BESCHRIJVINGEN

Nieuwe database onder constructie: kijk hier. Deze pagina's worden ingevoerd in een nieuwe database. Zolang dat niet af is, blijven ze hier nog staan, maar ze worden niet meer bijgewerkt.


Valkyren. Walkuren. Oud-Noors: Valkyrja. Vrouwelijke strijdsters uit de Germaanse mythologie. Ze behoorden tot de disen, vrouwelijke vruchtbaarheids- of noodlotsgodinnen, die onder leiding stonden van Vanadis ('Dis der Vanen'), een naam voor Freya. De Valkyries waren gevleugelde vrouwen die de gevallenen in de strijd naar het Walhalla brachten, rijdend op hun wolkenpaarden of gevleugelde paarden. Ze droegen helmen en speren. De indrukwekkende glans van hun wapens was de Aurora Borealis, het Noorderlicht. Ze waren ook boodschappers van Odin. Ze bepaalden welke partij de strijd won, en selecteerden de dapperste gesneuvelde krijgers, de einheriar, en brachten deze naar het Walhalla, Odins dodenrijk. De Romeinen zeiden dat zij de Germanen begeleidden in hun oorlogen, en dat ze bepaalden wie aan de goden zou worden geofferd. Hun functie was die van engel van de doden, of psychopompos, begeleiders van de zielen. Zij zweefden boven het strijdveld en namen de geesten van de doden mee. In de gedaante van zwarte raven werden zij Kraken (raven) genoemd.
De Valkyren vertonen overeenkomst met de Griekse harpijen en de Etruskische Vanthen. Ze hadden het vermogen van gedaante te veranderen, bijvoorbeeld in zwanen, haviken of merries. Als merrie werden ze in Zweden volva genoemd. BrŁnnhilde, een karakter uit het Nibelungen-lied, was een der Valkyren.


Vanthen. Etrusken. Blonde, jonge vrouwen in korte rokjes, gekruiste wapenriemen die over de schouders waren bevestigd en jagersschoenen: zij staan Charun (veerman) bij in het hoeden van de doden. Een vanth is een voorbode van de dood. Ze staan als doodsengelen mensen bij in hun stervensuur. Ze heersten over de onderwereld. Vanthen hebben ogen in hun vleugels, waarmee ze alles kunnen zien. Attributen van de vanth zijn de slang, een fakkel en een sleutel, de sleutel naar de onderwereld.
Vanth is de naam van een demoon van de onderwereld die vaak wordt gekoppeld aan Xarun, de Etruskische weergave van de Griekse veerman naar de onderwereld Charon.
De Vanthen komen overeen met de Griekse harpijen en Iris en de Germaanse Valkyren. Iris' scepter, de kerykeion of caduceus, is te vergelijken met de sleutel naar de onderwereld.


Varoeni. Godin van de wijn. HindoeÔsme. Varoeni kwam voort uit het karnen van de oceaan, tezamen met vele andere schatten. Ze wordt geassocieerd met het westen.


Vecu. Ook Vecui of Vecunia. Etruskische nimf of godin van het weerlicht. Te vergelijken met de Latijnse naam Vegoia, een nimf die Tarchun uitlegde hoe hij de bliksem moest interpreteren.


Vellamo. Finse godin van de zee en van het water.


