BESCHRIJVINGEN

Nieuwe database onder constructie: kijk hier. Deze pagina's worden ingevoerd in een nieuwe database. Zolang dat niet af is, blijven ze hier nog staan, maar ze worden niet meer bijgewerkt.


Naamah. 'Plezier' of 'schoonheid', of 'betoverende'. Ook de vormen Naema, Naama of Nahemah komen voor. Joods of bijbels.
Naamah was bekend om haar mooie zangkunst. Haar naam in de betekenis van plezier wordt uitgelegd als het plezier dat zij zou hebben in het zingen voor afgoden. In de joodse Haggada (legenden) wordt gezegd dat haar naam verwees naar de aangename klank van haar cymbalen, waarmee ze de mensen opriep hun goden te aanbidden. Ze was de moeder van vele demonen. Zij was de dochter van Zillah. Bij de gnostische ManicheeŽrs heette Naamah Namrael of NebroŽl; zij was de moeder van Adam en Eva.
In de joodse literatuur was ze een demoon waarmee Adam, naast Lilith, een seksuele relatie had, waar kinderen zoals Asmodeus en vele demonen uit voortkwamen. Een andere bron vermeldt de engel Shamdon of Shomron als de vader van Asmodeus. Hij werd de koning van de duivels.
In de bijbel en de literatuur van de Talmoed en Midrasj wordt ze genoemd als dochter van Zillah ('Schaduw') en Lamech. Ook haar echtgenoot Noach is een kind van Lamech. Haar broer was Tubal-Kain. Met Tubal wordt het land bedoeld van de Tibareniërs, de eerste ijzerbewerkers: Tubal-Kain is het volk zelf. Ook wordt Naamah genoemd als de Ammonitische echtgenote van koning Salomo en moeder van Rehoboam.
In de mythologie van de Midrasj werd ze tevens genoemd als de vrouw van Noach, die de zondvloed overleefde. Ze is een afstammelinge van de lijn van KaÔn, op welke een vloek rust vanwege de broedermoord, maar vanwege haar respectabele levenswandel is ze uitgekozen om met Noach de vloed te overleven en nieuw leven voort te brengen. Volgens de joodse Zohar is CaÔn ('smid') niet de zoon van Adam, maar uitsluitend van Eva. Zij bracht hem voort nadat ze gemeenschap had gehad met de slang. Vanuit deze verbintenis kwamen voorts geesten, demonen en zonden in de wereld. Tubal-Cain, Naamahs broer, was nu niet de stamvader van de koper- en ijzersmeden, maar van wapens. De Grieken vertelden een identiek verhaal over de geboorte van de Griekse smidgod Hephaistos als zoon van uitsluitend Hera, zonder inbreng van haar echtgenoot Zeus. De vulkaangod Hephaistos was een smid, wat eveneens de betekenis is van Cains naam.
In het pseudepigrafische Tweede boek van Abraham worden de familieverhoudingen binnen het gezin verder uitgediept dan in de bijbel. Noach was niet de zoon van Zilla, dus was hij een kind van Ada, Zilla's zus en tweede echtgenote van Lamech. Zowel Ada ('Heldere'), Zilla ('Schaduw') als Lamech waren kinderen van Methusalem. Lamech vermoordde enkele mensen, waaronder Zilla's kind Tubal-Kain. Ada en Zilla vluchtten vervolgens met hun kinderen naar het land van Adam, waar Naamah met Noach huwt.
Naamahs echtgenoot Noach werd gecastreerd door haar zoon Cham of Ham toen hij zijn roes uitsliep, uit angst dat zijn eventuele broers machtiger zouden worden dan hij. Noach vervloekte hierom Kanašn, Chams zoon, en zijn nageslacht, de Kanašnieten. De uitverkoren Naamah was dus de moeder van de Kanašnieten. Cham huwde Zepta, en hun beider dochter, eveneens Zepta geheten, stichtte later aan het water in westelijke richting het land Egypte, dat naar haar werd genoemd. Haar naam werd ook weergegeven als 'Egyptus'.
In deze gebeurtenis zijn diverse mythen te herkennen van goden die door hun jongere kinderen worden vermoord of gecastreerd, zoals de Griekse hemelgod Uranos, de echtgenoot van Gaia, die werd gecastreerd door Kronos, de echtgenoot van Gaia's dochter Rhea. Uit het bloed van Uranos dat in zee viel werd Aphrodite geboren; haar geliefde Adonis werd zelf weer gecastreerd. Ook Attis, de geliefde van Cybele, werd gecastreerd.
Naamah koos als verblijfsplaats de golven van de Rode Zee (of de Grote Zee). Zowel wat betreft de naam als de mythologie herinnert Naamah aan de Soemerische Nammu, de oerzee en moeder van de goden, die de mens schiep boven de vloedlijn van het zoete water van de Abzu. Ook in de Akkadische vorm van Nammu, Tiamat, zijn overeenkomsten te vinden. De Griekse zondvloedmythologie rond Pyrrha en Deucalion is verwant aan de Semitische versie. De motieven zijn zelfs te herkennen in het zondvloedverhaal van de Azteken, waar Xochiquetzal te identificeren is met Naamah. Ook in OceaniŽ is de mythe bekend, in de legendes over Hina en Kane.
Naama vertoont ook verwantschap met demonen als de Akkadische Lamasjtoe of de Griekse Lamia. Verder komt ze overeen met de lilim uit het gevolg van Lilith, met wie ze ook wel wordt verward. Naamah wurgt baby's in hun slaap en ze zuigt het bloed uit slapende mannen, en vangt hun nachtelijke zaad op, waarmee ze demonen baart.
Lilith en Naamah werden in verband gebracht met Salomons oordeel, vermomd als lichte vrouwen van Jeruzalem.

