook in tempels van andere godinnen aangetroffen, zoals bijvoor beeld in de tempel van Ephese, die was gewijd aan Artemis of Diana. Het dreigende hoofd is bedoeld om nieuwsgierigen op afstand te houden van de geheime rituelen. Op de Artemistempel in Korfoe is Medusa met het gorgonenmasker te zien en caduceus, in een rennende houding. Ze wordt geflankeerd door Chryasor en door het paard Pegasus, waar echter bijna niets meer van over is. Deze drie figuren bevinden zicht tussen twee panters. Ook in heiligdommen voor Demeter zijn gorgonen te vinden.
Gevleugelde Medusa, rode figuur op Attische vaas, ca. 480. Op de andere kant is Perseus te zien. Een kalksteen beeldhouwwerk uit Korfoe uit de zesde eeuw v.o.j. stelt haar voor met slangen rond het hoofd en de caduceus rond haar middel. Op een afbeelding die dateert van de 7e eeuw v.o.j. uit BoeotiŽ is te zien hoe Perseus het hoofd afsnijdt van een gorgoon met het achterlichaam van een merrie. Haar verband met paarden blijkt ook uit het verhaal van haar verbintenis met Poseidon, waaruit het paard Pegasus voortkwam. Dit paard sprong uit haar hoofd tevoorschijn toen Perseus dit afsloeg, tegelijk met de krijger Chryasor, in volle wapenuitrusting. Deze vorm van baren heeft Medusa gemeen met de Azteekse Coatlicue en de Indiase Kali; haar alter ego Athene kwam op dezelfde wijze voort uit het hoofd van Zeus. Ook komen een aantal motieven rond Medusa overeen met die van de Javaanse Ratoe Kidoel.


Melanippe. Melanippe betekent 'Zwarte Merrie'. Het was een naam voor Demeter, die op Kreta en in Mycene werd vereerd als paardengodin. In Phigalia was zij afgebeeld als een vrouw met het hoofd van een merrie. Ze houdt in de ene hand een duif, in de andere een dolfijn.
Melanippe werd vereerd door de Amazones. Als Melanippe of Melaina ('Zwarte') werd Demeter vereerd in haar Zwarte Grot ('Mavrospelya'). Om haar manen kronkelden slangen. Op dezelfde manier werd Kali in India afgebeeld.
Melanippe is soms een andere naam voor de Amazonekoningin Antiope, die volgens de Griekse mythologie de echtgenote van Theseus werd nadat de Amazones door de troep van Hercules werden verslagen; ook werd wel gezegd dat ze vrijwillig de Amazonestad Themiscyra aan Theseus had overgegeven. Volgens sommige verhalen zou zij Theseus' bondgenoot zijn geworden, volgens andere zag Theseus zich gedwongen haar te doden. Maar de Amazones gingen geen huwelijk voor het leven aan; zij kenden alleen tijdelijke verbintenissen. In elk geval zou Antiope samen met een andere Amazone zijn begraven bij een tempel van Moeder Aarde.
Haar zuster Oreithya (ook wel Hippolyte) organiseerde in samenwerking met de Skythen een wraakexpeditie tegen de Atheners. Melanippe werd volgens sommige verhalen ontvoerd door Theseus, die als losprijs Hippolytes gordel opeiste, maar Melanippe werd ook wel zelf met Hippolyte geÔdentificeerd. Soms werd ze Glauke (uil? grijs?) genoemd.
De moeder van Melanippe is volgens de Griekse mythen de profetes Theia, die ook wel Thetis werd genoemd. Poseidon veranderde haar in de merrie Euippe; toen ze haar veulen had geworpen werd ze door Poseidon als het sterrenbeeld Paard aan de hemel gezet. Aiolos, die de rol van vader kreeg toebedeeld, adopteerde Melanippe en bracht haar groot onder de naam Arne. Arne werd verleid door Poseidon, en kreeg een mannelijke tweeling, die door haar pleegvader Desmontes op de berg Pelion werden neergelegd, om te worden verscheurd door de wilde dieren. Ze werden echter opgenomen door herders. Arne werd door hem opgesloten in een graf. Graves brengt de mythe in verband met een mysterieverhaal dat bekend is van de iconografie, waar een priesteres van Moeder Aarde knielt in een tholos-graf, en herders een tweeling voorhoudt, waarmee de komst van het nieuwe jaar wordt gesymboliseerd. Het tholosgraf staat in verband met het concept van wedergeboorte. De herders vermelden dat ze de kinderen op een berg hebben gevonden, waar het werd gezoogd door een heilig dier, bijvoorbeeld een wolvin, zeug of teef. Soortgelijke motieven komen ook voor in de mysteriŽn van Demeter, met betrekking tot de geboorte van het kind Brimo ('Boze', ook een naam voor Demeter zelf) of Dionysos. Ook Demeter wordt overigens, als zwarte godin, lastig gevallen door Poseidon, waarna ze zich verbergt in een grot.
Het zuidelijke gedeelte van Aiolos' rijk werd Arne genoemd; ook twee steden in Thessalia droegen haar naam.

Als zwarte godin was ze de godin van de doden. In deze vernietigende rol werd ze ook 'Demeter de wreekster' of Erinys genoemd. De Erinyen of FuriŽn waren manifestaties van Demeter als Thesmoforos, de 'Bewaakster van de wet'. Melanippe had de gedaante van een nachtmerrie, en strafte op deze manier de zondaren. Dezelfde titel droegen ook de Amazonekoninginnen Hippolyte en Antiope. Tegenover deze vernietigende kracht stond Leukippe ('Witte Merrie'), het levenschenkende aspect van de zelfde godin. Haar priesteressen droegen tijdens de rituelen paardenmaskers. Het geloof aan een paardengodin die 's nachts de mensen bezocht, bestond ook in de Keltische mythologie.


Melpomene. 'De zingende'. Muze van de tragedie. Attributen: kothurnen (toneellaarzen) aan de voeten, thyrusstaf, dolk of tragediemasker in de hand.


Menerva. Ook gespeld Menrva, Menarva, Meneruva, Menarea, Mera. Etruskische godin, te vergelijken met de Romeins Minerva. In de vijfde eeuw werd ze afgebeeld als een gevleugelde godin, met het Medusahoofd, in gezelschap van Hercle (Hercules), Turms (Hermes) en Pherse (Perseus). Sinds de derde eeuw werd ze ook vertoond met koninklijke attributen: helm (gepluimd?), aegis met gorgonenhoofd en speer. Ze ligt aan de basis van de Romeinse Minerva, en komt ondermeer voort uit de Griekse Athene, vanwege de Griekse invloeden die de Etrusken met zich meevoerden naar ItaliŽ. Op een afbeelding uit de -6e eeuw draagt ze een Atheense aegis (borstkleed van geitevacht) en een gepluimde helm. Ze draagt een speer in de hand. Ze werd geassocieerd met de dood van de verlossergod Mars.
Oude vogelgodin.