Venus. Oud-Italische vegatatiegodin, de numen of kracht die planten en bloemen schoonheid gaf. Ze was de beschermster van tuinen en wijngaarden. Later werd ze geÔdentificeerd met de agrarische cultuur. Haar oorsprong dateert al van voor de Romeinse tijd. De attributen dolfijnen, vissen en de kammosselschelp verwijzen naar haar geboorte uit de zee. De duif of zwaan zijn gewijd aan Venus: soms trekken ze haar wagen voort. Deze attributen zijn overgenomen van de Griekse Aphrodite, waarmee zij werd geÔdentificeerd tijdens de bloeiperiode van de Griekse cultuur. Ze werd onder verschillende namen vereerd, die verwijzen naar haar diverse functies: Venus Genetrix; Venus Erucina (Erycina); Venus Verticordia; Venus LibitŪna; Venus Mefitis; Vesperna; Venus Columba; Venus Victrix; Venus Zephyritis; Venus Meretrix.
Tegenwoordig is ze gereduceerd tot de 'godin van de liefde', door de Romeinen gelijkgesteld aan de Griekse Aphrodite. De meeste afbeeldingen van Venus zijn in feite voorstellingen van een geromantiseerde vorm van Aphrodite, zoals de Venus van Melos of Milo. Het is niet duidelijk wanneer deze overgang plaats vond, maar in elk geval was het proces van Hellenisering in de vierde eeuw v.o.j. al in volle gang.
De herkomst van het woord Venus is niet precies zeker. De naam staat waarschijnlijk in verband met venis, schoonheid, bekoring of gratie, het Griekse charites; Venus wordt dan ook wel in verband gebracht met de Griekse GratiŽn, nimfen of priesteressen uit het gevolg van Aphrodite die een soorgelijke rol hadden als de horen en de muzen. Van oorsprong schijnen de charites een rol te hebben gespeeld in de gecultiveerde landbouw. Ook is er een verband met venere, verering, met name de verering van Venus.
De maand april is gewijd aan Venus als lentegodin. Op 1 april vierde men de Veneralia, voor Venus Verticordia (Venus die de harten bekeert). In Rome kende men dit feest onder de namen Festum Verneris en Fortuna Virilis. In haar tempel werd haar standbeeld gewassen, en haar juwelen werden vernieuwd. Aan haar werden rozen en andere bloemen geofferd. Vrouwen baadden in mirte en geurwater. Op hun hoofd droegen ze een kroon van mirtebladeren.
De wijnfeesten van het land, de Vinalia Rustica op 23 april en 19 augustus, waren ook gewijd aan Venus, als de matrona van de tuinen en wijngaarden. Het was een wijnfeest, waarbij wijn van het voorgaande jaar als plengoffer over de aarde werd gegoten.
Feesten voor Venus werden gevierd op 10 maart, 1, 15, 21 en 23 april, 28 april t/m 3 mei, 23 en 24 juni, 19 juli, 19 augustus en 9 oktober.

Varro vermeldt dat hij uit de vroege Romeinse tijd geen vermeldingen kon vinden van verering van Venus. Ze had bij de oude Latijnse volken twee belangrijke tempels, te Ardea en Lavinium. In het Latijnse Lavinium droeg Venus als avondster in de vierde eeuw v.o.j. de naam Vesperna; zij had een functie als genezende godin, en speelde een rol in louteringsrituelen.Als Venus Mefitis was ze de godin van zwavelhoudende bronnen.
De oudste tempel in Rome dateert van -293. De stichtingsdatum ervan, 18 augustus, werd jaarlijks herdacht tijdens de Vinalia Rustica. Na de nederlaag van Rome tijdens de tweede Punische oorlog bij het Transimeense meer werd, na raadplegen van de sibyllijnse boeken, in het jaar -215 een tempel op het Capitool gebouwd voor Venus Erucina (Venus van de berg Eryx), enige jaren voordat de grote cultus van Cybele eveneens op last van de sibyllen in Rome werd geÔntroduceerd. Op SiciliŽ bestond al veel langer een cultus voor Aphrodite van Eryx; dit was weer een voortzetting van een oud Fenicisch heiligdom voor Astarte.
Mars was als Ares Venus' minnaar sinds het lectisternium ('aanligbed gebruikt tijdens banket') van het jaar -217. Ze was de schutspatrones van Sulla, die haar identificeerde met Fortuna. Een tweede tempel werd in -181 opgericht, waar zich, net als bij Eryx, een prostitutiecultus ontwikkelde. De stichtingsdag, 23 augustus, werd herdacht als de dies meretricum, 'dag van de prostituťes'. Er is te weinig over Venus' verleden bekend om te begrijpen waarom zij in verband werd gebracht met Aphrodite.
Het huwelijk tussen Venus en Adonis werd in het Romeinse Rijk op 19 juli gevierd, tijdens de Adonai. In Athene vond het huwelijk jaarlijks plaats in april. Op 9 oktober werd Venus Victrix vereerd op het Capitool, tegelijk met Felicitas, de godin van het geluk, met wie ze werd geassocieerd.
In het latere Rome werd Venus vooral belangrijk toen ze werd voorgesteld als de moeder van Aeneas, de vermeende stichter van Rome. Julius Caesar beschouwde haar als de stammoeder van zijn familie, en vereerde haar als Venus Genetrix of Voorouder. Hij bouwde een tempel voor haar van marmer en goud; zijn eigen standbeeld was hier naast het hare geplaatst. In het jaar 135 bouwde Hadrianus nog een tempel voor haar.
Door de christenen werden Venus' tempels bekritiseerd vanwege hun functie als instructieschool voor seksuele technieken, onder toezicht van de hoeren/priesteressen. Hierbij speelden spirituele gevoelens een rol. Venia (bekoring) is te vergelijken met de hindoeÔstische tantra. In onze tijd wordt dit nog bedoeld met de Venerische kunsten. (De genitief van Venus' naam is 'veneris'.)

