Godinnen uit de hele wereld

godinnen uit de hele wereld
index alle godinnen | attributen | weblog | forum | contact | boeken | zoek | links: oude pagina | links: nieuw |

Faten [Andere spelling: Fatae](Eva) vorige || volgende (Fatima)


De schikgodinnen
De schikgodinnen

Faten. Latijn Fatae ('lot', 'orakel'). Schikgodinnen in ItaliŽ, de Romeinse tegenhangers van de Griekse Moiren. Ook Parcae. Het lot werd ook wel Aisa genoemd.
De Faten kwamen aanvankelijk voor in enkelvoudige vorm als Fata. De benaming is afgeleid van het Latijnse fare (spreken). Het lot werd vastgelegd door het uitgesproken woord, fatum, en had de betekenis van een godsoordeel of een orakelspreuk. Fata waren bijvoorbeeld de openbaringen of woorden die werden uitgesproken door profetessen als de Sibyllen. Al sinds oude tijden werden vrouwen die de gaven der voorspelling bezaten fata genoemd. In het Nederlands werden dit feeŽn. Ook Fatua is hieraan verwant. De betekenis van de faten en Fatua blijkt ook uit het woord profetes, van praefari, voorspellen. Vanuit de betekenis van het woord dat wet of bestemming wordt, werd de betekenis 'lot'. Een andere naam voor de faten was Parcen, dat wordt afgeleid van parere (voortbrengen), maar ook van pars ('deel'), overeenkomstig het Griekse equivalent moira (deel). Het woord verwijst naar het lot, dat voor ieder zijn voorbeschikte deel bestemt.
Niet alleen het gesproken woord, maar ook het geschreven woord had van oudsher macht over het lot. De fata scribenda staan in dit opzicht in verband met de Carmenta en de muzen, die het alfabet schonken, maar ook profetische kenmerken hadden vanwege hun kennis van zowel de geschiedenis als de toekomst via de sterrenkunde of astrologie. Lettertekens als runen werd magische kracht toebedacht; Freija's profetische gaven ontleende ze ondermeer aan haar kennis van seidr, waarbij gebruik werd gemaakt van runen. De Soemerische gulses kenden al boeken waarin het lot werd opgeschreven. De bijbel vermeldt de scheppende kracht van gods woord; tegelijkertijd is het boek zelf de wet en het woord van god geworden. Hetzelfde is het geval met de koran. In de loop van de mythologische geschiedenis is altijd sprake geweest van wetten of wetsteksten die werden beheerd door een priesteres of godin, en doorgegeven aan een koning. Het bezit van de wet schonk de macht die een heerser nodig had om te kunnen regeren.
De kennis van de loop der sterren die aan de Faten, Moiren, Horen en Muzen werd toegeschreven, verleende ook een praktischer vorm van kennis in verband met de landbouwkalender, die werd bepaald door de stand van de zon en de sterren. De stand van de sterren kondigde bijvoorbeeld de regentijd of de oogsttijd aan. De kennis van de loop van de hemellichamen was zo groot dat de priesteressen zelfs in staat waren om eclipsen te voorspellen.

De beschikking door het lot was zo machtig dat mensen, goden en de hele natuur eraan onderworpen waren. Deze opvatting werd soms zelfs zover doorgevoerd dat het concept van 'vrije wil' als een illusie werd beschouwd. Het kon leiden tot een fatalistische levenshouding waarin nauwelijks een drijfveer bestond om levensomstandigheden te veranderen of verbeteren, omdat iedere gebeurtenis in het leven van de mens werd gezien als onvermijdelijk en voorbeschikt.
Het woord fata gaf aanleiding tot het Noord-Europese fee of fay. Ook in het Engelse fairy is het Latijnse fari ('spreken') nog goed te herkennen. Ze zijn vooral bekend als de vroedvrouwen of schikgodinnen uit volksverhalen. Hun functie is nog herkenbaar weergegeven in een sprookje als Doornroosje, waar de feeŽn bij de geboorte van Doornroosje wensen uitspreken die haar karakter en levensloop onontkoombaar vastleggen. Ook de Fata Morgana is op de faten terug te voeren.
Verwant aan de Faten zijn de Fatit uit Zuid-AlbaniŽ, geboortefeeŽn die met hun drieŽn de nieuwgeborene op de derde dag kwamen bezoeken, om hun toekomst uit te spreken. Ook in de volksverhalen keert deze traditie nog regelmatig terug. Het bekendste voorbeeld zijn wel de feeŽn die voor Doornroosje hun gaven meebrachten, in de vorm van hun uitspraken bij haar wieg. De herkomst van dit volksgeloof gaat niet terug op personificaties van het abstracte begrip fatum, maar op een traditie waarin vrouwen de functie hadden van genezeres en vroedvrouw, waarschijnlijk in een vorm die tegenwoordig bekenstaat als sjamanisme. Ook de 'goede vrouwen' die in bepaalde nachten de huizen komen bezoeken staan hiermee in verband. Deze vrouwen worden genoemd met betrekking tot godinnen als Freyja, Diana, de Matres etc. De Slaven kenden identieke schikgodinnen onder de naam Zarya, terwijl het leven van de Noren werd beschikt door de nornen. De Arabieren kenden de lotsgodin Manat. De Noren kenden den Nornen.

© nissaba.nl

Deze pagina is 7563 keer bekeken




Kenmerken

Etymologie: gesproken (fatum, van spreken: fare)
Andere namen: Schikgodinnen, Moiren, Parcen, feeŽn, Carmenta, Zarya, Nornen
Verwant: Fatua, Freija


Functies: lot, orakel
Lexicon: Doornroosje

Landen/volken: Romeinen
Streek/gebied:

Oude pagina's


Zoek:
Kijk hier voor uitgebreide zoekmogelijkheden.
lexicon
kalenderdagen
mythische plaatsen
hemellichamen
attributen
functies
goden
archeologische lokaties, tempels etc.
landen
steden