Meretseger. Meretseger met het lichaam van een slang en het hoofd van een vrouw. 'Zij die verkiest te zwijgen'. Ook Mertseger. Meretseger was een Egyptische slangegodin, uitgebeeld als cobra met het hoofd van een vrouw, of soms met drie hoofden, namelijk dat van een slang, een vrouw en een gier.
Ze woonde op een bergtop die uitkeek over het dal met de koningsgraven tegenover Thebe.
Tijdens het Nieuwe Rijk beschermde ze de graven van de koningen. Op stŤles in Deir-el-Medinae, het dorp waar de arbeiders van de dodenstad woonden, werd Meretseger aangeduid als 'Westelijke top'. Op een stŤle is ze afgebeeld als slanke vrouw met het hoofd van een cobra. Op haar hoofd draagt ze een pruik, waarboven een kroon met koeiehoorns met hiertussen een zonneschijf zijn geplaatst. In haar rechterhand draagt ze de ankh, het levensteken; ze houdt dit voor de buik van de nijlpaardgodin ThoŽris, de beschermgodin van de zwangeren.
Ze werd beschouwd als een strenge maar rechtvaardige godin. Ze was bewaker van leven en dood.



Mesjenet. Egyptische geboortegodin. Hoofdbedekking: gespleten, naar binnen gerolde halm. Deze is verwerkt in de baarstenen, die bij de geboorte als voetensteun dienen. Ze vormt de Ka al in het moederlichaam in het kind, en verkondigt diens lot bij de geboorte.


Metis. Griekse godin van de wijsheid, orakel. Ze werd zowel een Oceanide als een Titaanse genoemd. Zij was door de maangodin Eurynome als Titaanse van de vierde dag (woensdag) aangesteld over de planeet Mercurius, die de wijsheid en kennis beheerde. Als Oceanide is ze een dochter van Tethys en Oceanus. Ook zegt men wel dat ze de dochter is van moeder aarde en de lucht.
Haar Griekse naam betekent 'raad' of 'wijsheid'. Zij was raadgeefster der goden en vertegenwoordigde de wijsheid. Athene was haar parthenogene dochter (maagdelijke geboorte, van parthenos = maagd en geneia = baren). In LybiŽ, waar deze godinnen vandaan kwamen, was Metis of Medusa een aspect van Athene; de godin kwam hier 'uit zichzelf voort' , wat werd aangegeven als de betekenis van Athenes naam.
De klassieke mythografen melden ook dat Metis samen met Zeus' moeder Rhea Zeus het met honing vermengde braakmiddel verschafte waardoor zijn vader Kronos al Rhea's kinderen (Zeus' broers en zusters) weer uitbraakte, en als eerste de steen die hij in plaats van Zeus had ingeslikt.
Nadat Metis Zeus had geholpen zijn zusters en broers te redden van de vraatzucht, werd zijzelf achtervolgd door Zeus, van wie ze tenslotte zwanger raakte. Toen Zeus ter ore kwam dat Metis ooit een zoon zou baren die hem van zijn machtige positie zou verstoten, slokte hij de zwangere Metis op, in navolging van de familietraditie. Hierna bleef Metis echter in zijn buik raadgeven.
Zeus kreeg een razende hoofdpijn, en moest met hulp van de smid Hephaistos zijn dochter Athene ter wereld brengen, die in volle wapenrusting uit zijn hoofd werd geboren.
De mytholoog Harrison toont aan hoe deze geschiedenis een 'wanhopige theologische kunstgreep' was om Metis' belangwekkende, matriarchale verleden te verhullen. Helemaal uit de lucht vallen komt het verhaal echter niet. Athenes alter ego Medusa bracht zelf de volledig gewapende krijger Chryasor en het paard Pegasos uit haar hoofd voort. In India is hetzelfde verhaal bekend van de strijdgodin Durga, uit wier hoofd de verwoester Kali Ma tevoorschijn kwam, om Durga bij te staan bij haar kosmische oorlog. Ook de Azteekse Coatlicue bracht haar zoon in volle wapenrusting voort uit haar hoofd, zodat hij haar direct bij kon staan in haar strijd tegen haar andere kinderen.
Walker vermeldt dat zowel Metis als Medusa terug te voeren zijn op de Egyptische Neith, die in LybiŽ onder andere deze namen voert. Ik kan hier, los van de verwantschap met Anat, niets over vinden, maar 'Met' komt wel voor in Sekhmet of Sachmet, die overeenkomst vertoont met Medusa; in dit verband wordt Sekhmet wel geÔdentificeerd met Hathor.


Mictlancihuatl. Mexico: Azteken. Ze wordt genoemd in de Borgia Codex (bevindt zich in het Vaticaan).


Minerva. Romeinse godin. Beschermvrouw van het ambacht, de oorlog en de handel. Ze zag toe op de vrouwelijke ambachten, zoals het spinnen en weven, de kunst van het metaalsmeden. Ze was ook de uitvindster van de muziek. Met het toenemen van de Griekse invloed in ItaliŽ werd ze gelijkgesteld aan de Griekse Athene. Genezende kracht had ze als Minerva Medica, die overeenkwam met Athene Hygeia. Julius Caesar identificeerde in De bello Gallico de Keltische Brigid met Minerva, vanwege haar functie als beschermvrouwe van de ambachten. Minerva versmolt ook met de zonnegodin Sul. Haar naam komt van de Etruskische Menerva.
Als godin van de wijsheid was haar heilige dier een uil. De uil werd in het latijn strix genoemd, hetzelfde woord waarmee een wijze vrouw werd aangeduid. Het meervoud striges werd het latere Italiaanse woord voor heks, strega. Dezelfde etymologische relatie is in noordelijke streken terug te vinden in woorden voor 'wijs' en het Engelse woord 'witch', zoals het Angel-Saksische wicca, een samentrekking van witga, dat ook verwant is aan 'weten'.
Een oud-Italische naam voor Minerva was Nerio. Nerio werd op een in Praeneste gevonden kistje afgebeeld als een vrouw in een lang gewaad, zittend op een steenhoop, waarop haar schild en helm liggen. Met haar toverstaf verricht ze een heilige handeling. De jonge god Mars, die als de terugkerende lente wordt wedergeboren, bevindt zich naakt, maar wel getooid met helm, lans en schild, boven een kokend vat. In de decoratie is als symbool van de dood de helhond Cerberus afgebeeld. Mars, door de Grieken gelijkgesteld aan de oorlogsgod Ares, werd een zoon van Juno genoemd, maar ook wel de zoon van Minerva.
Minerva werd met Jupiter en Juno als drie-eenheid vereerd op het Capitool. In een eerdere tijd bestond deze drie-eenheid uit de maagd Juventas ('jeugd'), Juno en Minerva. Juventas, te vergelijken met de Griekse Hebe, werd vervangen door Jupiter. Juventas werd vereerd als fontein, in het bijzonder als de 'fontein van de jeugd'. De fontein stond gelijk aan de bron die opwelde uit de aarde, die de basis vormde van het leven. De fontein was een zinnebeeldige voorstelling van het menstruatiebloed, waarmee werd aangekondigd dat jonge meisjes zwanger konden worden. Ook in de bijbel komt de vergelijking van het bloed met een bron of fontein voor, bijvoorbeeld in Leviticus 20:18.
Minerva werd als beschermster van het vrouwelijke ambacht nog in de christelijke tijd vereerd; een christelijke schrijver noemde als een van de zonden die vrouwen tot de hel veroordeelden het aanroepen van Minerva als ze hun wol spinden.
Het dierenriemteken van de ram werd door de Romeinen opgevat als Minerva. De Romeinen vierden haar feestdagen van 19 tot 23 maart, gedurende de vijfdaagse quinquatrus, als de Ram aan de hemel verschijnt en de lente begint. Omstreeks dezelfde tijd vierde men Athene de kleine Panathanaea voor Athene, een van de oudste Griekse feesten. Het feest begint op de vijfde dag na de ides, de volle maan, die altijd op de vijftiende dag van een maanmaand valt. Het werd gevierd door allen die onder bescherming van de godin stonden, zoals leraren en leerlingen. Zij hadden dan vakantie. Het feest was verder voor vrouwen en kinderen, allen die het spinnen en weven beoefenen, dichters enz.
De eerste dag, 19 maart, wordt de geboorte van Minerva gevierd. Bij de Caelische berg was de kleine tempel te vinden Minerva Capta, die zij op haar verjaardag had gekregen. De herkomst van het woord capta is niet bekend; het wordt wel met kapitaal in verband gebracht.
De tweede dag was eigenlijk gewijd aan een Egyptische oogstfeest voor Isis, de Pelusia. Op 21 maart, de derde dag, viel de dag- en nachtevening, en begon dus de lente. De zon kwam nu op in AriŽs, de Ram, terwijl hij de evenaar snijdt. Ook deze dag werd wel Minerva's geboortedag genoemd. De vijfde dag, heette het tubilustrium; op deze dag werden de trompetten, de tubae, gereinigd, om met muziek de offers te kunnen begeleiden. Op deze dag werd ook een feest gevierd voor Nerio of Nerine en Mars. Nerio is een godin van de Sabijnen, de oudste bewoners van het Latijnse gebied. Minerva werd aan haar gelijkgesteld.
De maand maart was ook de heilige maand van de god Mars. Deze was gelijkgesteld aan de Griekse oorlogsgod Ares, aan wie de ram met de gouden huid werd geofferd die vervolgens door zijn vrouw Nephele aan de hemel werd gezet, waar hij kon heersen over de lente en de regen.
Ook voor de Germaanse Ostara wordt in deze tijd feest gevierd. Haar naam is verwant aan die van de Fenicische Astarte, die met Anat aan Athene en Minerva ten grondslag ligt. De Germaanse Idun keert op dit tijdstip terug naar huis, en de Griekse Kore keert terug van de dood uit de onderwereld in de Kleine MysteriŽn.
Als een van de drie Capitolijnse goden werd Minerva ook vereerd tijdens het Lectisternium op 13 september. Dit van oorsprong uit Griekenland afkomstige banket zou op last van de Sibyllijnse boeken in Rome zijn geÔntroduceerd in het jaar 399. In Griekenland vond het plaats op 13 november, in combinatie met de plebeÔsche Spelen. De beelden van Minerva, Jupiter en Juno werden versierd, en ze namen plaats aan het banket.