Aphrodite of Venus en Adonis op een Etruskische spiegel. Klik voor een grote afbeelding, 70 Kb. Duurt wel een momentje, hoor! Venus kreeg sinds haar gelijkstelling aan Aphrodite als echtgenoot de vulkaan- en smidgod Vulcanos toegewezen, naar analogie van Hephaistos, de echtgenoot van Aphrodite. Een van haar minnaars was Mars, die gelijk werd gesteld aan de oorlogsgod Ares, hoewel zijn functie veel veelomvattender was; Mars was van oorsprong een vegetatiegod, die in de jaarlijkse cyclus als 'martelaar' stierf voor de mensen, en vervolgens weer opnieuw werd geboren. Bij de Latijnse volken was hij als Faunus de echtgenoot van de godin Marica, de stammoeder van het Latijnse volk. Een bepaalde decoratieve stijl van friezen (het 'ei en pijl'-fries) in Rome herinnert aan de seksuele band tussen Mars en Venus. Het bestaat uit een aaneenschakeling van eieren en pijlen, Het wordt ook wel 'Venus en Mars'-fries genoemd. Venus' zoon wordt Amor of Cupido, het Griekse equivalent van Eros.
De betekenis van Venus in de alchemie als symbool van goud herinnert aan haar gelijkstelling met de cypriotische Aphrodite, de beschermgodin van het kopereiland Cyprus.
Een gegraveerde spiegel uit Praeneste, daterend uit de vierde eeuw v.o.j., stelt Venus met Adonis voor, een motief dat bij de Etrusken geliefd was.