Noach wordt in verband gebracht met de Egyptische oerwatergod Noen; Naama komt dan overeen met Naunet.


Nahar. Hittisch, Ugarit. Zonnegodin.


Na'ila. Arabische godin, een van de 360 goden die in de ka'aba zouden zijn vereerd voor ze door Mohammed werden vernietigd. Na'ila wordt in het Boek der Idolen vermeld als een vrouw die met haar geliefde Isif of Isaf de liefde bedreef. Na'ila was afkomstig uit Yemen, en met Isaf maakte ze een bedevaart naar Mekka. In het heiligdom verrichten ze hun daad, en werden hierop in twee stenen, miskhs, veranderd. Vanaf toen werden zij door de bedevaartsgangers vereerd, waaronder de Qurashiten, de stam waaruit Mohammed afkomstig was.
Het verhaal herinnert aan de hiŽros gamos of het heilige huwelijk dat jaarlijks als onderdeel van de vruchtbaarheidsrituelen. Ook de bijbel vermeldt een dergelijk verhaal, waarbij de twee geliefden door hun religieuze tegenstanders met een speer werden doorboord. Een identiek verhaal bestaat over Atalante ter ere van de leeuwengodin Cybele; zij en haar geliefde werden in twee leeuwen veranderd. Cybele was de Griekse naam voor de godin van Klein-AziŽ die overeenkomt met de Semitische Alilat, een van de godinnen die werd vereerd in de ka'aba. De twee stenen die in de Joodse tempel te Jeruzalem werden bewaard, hebben dezelfde betekenis als de stenen die in de ka'aba werden vereerd. Heilige prostituees verbonden aan de tempel van Jeruzalem heetten qadishu (heilige). Mannelijke prostituťs heeten qeteshim.
Dergelijke stenen, baetyls genaamd, werden in de hele bekende wereld als godheid vereerd, en fungeerden ook vaak als centrum van de wereld. Deze betekenis heeft Mekka voor moslims nu nog behouden. Voordien vereerden zij net als de joden Jeruzalem als centrum. Een ander beroemd centrum uit de oudheid dat te vergelijken was met de ka'aba was Delphi.
Een ander verhaal vermeldt hoe Na'ila schreeuwend in de gedaante van een zwarte vrouw de tempel ontvluchtte toen Mohammed hem verwoestte. Een identiek verhaal bestaat over een priesteres van Delphi toen Apollo hier het heiligdom verwoestte, de heilige python verwoestte en de leiding ervan overnam. Ook Delphi werd geassocieerd met heilige seks, in een verhaal waarin Leto dreigde te worden aangerand terwijl ze rituelen uitvoerde; de aanrander werd doorboord door de pijlen van Artemis en Apollo, Leto's dochter en zoon. Leto is een Griekse verbastering van Allat, de hoogste godin van de ka'aba.