Mnemosyne. 'Geheugen'. Zij was de moeder van de muzen, met haar kleinkind Zeus als vader. Mnemosyne was een van de titanen, een dochter van Gaia, de aarde, en de hemel Uranus. Mnemosyne was in feite zelf een muze, die de dichters het geheugen gaf om hun sagen te kunnen onthouden.


Moeder aarde. Zij voedt slangen aan haar borst. In Aeschylos' dodenoffer brengt Clytaemnestra in een droom een slang voort: dit zou er op duiden dat zij een voorstelling is van de moedergodin, en dat haar geschiedenis gaat over de vervanging van de oude traditie voor de nieuwe, patrilineaire tijd.
Moedergodin, terra mater, grote godin, grote moeder, graanmoeder. Slang. Godin uit het neolyticum, van de jager/verzamelaars en akkerbouwers. Overal zijn beeldjes ('Venussen') uit deze tijd gevonden, tot 30.000 jaar oud, die met de moedergodin in verband worden gebracht. Zij vertonen kenmerken van vruchtbaarheid. Marija Gimbutas wijst er echter op dat de godin of godinnen in verband kunnen worden gebracht met de gehele levenscyclus, niet uitsluitend met zwangerschap en moederschap. In een latere tijd wordt de godin afgebeeld met een zoon, die tevens haar minnaar is. Deze sterft jong, en er wordt om gerouwd; later verrijst hij. Deze jaarlijkse gebeurtenis hangt samen met de cycli der seizoenen en de oogst. (Doemoezi, Tammoets, Attis, Jezus, Horus, Adonis). In Delphi werd zij vereerd als slangengodin, in het bijzonder een python.
Moeder van alle mensen: Eva, Freija, Tara, Ostara.


Moet. Ook Mut. Egyptische giergodin en moeder van de goden. Moet Onder de goden was Moet een oudere vrouw. Haar functies waren oermoeder; godin van de lucht; oorlogsgodin; beschermster van het gezin (als deel van de triade). Ze werd vooral vereerd in Karnak en in Thebe (Waset). Sinds de 18e dynastie (1539 - 1292 v.o.j.) was in Thebe Amon ('verborgene') of Amen-Ra haar echtgenoot; haar zoon was het maankind Chons.
Haar kenmerken zijn een leeuwekop en een gierkap. Ze werd soms afgebeeld als een gevleugelde vrouw of als een gier, en ze droeg de kroon van het koningschap. In het oude Egypte werd de gier zo sterk geassocieerd met het moederschap dat haar naam het oude woord was voor moeder (mwt). De sterke band tussen moeder en kind werd gesymboliseerd doordat gieren altijd in paren verschijnen. Ook werd de gier gezien als een dier dat dichtbij god stond vanwege de hoge vlucht. Ze werd Grote tovenares genoemd, Hemelvrouw en Oog van Ra.
Moet is de oermoeder van alle goden. Ze werd ook vereerd als moeder van de farao. Volgens sommige bronnen was zij de moeder van Isis en Osiris. Haar naam betekent moeder. Ze wordt afgebeeld in mensengedaante met gierkop of met kroon en gier. Ze werd ook geassocieerd met de ureaus. Ze werd voorgesteld door de dubbele kroon van Boven- en Beneden-Egypte, die door koningen en door Atum werd gedragen. In Thebe is ze de echtgenote van Amon en moeder van het maankind Chons. Oorspronkelijk werd ze hier vereerd als gier. Later werd de gier haar hoofdtooi. In deze stad versmolt ze met Sekhmet, en werd ze met een leeuwehoofd afgebeeld. In Karnak werd ze met Chons en Amon vereerd als heilige drie-eenheid (triade). Het maankind Chons wordt vooral vereerd als orakel en beschermer van zieken. Chons of Khonsu was in de mythologie de geadopteerde zoon van Mut en Amon-Ra. Hij verdrong hun eerdere geadopteerde zoon, de oorlogsgod Montu.
De naam van Amons vrouwelijke wederhelft was aanvankelijk Amaunet ('verborgene'). In een andere tijd in Thebe werd Amen beschouwd de vader van Osiris in plaats van van Khonsu. Osiris' moeder was Taweret, die in die periode Ipet werd genoemd. Later assimileerde Mut met Ipet.
De gierkap die Mut droeg, was de traditionele hoofdtooi van koninginnen. Dit aspect staat bij Moet voorop, want het gaat bij haar om integratie van een prehistorische moedergodin. Toen in het Nieuwe Rijk Amon tot zonnegod (Amon-Ra) werd uitgeroepen, werd Moet weer beschouwd als oermoeder, dwz de moeder van de zon. Tijdens de 18e dynastie werd ze vereenzelvigd met Ra's eerdere echtgenote Amaunet. Haar tempel stond in Luxor. De tempel van Ra stond iets verderop in Karnak. Zijn jaarlijkse bezoek aan Moet was een van de grootste feesten van het Nieuwe Rijk; het feest van Opet, tijdens de opkomst van de godin Sothis, d.w.z. de opkomst van de ster Sirius op 19 juli.
In het Egyptische Dodenboek staat vermeld dat zij de zielen sterk maakte en lichamen gezond. Amun-Ra was haar echtgenoot, maar er werd ook wel gezegd dat zij vanuit zichzelf dingen voortbracht, als Moeder van alle levende dingen.
Volgens Walker was Moet de naam voor een triadische godin. In haar maagdelijke vorm was zij Maat, als moeder was zij Hathor, en als oude of zwarte vrouw de giergodin Nekhbet, de Kroon der Doden. Ze werd wel verwisseld met Sechmet en Bastet.
Moets hiŽroglyfteken bestond uit drie ketels, die de drievoudige baarmoeder voorstelden. In haar belangrijkste feest in Thebe maakte Moet een 'zeereis' over een meer in de vorm van een hoefijzer, isheru genaamd, dat haar tempelcomplex in Karnak omringde. Een beeld van haar werd op een boot geplaatst, en vaarde over dit meer. Een liggende leeuw maakt deel uit van de hiŽroglyf voor Isheru. Het tempelcomplex in Karnak, dat al sinds de oudheid ipet-isut werd genoemd, bevatte tempels voor Moet, Amon, Khonsu en Montu. Het bevond zich op de oostelijke Nijloever bij Thebe. Het heilige huwelijk tussen Moet en Amon-Ra, dat hier jaarlijks werd gevierd, werd in eerdere tijden gevierd voor Taoert, als Ipet-Isut.