Behalve liefdesgodin is Venus ook de godin van de doden. Het graf was in de oudheid een vrouwelijk symbool; behalve een rustplaats voor de doden fungeerde het tevens als 'baarmoeder', van waaruit de doden hun wedergeboorte tegemoet zagen. Het Latijnse woord voor graf, tumulus, is ook het woord voor 'zwangere buik'. Een Romeins woord voor graf, columbaria (duiventil), brengt het graf in verbinding met Venus Columba, Venus de duif; de duif was Venus' heilige vogel. De duiven waren de zielen van de doden. Later werd de duif symbool voor de Heilige Geest, en kreeg zo een belangrijke rol in het katholicisme. De duif werd gecanoniseerd als St. Columba. ('St. Duif'). Ook Venus LibitŪna was een naam voor Venus als dodengodin. De begraafplaatsen stonden onder haar bescherming.
In de middeleeuwse volksverhalen keert het geloof aan Venus nog terug in de zogehaamde Venusberg, bergen waarin de zielen van de doden feestvierden. De kerk trad hard op tegen haar verering, maar deze was moeilijk uit te roeien, en uiteindelijk werd een tempel opgericht voor een St. Venus. Het kerkfeest van de heilige onschuldigen, waarbij onschuldige slachtoffers van Herodes worden herdacht, gebruikt als teken vier 'Venusspiegels'.
Venus is ook gerelateerd aan de Egyptische Maat, de godin die de harten van de overledenen woog om te zien of hun zonden niet te zwaar waren. Venus regeerde het sterrenbeeld Libra, de weegschaal, dat aan de hemel stond als haar ega Vulcanus.
In Jeruzalem stond een tempel die was gewijd aan Venus en Narcissus, die dezelfde is als Adonis. De narcis is de bloem die Persephone zou hebben geplukt toen Hades verscheen om haar te ontvoeren; in feite is het Persephone's minnaar Adonis. De christenen kenden later een St. Narcissus.
De roos was in Rome de 'bloem van Venus'. Een roos werd gedragen door de priesteressen die haar dienden als heilige prostituee. Volgens gnostici ontstond de eerste roos uit het bloed van Psyche ('ziel' of 'vlinder'). Een titel van Venus was Rosmarinus (roosmarijn), Roos van de Zee. Ook de mirtebes was gewijd aan Venus. Het Griekse woord voor bosbes is hetzelfde als dat voor vagina. De bes was de clitoris. De plant stond symbool voor de vereniging in het huwelijk, in het bijzonder de vereniging van Sabijnse en Romeinse stammen die Rome vestigden.
Een attribuut of symbool van Venus was de spiegel. De functie is te vergelijken met die van het Egyptische levensteken de ankh. Het was een symbool voor leven, liefde en seksualiteit. Het teken is nu een symbool voor vrouw, en staat tegenover het teken van Mars, dat een man aanduidt.
Een ander attribuut van Venus was de vis. Het eten van vis op vrijdag, dies veneris ofwel Venusdag, geschiedde in het verleden ter ere van de godin. Het eten van vis had een functie als seksuele stimulans. Uit de derde eeuw stamt een afbeelding van haar als zeegodin, begeleid door twee 'tritonesses' en vissen. Het gaat om een mozaÔekvloer uit een Romeinse villa bij Halicarnassus.
Ook de zwaluw was aan Venus gewijd. Deze vogel was de aankondiger van de lente en de tijd van de liefde en bloei der natuur.
Venus is de eponieme moeder van de stammen der Venetii, de volkeren die leefde in het Aziatisch gebied. Ook de stad VenetiŽ staat met haar naam in verband.
De Romeinen in Noord-Europa stelden de Skandinavische Freya of Frigga aan Venus gelijk.