Moira. 'Deel'. Moira was een Griekse lotsgodin. Haar attributen waren het wiel en een weegschaal. Homerus noemt een lotsgodin 'Moira'; wat zij vastlegde was onherroepelijk, en zelfs de goden waren eraan gebonden. Morai was ook een naam voor Aphrodite. Pausanias vermeldt een inscriptie in een tempel voor Aphrodite waarop werd vermeld dat 'Aphrodite Ourania' de oudste der Moiren is.
Moira werd ook voorgesteld in drievoudige vorm als de Moiren. Ze had een feestdag op 23 augustus (26 hesperis). Op deze dag onderzocht men het eigen geweten, en werden plannen gemaakt voor de toekomst.
Bij de Etrusken komt Moira voor als Athrpa, bij de Moiren Atropos geheten.


Moiren. Grieks Moirai of Moerae. Moira betekent deel. De Moiren zijn de Griekse schikgodinnen. Zij bepalen het levenslot. Gewoonlijk worden ze voorgesteld als een drievoudige godin, de drievoudige vorm van Moira, de drie lotsgodinnen die gezamenlijk de levensloop bepalen. Moira was ook een naam of titel van Aphrodite. Pausanias vermeldde een inscriptie in de tempel van Aphrodite in Athene, waarop stond dat Aphrodite de oudste der Moiren was.
Hesiodus noemde de Moiren dochters van Nyx, de Nacht, maar ook van de wetsgodin Themis, wat de schikgodinnen zusters maakt van de Horen. Net als hun zusters de horen zijn de Moiren te associŽren met Aphrodite, en worden ze wel opgevat als haar priesteressen. De Romeinen noemden de lotsgodinnen Fatae of Parcae (Parcen). De namen van de afzonderlijke lotsgodinnen zijn meestal alsvolgt: Clotho, Lachesis en Atropos of Aesa. Pausanias vermeldt nog het eens te zijn met Pindarus' opvatting dat Tyche een van de Moiren is, en dat zij veel machtiger is dan haar zusters.

Clotho ('spinster' van Grieks klothein, 'spinnen'): zij spon de levensdraad.
Lakhesis (toedelende): zij rolde de levensdraad op of hield hem vast. Ook trok ze wel lootjes uit een urn. Haar attributen waren een lotstaafje of een aardbol met een griffel. Lakhesis wordt etymologisch afgeleid van Lakhenein of lakh, door het lot verkrijgen. Misschien is de naam verwant aan die van de Indiase geluksgodin Lakshmi ('geluk').
Atropos (onafwendbare): zij sneed de levensdraad door. Haar attributen waren een schriftrol en een graveerstift, een wastafeltje en een zonnewijzer. De naam Atropos komt van a ('niet') en en tropos ('draaiend' of 'veranderbaar'). De naam verwijst naar de functie van schik- of wetgodinnen het wiel of de zon te laten draaien, dus de continuÔteit van de schepping in gang te houden. De metafoor die uit haar naam spreekt is dus niet zozeer het doorknippen van de draad maar het stopzetten van het rad. De Etrusken noemden haar Athrpa; zij legde het onafwendbare noodlot vast door een spijker te slaan.
Aisa. In plaats van Atropos werd ook wel Aisa of Aesa ('lot') genoemd. In haar boeken tekende zij het voorbeschikte lot op. Aesa's attribuut was het zwaard.

De schikgodinnen geven dus gestalte aan het idee van de godin als maakster, bewaarder en vernietigster. Het leven werd voorgesteld als een draad die werd gesponnen door de Maagd, gehandhaafd door de Moeder en doorgesneden door de oudere, wijze vrouw. Moirologhia waren Griekse hymnes die werden gezonden bij begrafenissen; de doden werden toevertrouwd aan de zorgen van de godin.
De Moiren worden de dochters genoemd van de Nacht (Nyx). Ook zijn ze de drie dochters van Anance ('noodzaak'). Plato beschrijft in de Republica de rol van de Moiren en Anance in de cyclus van de eeuwig draaiende hemellichamen in de atmosfeer. Een as die is bevestigd in het centrum van de wereld draait vanaf de knieŽn van Noodzaak (Anance). Via een stelsel van tandkransen worden hiermee de verschillende lagen der sferen in beweging gebracht, waarin de planeten en de vaste sterren bewegen. Elke sfeer heeft zijn eigen snelheid. Op elke circkel die de beweging maakt zit een sirene; elke sireen zingt haar eigen toon. Aangezien er in totaal acht sferen zijn, onstaat er een harmonie van acht tonen. Deze wordt aangevuld door de drie tonen die afkomstig zijn van de schikgodinnen. Zij zitten elk in witte jurken op hun troon, en dragen bloemenkransen. Lachesis zingt het verleden, Clotho het heden, en Atropos de toekomst. Clotho stuurt van tijd tot tijd met haar rechterhand de buitenste cirkels bij, Atropos met haar linkerhand de binnencirkels, terwijl Lachesis beide lagen in bedwang houdt, afwisselend met de linker- en rechterhand. In deze gefixeerde beweging, die een tijdsduur heeft van de eeuwigheid, is de loop van elk hemellichaam bekend van het verleden tot in de toekomst; dit is een onveranderlijke natuurwet. Hiermee samen hangt ook de vastgelegde loop af van elk natuurlijk fenomeen, inclusief de levensloop van de mens, dat van geboorte tot dood al een bestemming heeft gekregen.
De samenklank die in deze 'harmonie der sferen' wordt geproduceerd, doet denken aan de Om of hum, de heilige lettergreep die Kali of Durga uitten tijdens hun kosmische strijd, en die de grondslag is van het ontstaan van onze wereld, en van het einde ervan. Verleden, heden en toekomst liggen erin besloten, evenals elke klank. De klank is de basis van alle heilige mantra's (hymnes). Het besturen door Kali van het wiel van de karma heeft een gemeenschappelijke filosofie over de eeuwige tijd, de cyclische loop der dingen en de onwrikbare natuurwetten als basis.
Ze zijn zusters van de Horen en de Erinyen. De namen Clotho, Lachesis en Atropos zijn voor het eerst te lezen bij Hesiodus: hier zijn ze dochters van Zeus en Themis. In Athene werd volgens een vermelding van Pausanias Aphrodite Ourania vereerd als de oudste van de drie schikgodinnen. Moira was vroeger een naam voor Aphrodite, die ooit zelf de functie van de schikgodinnen had. Men zei dat ze ouder was dan de tijd zelf. Zij beschikte door middel van de ius naturale, de wetten van de natuur. In Delphi werden maar twee schikgodinnen vereerd, de godin van de geboorte en die van de dood.
De mythische held Admetus, afkomstig uit ThessaliŽ, belandde in de onderwereld toen zijn levensdraad was doorgesneden. Op voorspraak van Apollo nam zijn vrouw Alcestis zijn plaats in; Alcestis op haar beurt werd uit de onderwereld gered door Heracles. Misschien is de naam Admetos nog een herinnering aan de Soemerische Dumuzi, de geliefde van Inanna (Venus) die aan de onderwereld ontkwam omdat zijn zuster Geshtinanna halfjaarlijks zijn plaats innam. Deze komt overeen met de Tammoetz van de bijbel, die als Adonis, de geliefde van Aphrodite (net als Inanna Venus) in de Griekse mythologie een plaats vond. Alcestis was een dochter van Pelias, een zoon van Tyro en Poseidon. Tyro was een dochter van Salmoneus, een broer van Athamas, de echtgenoot van Nephele en Ino. In de bijbel zijn deze namen nog te herkennen als Salomo en Adam. 'Tyro' herinnert aan de Fenicische stad Tyr, waar de hoofdgod Melqart was, die in de Griekse mythologie voorkomt als Hercules en Poseidon.
Graves beschrijft een afbeelding waarop Hermes met vleugelschoenen en helm op een magisch oog van de schikgodinnen krijgt. Het oog is symbool van de gave van de waarneming. Hermes leert het bomenalfabet, dat de drie godinnen hebben uitgevonden. Ze geven hem ook een tand, een sikkel om lettertwijgen in het heilige bos te snijden, een tas van kraanvogelhuid en een gorgonenmasker om nieuwsgierigen af te schrikken. Hermes vliegt met drie gemaskerde godinnen naar hun heilige bos in Tartessos. De godin wordt getoond met een spiegel dat een gorgonenmasker reflecteert, om het geheime karakter van de wijsheid te onderstrepen. Graves ontzenuwt hiermee de loop der gebeurtenissen in de mythe van Perseus en Medusa. Sommige motieven komen in een andere vorm ook voor in de geschiedenis van Odin, die voor het verkrijgen van de geheime kennis van de godin Freya een oog offert.
De Moirae zijn te vergelijken met de Romeinse faten, de Skandinavische nornen, de Slavische Zarya of de Soemerische Gula.


Mokos. Aardgodin en vruchtbaarheidsgodin van de Slavische volkeren, vereerd in Polen en Rusland, met name het gebied rond Kiev en de OekraÔne. Ook Mokosj, Mokosz of Makosj. In de Baltische staten werd ze Mati syra zemlya ('Vochtige Moeder Aarde') of Zemes Mate ('Aardmoeder') genoemd.Ze heeft grote overeenkomsten met aardgodinnen die door de omringende volkeren werden vereerd, zoals de Iraanse Anahita. Zij vindt misschien in deze godin haar oorsprong. Waarschijnlijk is ze terug te voeren op een aardgodin uit een vroegere tijd.
Mokos was vooral een vruchtbaarheidsgodin. Feestdagen aan haar gewijd vielen in de herfst, na de oogst. In het vroege voorjaar was het verboden op de grond te spugen, omdat in deze tijd Moeder Aarde zwanger is. De opvatting van de godin als personificatie van de aarde was tot in de 19e eeuw waarneembaar in de gebruiken van de boerenbevolking in gebieden als de OekraÔne. Men slikte bijvoorbeeld een stuk aarde door om de huwelijkseed te heiligen; een eed werd bekrachtigd door aarde op iemands hoofd te plaatsen; men biechtte zijn zonden tot een gat in de grond in plaats van tegen een priester.
In een latere periode werd het aantal functies van Mokos uitgebreid. Ze werd beschermvrouwe van de vrouwen, en zag toe op een goede zwangerschap en op de geboorte. Ze was patrones van de vrouwelijke ambachten zoals spinnen en weven. Ze beschermde ook de kuddes schapen.
In het voorjaar zwierf Mokos door het land. Ze bezocht de huizen, verkleed als oude vrouw, wolspinsters lastig vallend. Ze hoedde dan zelf de schapen, en schoor hun vacht. 's Nachts werden als offer strengen wol voor haar naast de kachel gelegd.
Met de opkomst van het Christendom werd zij opgenomen tot de heiligen van de orthodoxe kerk als St. Paraskeva-Piatnitsa (Paraskeva-Vrijdag). Haar naamdag viel eind oktober, rond de tijd dat voorheen het oogstfeest voor Mokos werd gevierd.


Morgan. Keltische godin. Ook gespeld als Morgen. Ze was de godin van de doden en van de geneeskunst. In de Arthur-legenden komt ze voor als Fata Morgana (Morgan de Fee of Morgan le Fay). Nog een andere naam voor haar was Mara. Haar heilige vogel was de raaf, de boodschappervogel die in contact stond met de andere wereld.
Morgan heerste over de Gelukseilanden of het eiland Avalon, waar de geŽeerde doden een rustplaats vonden. Dit eiland bevond zich ver over de zee, bij de zonsondergang. Dit eiland werd ook 'Eiland van de appels' genoemd, die daar op natuurlijk wijze konden groeien, zonder te worden verzorgd. Geoffrey van Monmouth schreef in de 12e eeuw dat negen zusters het eiland regeerden, waarvan Morgan de machtigste was. De namen van zeven andere zusters zijn Moronoe, Mazoe, Gliten, Glitonea, Cliton, Tyronoe en Thitis. Onder de waterspiegel, op de zeebodem, hadden de morgans of 'zeevrouwen' paleizen van goud en kristal; hier sleepten zij iedereen naar toe die zich te dicht bij het water bevond.
Uit oudere bronnen blijkt dat Morgan meesteres was van de geneeskunst. Ze onderwees hoe de planten konden worden gebruikt om ziektes te verdrijven. Zij beheerste ook de kunst om door de lucht te vliegen, met namaakvleugels, en ze kon haar uiterlijk veranderen.