Vesta. Romeinse haardgodin. Haar naam betekent 'fakkel'. In feite is Vesta het haardvuur zelf. Ze was ook godin van het huiselijke welzijn. Samen met de penates, de 'goden van de voorraadkamers', beschermde zij de Romeinse families en de staat. Ze zag toe op de voorbereidingen van de maaltijd. Ze was de beschermvrouwe van de bakkers. Vesta vormt als androgyne godin een twee-eenheid met de ezelgod Pales, die in de oudheid een vruchtbaarheidsgod was. Haar tempel is gebouwd op de Palatijnse heuvel. De Romeinen beschouwden het sterrenbeeld 'steenbok' als een voorstelling van Vesta. In de Romeinse mythologie worden Ops en Saturnus genoemd als haar ouders.
Vesta was dezelfde godin als de Griekse Hestia, hoewel de Romeinse goden zich niet zomaar gelijk laten stellen aan de Griekse. Een andere naam voor Vesta was Diva Palatua, 'Vrouw van de Palatijnse tempel'. In het Woud van Nemi, ten zuiden van Rome, was Vesta een titel van Diana.
Vesta's betekenis was niet alleen van belang voor de huiselijke kring, maar ook voor de staatscultus. De Vestaalse maagden hielden in het atrium Vestae bij het Forum een eeuwig vuur brandend, een eredienst die van belang was voor de hele gemeenschap. Het Vestaalse vuur mocht nooit doven; dit zou catastrofale gevolgen hebben voor de staat. Met de hogepriester Pontifex Maximus waren ze waarschijnlijk betrokken bij een seksueel ritueel. De titel Pontifex Maximus ging later over op de paus.
De meisjes die de taak van het brandend houden van het vuur kregen opgedragen, begonnen hiermee op een leeftijd van 6 tot 10 jaar. Oorspronkelijk waren het er vier, later zes. Aanvankelijk duurde hun dienst slechts vijf jaar, later werd het uitgebreid tot dertig jaar. In de Romeinse tijd was seksuele gemeenschap voor de Vestaalse maagden verboden. Zij moesten maagd blijven tot aan het einde van hun diensttijd. Wie de celibataire regels overtrad, werd gestraft door levend te worden ingemetseld in de Porta Collina. De minnaar van de Vestaalse werd gekruisigd.
In het voor-Romeinse Latinum waren ze heilige tempelprostituees, die een college van Matronae vormden; zij selecteerden de Latijnse koningen. Ze waren 'maagd' in de betekenis van niet gebonden zijn aan een man; ze hadden geen echtgenoot, dus de vader van hun kinderen was niet bekend. Zij werden 'kinderen van god' genoemd. Dit komt ook naar voren in de verhalen over Rhea Silvia, die in de Romeinse geschiedenis wordt genoemd als de eerste Vestaalse maagd; zij was de moeder van de goddelijke kinderen Romulus en Remus.
Bij hun inwijding werd het haar van de meisjes geknipt en in een boom gehangen. Ze waren gekleed in bruidskleding. Elk jaar op 1 maart werd het vuur vernieuwd. Dit deed men door het wrijven van hout. In een latere tijd werd het vuur ook wel ontstoken met behulp van een brandglas. Op 1 maart werd Vesta's heilige dier de ezel vereerd. De ezel symboliseerde het nieuwe jaar.
Behalve voor het vuur droegen de priesteressen ook zorg voor water, afkomstig uit een heilige bron. Met de penates en de lares hadden ze ook de zorg voor de voorraadkamer waar het graan werd bewaard. De penates waren net als Vesta beschermers van de familie; zij werden vereerd in de haard in het atrium, en kregen een deel van de maaltijd, met name het eten dat op vloer viel. De penus Vestae' was een soort voorraadkamer die aleen door de priesteressen mochten worden betreden. Penus verwijst naar iets 'diep binnenin'.
De Vestales genoten in Rome een hoog aanzien, en kenden vele privilťges. Het was van groot belang dat het vuur bleef branden, want als het zou doven, zou er groot onheil over de staat komen. Ook spraken zij gebeden uit voor het volk, de staat en de keizer, en droegen zo zorg voor hun welzijn. Tijdens de Lemuria, die begonnen op 7 mei, bereidden ze het offermeel (mola salsa) waarmee offerdieren werden bestrooid. Dit meel werd gemaakt van de eerste tarwe die dat jaar van het land kwam. De Lemuria duurden negen dagen. Alleen de oneven dagen werden lemuria genoemd. Men herdacht de dode zielen, de lemures. De laatste dag viel op de idus van mei, de vijftiende, als de maan vol was.
Volgens de Romeinse overlevering, beschreven door Plutarchus, werd de tempel gevestigd door de legendarische keizer Numa Pompilius, in de achtste eeuw. De eerste Vestaalse maagden zouden Gegania en Veneria zijn geweest, en vervolgens Canuleia en Tarpeia.
De publieke feestdagen voor Vesta, de Vestalia, duurden van 7 tot 15 juni. Op 7 juni brachtten moeders blootsvoets voedseloffers naar de tempel. Het was de enige dag dat buitenstaanders het heilige der heiligen, de penus Vestae mochten betreden. Na de eerste feestdag werd de tempel gesloten, en op de laatste dag van het feest, 15 juni, werd hij gereinigd. De periode van sluiting werd beschouwd als een tijd van ongeluk. Ook de Lupercalia, een vruchtbaarheidsfeest op 15 februari ter ere van de wolvin die woonde in de Lupercalische grot onder de Palatijn, werd door hen geleid. Oorspronkelijk werd dit feest gekenmerkt door orgiastische rituelen. Een aspect waren de zuiveringsfeesten van de jeugd. Tijdens het feest werd een geit geofferd aan de geitgod Faunus.
Begin Mei, met volle maan, gooiden de Vestales 24 poppetjes in het water van de Tiber, om zeker te zijn van voldoende toevoer van water. Dit ritueel zou een vervanging kunnen zijn van oorspronkelijke mensenoffers. Misschien herinnert de mythologie over de verdrinking van Rhea Silvia in de Tiber hier nog aan.
Een opsomming van de data van haar feestdagen: 13 februari (de laatste nieuwe maan van het oude jaar), 1 maart (de eerste volle maan van het nieuwe jaar), 28 april, 15 mei, 7, 9, 15 en 24 juni.