Men ging er vroeger vanuit dat de oorsprong van Morgan te vinden was in de Morrigan, maar deze gedachte is nu verworpen. Misschien is ze wel terug te voeren op Modron of Matrona, de Keltische moedergodin van respectievelijk de bewoners van Wales en GalliŽ. Het is mogelijk dat ze in BrittaniŽ werd geassocieerd met waterfeeŽn die mari-morgans heetten. Een van deze morgans, Dahut of Ahes, veroorzaakte het verzinken van de legendarische stad Ys. Sindsdien hield zij zich bezig met het slepen van zeelieden naar haar onderwaterstad. Morgan werd in BrittaniŽ bij bronnen of putten vereerd, wat nog blijkt uit topografische namen in Engeland als Morgan's Well. Dit heeft verband met haar functie als dodengodin, want putten vormden een toegang tot de wereld van de doden. Uit deze aspecten blijkt de overeenkomst met de Germaanse Holda of Hel en de Baskische Mari.
In het verhaal van Gawain en de Groene Ridder uit de Arthur-legende staat vermeld dat een vijfpuntige ster op een bloedrood schild werd gedragen om haar te eren. Dit motief kan zijn ontleend aan de appel van het Appeleiland waar Morgan over heerste; de kern van de appel vertoont, indien overlangs doorgesneden, een vijfpuntige ster. Dit speelde een rol in vele rituelen waarbij een appel door de aardgodin of moedergodin aan iemand werd geschonken.
Morgan had vele geliefden, en haar favorieten schonk ze onsterfelijkheid. Zij gingen met haar mee naar haar paradijs. Het klaverblad of de shamrock was een symbool van de drievoudige Moeder van de Keltische traditie. Het werd ook wel de Drie Morgans of Drie Brigids genoemd, die de 'moederharten' van de Keltische stammen waren. Het symbool kwam van oorsprong van het Arabisch sjamrakh, en zou een embleem geweest kunnen zijn van de drievoudige maangodin van de Arabieren. Ook in het gebied rond de Indus was het klaverblad een symbool van de oude beschaving, met een soortgelijke connotatie.


Morrigan. Bloeddorstige, roodharige oorlogsgodin van de Kelten, ook bekend uit de Ierse literatuur. Ze had ook een functie als voortbrenger of vruchtbaarheid. Haar naam betekent 'Spookkoningin'. Haar andere vormen zijn Nemhain (waanzin) en Badhbh (kraai of raaf). Een andere, drievoudige vorm van Morrigan is die van de maagd Ana (vruchtbaarheid of overvloed), de moeder Babd ('kokend', dwz de eeuwigborrelende ketel die het leven voortbrengt) en de kroon Macha ('raaf'), de moeder der doden. Ana is een titel voor de godin Danu of Dana. Ook worden Eriu, Banda en Fotla genoemd. De Morrigan komt overeen met de mysterieze Andraste, die door koningin Boudicca wordt aangeroepen in de verloren strijd tegen de Romeinse tyrannie in de eerste eeuw. Ze wordt ook wel geÔdentificeerd met Morgan.
De Morrigan speelt een rol als oorlogsgodin. Ze was op het strijdveld aanwezig als kraai of raaf. Deze opruimers onder de vogels werden inderdaad door het met lijken bezaaide slagveld aangetrokken. Het waren van oudsher vogels die met dood werden geassocieerd. De komst van deze vogels kondigden dan ook de naderende dood aan. Morrigan, en ook Macha en Badb, bezitten het vermogen om de toekomst te voorspellen, vooral de afloop van de oorlog. Deze kunst wordt ook beheerst door heilige of wijze vrouwen zoals de profetes Fedelma, die koningin Bedb waarschuwde voor haar tegenstander Cuchulain. Zij droeg kleding die wees op haar verbinding met de andere wereld. Fedelma was tevens dichteres. Ook Scatach was zowel lerares in de krijgsleer als zieneres.

In het verhaal Tain Bo Cuailnge (Cattle raid of Cooleey) staat een beschrijving van de Morrigan , als Cuchulainn haar ontmoet maar niet herkent. Zij kondigt zichzelf aan met een luide, vreselijke schreeuw, die klinkt vanuit het noorden. De Morrigan reed in een wagen die werd getrokken door een kastanjekleurig paard. Dit paard had maar ťťn oog, ťťn oor en ťťn been, en de as van de wagen stak door zijn lichaam naar de halster. De Morrigan zag er vreeswekkend uit, met rode wenkbrouwen en gehuld in een karmozijnrode mantel, die achter haar tussen de wielen viel en over de grond sleepte. Naast de wagen liep een grote man, die ook een rode mantel droeg. Op zijn rug droeg hij een gevorkte staf van hazelnoothout. Hij dreef een koe voor zich uit. De Morrigan noemt zichzelf een dichteres en satirist. De koe is haar beloning voor een gedicht. Ze zong een lied voor Cuchulainn, en was toen op slag met paard, man en wagen verdwenen. Later zweefde ze als drie raven boven het leger van koningin Medb van Connacht om Cuchulainn te verslaan.
Als vruchtbaarheidsgodin wordt de Morrigan onder andere vereerd in de vorm van een paar heuvels met de naam 'Tepels (Paps) van Morrigan', lage heuvels die een aspect van het lichaam van de godin vertegenwoordigden.
Tijdens Samhain maakt Daghdha ('Goede god'), de god van het leven, de Morrigan, de dodengodin, het hof. Samhain is een van de Keltische seizoensfeesten, gevierd op de Britse eilanden. Het feest viel op 31 oktober en 1 november. Het woord kan komen van het Ierse samrad of het Gallische samon. Beide termen verwijzen naar het einde van de warme tijd en komst van de koude winterperiode. Zij bedrijven, voorafgaand aan de oorlog die ze gaan voeren, de liefde, terwijl Morrigan schrijlings over de rivier de Unius in Connaught staat, omdat ze de bloederige lijken en wapens van hen die sterven op het strijdveld moet wassen. Deze ongebruikelijke houding verwijst echter tegelijkertijd naar het nieuwe leven, dat ook geboren gaat worden. Hieruit blijkt dus tegelijkertijd de betekenis van de Morrigan als godin van de dood ťn van het nieuwe leven. Dit is een variant op andere mythen waar het nieuwe jaar wordt ingeluid door een roodgekleurde rivier, waarin de motieven dood, geboorte en bloed samenkomen, zoals bijvoorbeeld de Adonis-mythe.