Vesta werd geŽerd als Romes Eerste Moeder. Zij werd aanvankelijk afgebeeld als een vlam of met een vlam. Een afbeelding waarbij een slang een ei uitzuigt van haar patera verwijst naar haar rol als voortbrengster. De scepter en haardracht verwijzen naar haar rang. Onder haar troon liggen een bepaalde hoeveelheid tarwe en een brood.
Volgens Cicero werd zij als eerste en als laatste aangeroepen in de gebeden en offerrituelen, omdat ze de beschermster was van het 'meest innerlijke'. Volgens Pythagoras was het vuur van haar tempel het centrum van de aarde.
In het verleden was het vuur van de stammoeder het belangrijkste altaar. Haar taken waren het brandend houden van het vuur, het bereiden van voedsel en het creŽren van een gewijd centrum voor de stam. Deze taken werden als het heiligste beschouwd van alle menselijke vormen van acitiviteit. De betekenis van het haardvuur als centrum van het familieleven komt ook naar voren door het Latijnse woord waarmee het werd aangeduid, focus (brandpunt). Via het haardvuur kon men contact krijgen met de geesten van de overledenen.
Het teken van Vesta was een schematische vorm van een altaar, met hierop twee brandende vlammen. Het altaar had de vorm van de letter pi, die in de sekte van de PythagoreeŽrs een belangrijke magische betekenis had.
Tempels voor Vesta hadden meestal een ronde vorm. Dit is een overblijfsel van een oudere tijd, toen ze werd vereerd in de zogenaamde ronde 'bijenkorfhutten', die uit archeologische resten kunnen worden gereconstrueerd, en die te zien zijn op grafurnen.
Hoewel Vesta in de bekende Romeinse geschiedenis gelijk was gesteld aan de Griekse Hestia, was in haar tempel meestal geen beeld aanwezig. Daaruit is af te leiden dat Vesta al in een vroege tijd werd vereerd als het haardvuur zelf, zoals dat in de oude Italische godsdiensten gebruikelijk was. Een antropomorfe voorstelling van de goden werd pas in de Romeinse tijd van de Grieken overgenomen. Op de Palatijn werd misschien een oudere godin Caca vereerd met betrekking tot het haardvuur. Ook een mannelijke godheid Cacus was hierbij betrokken. In een latere tijd werd het vuur ook geassocieerd met de Fornax, de geest van de oven waarin het brood werd gebakken.
Vesta met in haar handen een scepter en het palladium In Vesta's tempel werd het palladium bewaard, een oud beeld van Pallas, dat de stad Troje beschermde. Volgens de Romeinse overlevering werd het beeld geroofd door Aenaeas en meegevoerd naar Rome, waar het nu tot heil van Rome in de Vestaalse tempel werd ondergebracht. Het bezit van een palladium als talisman voor een stad was ook elders gebruikelijk.
Het is onbekend hoe een palladium eruit zag. Pallas is Grieks voor 'maagd' of 'meisje'; volgens de Grieken zou het een beeld zijn van Pallas Athene, maar ook een baetyl (heilige steen) werd als mogelijkheid genoemd. Van het Roomse palladium werd wel gezegd dat het de scepter was van koning Priamos van Troje, en dat hij de vorm had van het mannelijk geslachtsdeel.
De Vestaalse priesteressen waren aanvankelijk heilige prostituees. Voor het begin van de Romeinse jaartelling, in de zevende eeuw v.o.j., hadden hun rituelen een orgiastisch karakter. De priesteressen werden maagd genoemd, en werden bevrucht tijdens heilige rituelen ten tijde van de solstitia. In een latere tijd werd seks hun verboden; ze werden toen in overdrachtelijke zin beschouwd als 'gehuwd' met de geest van Rome. Misschien speelde hierin het fallische palladium een rol; het vuur zelf, als het 'centrum' of 'binnenste' van de aarde kan betekenis hebben gehad als vrouwelijk geslacht. Op een zelfde manier werden later celibataire nonnen beschouwd als bruiden van Christus.
Het eeuwige vuur werd in de vierde eeuw gedoofd door de opkomende Christenen, die zich met steeds meer geweld tegen alle andere godsdiensten keerden, en met name tegen een actieve rol van vrouwen in het godsdienstige leven. De maagden werden Amata genoemd, 'geliefden'.
Beroemde Vestaalse maagden uit de Romeinse mythologie waren Acca Larentia, Lupa en Rhea Silvia.