Muzen. Ook mousai of musae. Griekse Godinnen van de kunsten en wetenschap. Andere namen waarmee ze werden aangeduid waren Pieriden (als dochters van Pierus), Aonides of Thespiaden. Ook werden ze wel Aganippiden genoemd, naar de heilige bron Aganippe aan de voet van de Helicon, de berg waar de muzen woonden. Naar de rivier de Ilissus in Attica heetten ze de Ilisides; naar de bron bij de Parnassus heetten ze Castiliae; Libethrides kwam van de Thracische berg Liberthrus, waar ze in een heilige grot werden vereerd. Omdat ze ook woonden op de Olympus was een naam Olympiades. Pegasides werden ze genoemd naar het paard Pegasus, die de aan de muzen gewijde bron de Hippocrene sloeg.
Volgens sommige bronnen waren er drie, volgens andere negen muzen. Varro noemde drie muzen, vereerd door de Aloades: Aoede, Melete en Mneme. Cicero noemt vier namen, Telsiopes, Aoide, Mneme en Melete.
Het woord muzen wordt teruggevoerd op Mosa of Monsa, de al dan niet gepersonifieerde geest van de bezieling. De zangers werden door Monsa geÔnspireerd. Uit dit woord kwam het woord muze (Grieks mousa) voort. Het is ook terug te vinden in Mne-mos-yne, 'herinnering', die door de Grieken werd genoemd als de moeder van de muzen. In de liederen werd de geschiedenis bezongen. Als moeder van de Thespiaden heet zij Megamede.
De muzen vertoefden het liefst op bergen. Ze bewoonden de Olympus aan de kant van Pieria. Ze verblijven ook op de met gras begroeide vlakten van de Helicon, bij hun bron Hippokrene, en op de Parnassus, bij de Kastalia-bron. Aan de voet van de Helicon wedijverden de Pieriden, de dochters van de Makedonische koning PiŽros, met de muzen, tot ze door hen in eksters werden veranderd. De Romeinen identificeerden de muzen later met Italische bronnimfen, de Camenae.
Ook van de Sirenen hadden de muzen een wedstrijd in de zangkunst gewonnen. Vervolgens zouden de muzen een kroon voor zichzelf hebben gemaakt van de veren van de sirenen. De muzen onderwezen onder andere de nimf Echo in de zangkunst. De muzen waren met hun zang aanwezig bij de bruiloft van onder andere Harmonia en Thetis.
De muzen worden ook genoemd in verband met de geneeskunst en orakels. Zij hadden de sfinx het raadsel geleerd dat Oedipus moest oplossen. Aristeus leerden zij genezen en voorspellen.
De muzen waren nimfen of priesteressen in dienst van Aphrodite. Ze komen in verschillende opzichten overeen met de horen en de gratiŽn. Andere namen waarmee ze worden aangeduid zijn de Aonides en de Pierides. Zij woonden op de Helicon en de Parnassus, waarheen hun dienst zich vanuit Thracië verbreid had. Ook de Pindaros en Haemus werden als berg van de muzen genoemd. De muzen worden wel symbolisch voorgesteld als een zwaan. Ook een negenpuntige ster was een teken voor de negenvoudige godin.
Apollodorus noemt Mnemosyne ('geheugen') de moeder van de drie muzen, die aanvankelijk voorkwamen als triade. Namen voor de drievoudige muzen waren Melete ('meditatie'), Mneme ('herinnering') en Aeode ('lied'). Volgens Hesiodus waren zij de dochters van Moeder Aarde en de Lucht. De negenvoudige muze met haar functies kwam voor het eerst voor bij Hesiodus. Dit zijn:
Calliope ('mooie ogen'). Calliope is de muze van het heroÔsch epos, filosofie en retoriek. Haar attributen zijn schrijftafel en schrijfstift, perkamentrol en de bazuin. Calliope was de oudste van de muzen.
Clio ('verkondigende'). Clio is de muze van de geschiedschrijving. Haar attributen zijn de boekrol en de bazuin.
Erato ('beminnelijke' of 'hartstochelijke'). Ze is de muze van de hymne, het lied en de lyriek. Haar attributen zijn snaarinstrumenten. Zij werd wel genoemd als een der nimfen op de Helikonysche berg Nysa die Hermes na zijn geboorte verzorgden. Als beloning werden zij als de Hyaden door Zeus aan de hemel gezet. (De andere nimfen waren Nysa, Makris, Bromie en Bakche.)
Euterpe ('verblijdende'). Zij is de muze van het fluitspel. Haar attributen zijn de fluit en muziekinstrumenten.
Melpomene ('zingende'). Zij is de muze van de tragedie. Haar attributen zijn de thyrusstaf, een dolk of tragediemasker in de hand, en ze draagt kothurnen (toneellaarzen). Met haar gezang charmeert ze de luisteraars, die in haar ban raken.
Polyhymnia ('rijk aan gezangen'). Ook Polymnia. Zij is de muze van de mimische kunst en het gewijde lied. Haar attributen zijn scepter en sluier. Ze belichaamt ook de welsprekendheid. Ze wordt vaak afgebeeld steunend met de elleboog op een zuil of een steen, en houdt haar vinger in de mond. Polyhymnia wordt genoemd als moeder van Triptolomos, die zoals blijkt uit zijn naam is verwekt in een driemaal geploegd veld. Dit identificeert Polyhymnia met Demeter.
Terpsichore ('danslustige'). Haar naam komt van terpsis ('genot') en choros ('reidans'). Zij is de muze van de dans en de lyrische poŽzie. Ze is de beschermvrouwe van koorzang en reidans. Haar attributen zijn snaarinstrumenten. Ze wordt meestal getoond met een lier.
Thalia ('bloeiende'). Zij is de muze van de komedie. Haar attributen zijn een komisch masker en een herdersstaf. Thalia was de leidster van de muzen. Ze werd wel genoemd als de moeder van de Korybanten, de orgiastische priesters of volgelingen van Cybele; Apollo was de vader. Thalia is ook een der Charites of GratiŽn, namelijk de bloeiende.
Urania ('hemelse'). Zij is de muze van de sterrenkunde. Haar attributen zijn hemelbol en schrijfstift. Urania las de toekomst uit de positie van de hemellichamen. Plinius vermeldt dat de studie van de hemellichamen traditioneel het domein was van vrouwen. In SoemeriŽ ontwikkelden de priesteressen van de maangodin de kennis hierover. Dankzij deze astrowetenschap begrepen ze de samenhang binnen de jaarlijkse cycli en konden kalenders worden opgesteld. Zij konden eclipsen voorspellen en toekomstvoorspellingen doen.

De godin Helice of Helike ('wilg') had een relatie met de Helicon. Graves noemde haar een maagdelijke vorm van Hecate. Zij droeg een toverstaf van wilgenhout, een kosmisch symbool dat met de sterren in verbinding stond. De Grote Beer, die rond de poolster heendraait, wordt ook wel 'De as van Helice' genoemd. De wilg was de boom van de vijfde maand en werd door de priesteres van de drievoudige muze gebruikt bij vormen van watermagie.
Terpsichore of Urania worden in sommige mythen wel genoemd als moeder van de zanger Linos, na wiens dood klaagliederen werden gezongen. Volgens anderen is Psamathe zijn moeder.
Calliope wordt genoemd als degene die het Fenicische alfabet naar de Grieken heeft gebracht. In dit opzicht wordt wel verwezen op de verwantschap van haar naam met Kali; deze is de uitvinder van het Sanskriet en de lettertekens hiervan. Calliope beslechtte ook de ruzie tussen Persephone en Aphrodite om de schone Adonis met haar uitspraak dat Adonis een derde gedeelte van het jaar bij Calliope moest blijven, een derde deel bij Aphrodite en een derde mocht hij voor zichzelf houden. Zijn eigen deel offerde Adonis echter op om bij Aphrodite te kunnen zijn. De cultus van Aphrodite en Adonis komt van oorsprong ook uit FeniciŽ. Orpheus wordt wel genoemd als zoon van Calliope.
Urania is ook een epitheton van Aphrodite zelf, en van de Fenicische Astarte. In Carthago werd Astarte/Tanit ook wel 'Astroarche' genoemd, heerseres van de sterren, waaruit ook de kennis blijkt van de godin over de bewegingen van de sterren en de relatie met de tijd en de seizoenen. Ook hier is een overeenkomst met Kali waarneembaar is, die de kalender uitvond; de wortel van haar naam staat hiermee in verband.

De muzen waren voorstellingen van de godin als inspirerende kracht. Deze 'geestkracht' stond in de oudheid gelijk aan adem of lucht. Wat men nu onder 'geestelijke inspiratie' verstaat, werd toen beschouwd als letterlijk 'inademen'. Dat kan de betekenis zijn van de notie dat zij kinderen zijn van de lucht.
Volgens een overlevering schonken de muzen ons de zeventonige toonschaal, die een weerspiegeling was van van de 'harmonie der sferen'. Dit was de hemelse harmonie, waarin iedere planeet zich in zijn eigen sfeer bewoog, terwijl ze daarbij door resonantie elk hun eigen specifieke klank voortbrachten. Elke noot correspondeerde met de klank van een klinker. In het Fenicische alfabeth, dat ook met de muzen in verband wordt gebracht, worden klinkers niet genoteerd. De muziek der sferen was de kracht die het universum bijeenhield.
De naam van de muzen leeft nog voort in hedendaagse woorden als 'amuseren', museum, mozaÔek of muziek. Hun tempel in het Egyptische AlexandriŽ heette het Museion, een grote tempel die was gewijd aan de muzen. Het Museion, een belangrijk centrum van geleerdheid van de 4e eeuw v.o.j. tot de 4e eeuw o.j., bevatte de grootste bibliotheek ter wereld en fungeerde als universiteit. In opeenvolgende oorlogen werd de bibliotheek uiteindelijk geheel verwoest.