Vortumna. Ook Voltumna. Ook Veltha of Felthina. Misschien identiek aan Volumna. Romeins Vertumnus. Etruskische lotsgodin. De naam betekent 'verandering', of 'zij die het jaar ronddraait'. De godheid werd biseksueel voorgesteld.
Het heilige woud waarin Voltumna werd vereerd, het Fanum Voltumnae, stond centraal in de Etruskische stedenbond of verbond van de twaalf volksgroepen. Het woud bevond zich in de buurt van Bolsena, door de Etrusken Veltsna genoemd. De Romeinse naam was Volsinii. Deze plaats was ook bekend vanwege de tempel van een andere lotsgodin, Nortia, waar aan het einde van elk jaar een spijker in de muur werd geslagen. Ook het door Athrpa (Atropos, een van de Moiren) vastgelegde lot werd gesymboliseerd door het inslaan van een spijker.
Het verbond tussen de volkeren werd door de Etrusken 'Verbond van Rasna' (Rasenna) genoemd, de naam waarmee de Etrusken zichzelf aanduidden. De Romeinen noemden hen 'Tusci', wat nog steeds te herkennen is in 'Toscane'. De Grieken kenden hen als TyrreniŽrs.
Voltumna komt voor als mannelijke zowel als vrouwelijke godheid. Livius noemt Voltumna als godin. In de gedaante van een oude vrouw misleidde Vertumna de godin van de boomgaard Pomona, zodat deze met hem trouwde.
In het heilige bos van Voltumna vonden diverse religieuze feesten plaats. Naast het slaan van de jaarspijker werden er bijvoorbeeld wedstrijden een feesten voor muzikanten en acrobaten gehouden. Ook was de plaats een bloeiend handelscentrum. Tijdens de druk bezochte jaarmarkt vond ook een openbaar beraad plaats, waarbij de bevolking op de hoogte werd gebracht van de heersende situatie.
Voltumna werd ook voorgesteld als god van bliksem en donder. In deze hoedanigheid werd hij gelijkgesteld aan de oppergod Tinia (Jupiter/Iove of Zeus), de echtgenoot van Uni (de Etruskische Juno.
Bij de Romeinen werd haar naam Fortuna.


vogelgodin. Gimbutas beschrijft oude, neolithische vogelgodinnen, o.a. van Vinca, ca 4000 vc. Hoofd van godin met vogelmasker uit Vinca, in de vorm van een eendEr zijn aanwijzingen dat deze godin beschermvrouwe was van ambachten als metaalbewerking en het maken van vuursteen. Kenmerken van haar zijn terug te vinden in latere godinnen als Athene, Inanna of Lilith; Giergodin: Etrusken, Moet (Egypte), Nechbeth (Egypte), Tarquinia, in graf: gevleugeld monster met gierensnavel, ezelsoren en slangehaar, vliegt boven Theseus, naam: Tuchulcha. Duif: deze vogel staat verband met vele scheppingsmythen; Eurynome, Sjekina. Gans: Ostara.


Vrouwe van de dieren.