Mylitta. Hemelgodin van de AssyriŽrs en de Punische Carthagers. Haar naam wordt soms vertaald als 'bemiddelaarster' ('Mediatrix'), maar ook wel als 'kindbarende'. Mylitta is de Akkadische vorm van de Soemerische Ninlil. Godin van de liefde, schoonheid, vruchtbaarheid en geboorte. Spellingen en varianten van haar naam zijn Malidthu, Mu Allidta en Mulitta (in Oegarit 'mldth'); Mylitta, Melita of Molis (Grieks). Mirru (in Oegarit mr). Bij de Grieken heet ze Myrrha ('mirre'). Zij is de moeder van Adon of Adonis, de jaargod die de geliefde is van Aphrodite of Astarte. Ze is gelijk te stellen aan de Arabische Al-laat, aan Aphrodite of, volgens Herodotus, aan Mitras. Waarschijnlijk had de mannelijke Mitras een soortgelijke functie als Mylitta, waardoor Herodotus Mitras met de godin verwarde. Herodotus is in ieder geval de enige bron die naar een vrouwelijke Mitras verwijst. Door de Carthagers werd een provincie naar haar genoemd, Magasmelita, 'Altaar van Mylitta'.
De cultus voor Mylitta was vermoedelijk dezelfde als die voor Cybele of Astarte. Zij werden als vruchtbaarheidsgodinnen afgebeeld met of vertegenwoordigd door de dadelpalm, een boom die als sinds de SoemeriŽrs met de godin (zie Inanna) en haar geliefde werd geassocieerd. Ze werd hier Ninlil genoemd; haar Akkadische of Babylonische tegenhangster heette Mullitu.
Voor Mylitta stond een altaar bij de heilige bron van Afka. Hier werd jaarlijks haar jeugd vernieuwd als het hemelse vuur viel in het aardse water.
Mylitta werd afgebeeld, naakt rijdend op een schildpad of een bok.


Myrrha. Ook Smyrna. Haar naam betekent 'mirre'. Griekse mythologie. De moeder van Adonis, de geliefde van Aphrodite en Persephone, de koningin van de onderwereld. De AssyriŽrs noemden haar Mylitta; de Akkadische of Babylonische spelling was Mullitu. Bij de SoemeriŽrs heette ze Ninlil.

Ovidius beschrijft hoe Myrrha door Aphrodites toedoen haar eigen vader verleidde, terwijl hij dronken was gevoerd door Myrrha's verzorgster. Als haar vader wordt de koning van Aphrodites eiland Cyprus, Kinyres, genoemd, of koning Phoenix van Byblos (stad in FeniciŽ), of de Assyrische koning Theias. Dit duidt op de Fenicische of Semitische herkomst van het verhaal.
Toen de koning merkte wat er gebeurd was, ging hij Smyrna achterna met een zwaard, maar Aphrodite veranderde haar in een mirreboom. Smyrna huilde tranen van hars, een kostbaar product waarvan de mooiste geschenken werden gemaakt. De hars leverde niet alleen barnsteen, maar ook mirre, een geurstof die de basis vormt voor kostbare wierook, die ondermeer werd gebrand ter ere van de zonnegodin van Yemen of Zuid-ArabiŽ, Shams. Het zuiden van ArabiŽ en het Afrikaanse EthiopiŽ waren een belangrijke leveranciers van deze hars. In de oudheid heette dit gebied Saba. De legendes over de koningin van Saba staan ook vol zonnesymboliek. Barnsteen, in het Grieks Electra, werd vanwege de kleur en transparantie geassocieerd met zonlicht.
Mirre was een van de geschenken die de MagiŽrs (astrologen afkomstig uit PerziŽ, die waarschijnlijk tot de zoroastrische godsdiensten behoorden) bij Jezus' geboorte schonken, naast goud en wierook. Het gebruik in katholieke kerken om wierook te branden gaat dan ook terug tot in de oudheid, evenals het oprichten van een kerstboom van dennehout, die ook hars produceert. Het goud dat zij schonken symboliseerde evenals de wierookhars de zon. Volgens sommigen zou met goud eigenlijk 'balsem' bedoeld zijn; dit wordt in Semitische talen op dezelfde manier gespeld. Mirre levert ook balsem. Jezus is zelfs gebalsemd met mirrebalsem, namelijk met de nardusmirre uit India, die Maria Magdalena, een andere naamgenoot van Myrrha, voor hem had gekocht. Dus heel ongeloofwaardig is die suggestie niet.
De belangrijkste goden van het zoroastrisme waren Mithras of Mir en Anahita, voorlopers van Jezus en Maria. Een andere naam voor Smyrna was Mariamne, wat een variant is van Maria of Mirjam.
Het zwaard van Myrrha's vader spleet de boom open, of, zoals anderen zeggen, na tien maanden scheurde de hars vanzelf open, en de mooiste baby die ooit was geboren viel eruit. Aphrodite, die zich schuldig voelde, stopte het kind Adonis in een kistje, en gaf het aan Persephone, de koningin van de doden. Maar het kind groeide op, en werd zo mooi dat Persephone het wilde houden. Dus er kwam een zaak van, en de muze Calliope, of volgens anderen Zeus, beslisten dat de jongen een deel van de tijd in de onderwereld moest doorbrengen, en een andere gedeelte op aarde, bij Aphrodite. Calliope schonk hem zelfs nog een derde deel van het jaar verlof van de godinnen, maar daarvan wilde hij geen gebruik maken.
De Fenicische herkomst van het verhaal blijkt ook uit de naam 'Adonis', van het Fenicische Adon, dat 'heer' betekent. Haar vader Phoenix, die ook wordt genoemd als de vader van ondermeer Europa, gaf zijn naam aan de Feniciers of Kanašnieten. Ook Adon is een voorloper van Jezus, die de oude titel 'Heer' nu nog steeds draagt.
Een andere traditie die deze geschiedenis verhaalt is te vinden in het bijbelse verhaal over Lot. Nadat de steden Sodom en Gomorra als straf voor hun leefwijze door god waren verwoest, en Lots vrouw in een zoutpilaar was veranderd omdat ze zich tijdens haar vlucht niet kon bedwingen achterom te kijken, verbleven Lot en zijn twee naamloze dochters eenzaam, als enige overlevenden, in een spelonk de bergen. De dochters bedwelmden hun vader zoals Myrrha's verzorgster haar vader bedwelmde, en hadden seks met hem, om hun nageslacht veilig te stellen. 'Lot' is Hebreeuws voor 'myrrhe'. Hun kinderen waren Moab en Ben Ammi, de voorvaders van de Moabieten en de Ammonieten. Dit woord 'lot' wordt ook wel vertaald als 'lotus'. De lotus werd zowel in Egypte als in India geassocieerd met vruchtbaarheid en geboorte.
Lot was de zoon van Abrahams zoon Haran, en Abraham ontfermde zich over Lot na Harans dood.







home: www.nissaba.nl/godinnen