Wadjet. Slangengodin of cobragodin en landsgodin van Beneden-Egypte. Haar naam betekent 'Met de kleur van papyrus'; dit verwijst ook naar de groene kleur van de cobra. Haar naam wordt ook wel als Oeto, Uto of Ua Zit gespeld, of Edjo. De Grieken identificeerden Wadjet of Buto met Leto.
Wadjet bezat een cultusplaats in Boeto. Ze had de gedaante van een cobra, en werd afgebeeld als een cobra die kronkelde rond een papyrusstengel. Zij was met Nechbet, de giergodin van Boven-Egypte, de beschermgodin van de koningen. Met de Nebti-naam of heerseressennaam konden zij worden opgeroepen. Zij incorporeerden zich in de dubbele kroon van Boven- en Beneden-Egypte op het hoofd van de farao. Dit was een versmelting van de witte kroon van Nechbet en de rode kroon van Wadjet. Wadjet kwam op de kroon voor als de uraeus-slang. Deze slang sierde de kroon als vlam sinds de vereniging van de twee rijken, ten tijde van de legendarische koning Menes, ca. -2850. De uraeus werd in de latere farao-tijd ook wel opgevat als het zonneoog van Ra. Door de dreigende uitstraling van de slang beschermde de uraeus de koning. Wadjet zou vlammen spugen naar de vijanden van de koning om hem te verdedigen.
Boven- en Beneden-Egypte werden ook wel gesymboliseerd door respectievelijk de lelie en de papyrus. De papyrus stond in verband met de kracht van de maan, en symboliseerde levenskracht. In combinatie met het symbool voor cobra ontstond de hiŽroglyf voor 'groen', of 'bloeien' of 'fris'.
Net als Nechbet wordt ook Wadjet wel voorgesteld als moeder en voedster van de koning, aan wie zij de borst aanbieden. De slange- en voedstergodin Nehebka had betekenis als het oog van Wadjet. In de mythologie kwam Wadjet voor als voedster van Horus. Zij hielp Isis het kind te beschermen tegen zijn oom Seth, toen Isis zich had teruggetrokken in de moerassen van de Delta.


Wakahiru-me. Haar naam betekent 'Jonge zonnevrouw'. Ze is een Japanse godin, de jongere zus van de zonnegodin Amaterasu. Waarschijnlijk is zij de rijzende ochtendzon. Ze is ook de godin van de weefkunst.


Wang-Mu Yiangh-Yiang. 'Koningin Moeder Wang'. Ook Hsi Wang Mu of Xi-Wang-Mu ('koningin van het westen'), Chinese godin van de onsterfelijkheid. Zij was de personificatie van het vrouwelijke element, yin. Haar echtgenoot Mu Gong, god van de onsterfelijkheid en 'Heer van het Oosten', vertegenwoordigde het yang.
Xi-Wang-Mu heerste over de berg K'un-lun, waar de onsterfelijke zielen wonen in het binnenste van de aarde. Hier woonde ze bij het Juwelenmeer in een gouden paleis. Ze draagt hier zorg voor de banketten, waarbij de perziken van de onsterfelijkheid, de vruchten van de levensboom, werden gegeten. De perzikbomen in haar magische tuin gaven eens in de drieduizend jaar vruchten; deze verschaften de goden onsterfelijkheid. De tuin in het verre westen, het avondland of het land waar de zon ondergaat, is te vergelijken met de tuin der Hesperiden van Hera of met de Gelukseilanden van Morgan, of met de levensboom van de SoemeriŽrs en de Semieten. Op deze berg kregen de eerste mensen, Nugua en Fuxi, toestemming om te trouwen en kinderen voort te brengen.
Ze wordt geassocieerd met de phoenix, symbool van wedergeboorte of onsterfelijkheid.
Ze wordt vaak afgebeeld in een jurk, in gezelschap van een pauw. Haar echtgenoot is de oppergod Mu Gong; deze woont in het oosten.
Wang-Mu Yiang-Yiang was in haar gedaante van luipaard of tijger een afschrikwekkende godin, die verantwoordelijk was voor de pest.


Whope. Noord-Amerikaanse godin van de vrede, vereerd door de Sioux.


Wurusemu. Zonnegodin van de Hittieten. Ze komt ook voor als aardgodin. Ze is de Koningin van Hemel en Aarde, en godin van de strijd. Ze is de beschermgodin van de Hittitische koningen en koninginnen. Ze werd geÔdentificeerd met Hebat.
Als aardgodin is zij gehuwd met de weergod Taru (Tesjoeb). Haar dochters heten Mezulla en Hulla. Haar zoon is de vegatatiegod Telipinu, die ook kenmerken heeft van de stormgod. Volgens een mythe verdwijnt hij eens als hij boos is. Alle leven staat stil, en de goden gaan hem zoeken. Een door Hannahanna gezonden bij steekt hem, waarop hij wakker wordt en de natuur weer tot leven komt.







home: www.nissaba.nl/godinnen