Namitu. Ook Namite. Moedergodin van de Papoea's op Nieuw-Guinea. Zij werd moeder van een tweeling door zichzelf met haar grote teen te bevruchten. Zij liet zichzelf doden zodat uit haar bloed de eerste mensen konden ontstaan.


Nammu. Soemerische oerzeegodin. Moeder van de goden en godin van de oerzee. Ze heette ook Ninmah. Nammu was de oerzee van waaruit de schepping plaatsvond. Het ideogram voor Nammu is hetzelfde als dat voor de zee. Ze was de grote zeeslang die de oerzee personifieert. De voorstelling van de zee als de aarde omcirkelende zee wordt in vele culturen metaforisch weergegeven als een slang die in zijn eigen staart bijt, de uroboros. Nammu is een vroeg-Soemerische godin. Haar cultus duurde verschillende millennia, en dateerde al van het neolithicum.
In de Babylonische scheppingsmythe van de enuma elisj werd ze opgesplitst in het zilte water Tiamat en haar echtgenoot, het zoete water Apsu. Het beeld van een oerzee waaruit de wereld ontstond is ook zichtbaar in de mythologie over de Egyptische Naunet en Noen, en de Griekse Amphitrite.
De oerzee was volgens de SoemeriŽrs de bron van waaruit de wereld werd gecreŽerd. In feite werd het ontstaan van de wereld in het oude MesopotamiŽ meer beschouwd als de 'conceptie' en 'geboorte' van een vrouwelijke oermoeder dan als de 'schepping', zoals die later werd toegeschreven aan een mannelijk oerwezen, dat natuurlijk geen kinderen kon 'baren'.
Nammu's naam wordt meestal geschreven met het teken engur. Met ditzelfde teken wordt Apsu geschreven, het zoete water. Nammu is een personificatie van het zoete water waaruit het leven voortkomt. In de teksten wordt naar haar verwezen als de 'Moeder die Hemel (An) en Aarde (Ki) het leven schonk', 'Moeder die de goden van het universum baarde' of 'Moeder van Alles'. Ze heeft geen echtgenoot, maar baart het leven parthenogeen vanuit haar baarmoeder. Dit wordt beschreven in een hymne voor de tempel van Eridu, E-engurra, baarmoeder van overvloed'.
In het scheppingsverhaal baarde Nammu de kosmische berg An-Ki, hemel (zoon) en aarde (dochter). Zij werden gescheiden door hun zoon Enlil (lucht, adem). Vervolgens kwamen de andere goden voort uit de vereniging van Aarde (Ki) en haar zoon Lucht (Enlil). Hier wordt een verschuiving zichtbaar van de moedergodin als 'Moeder van al het leven' naar de macht van de zoon als basis van het ontstaan.

Nammu wordt in de mythologie ook genoemd als de moeder van Enki, de god van het zoete water en de wijsheid, en Eresjkigal, de godin van de onderwereld. Ze vat ook het idee op om mensen te maken, als hulp voor de goden. Ze wekt haar zoon Enki uit zijn eeuwige slaap in de Apsu om te helpen dit plan uit te voeren. Als co-creatrix werd ze in variaties op de mythe ook wel Ninmah, Ninhursag of Nintur genoemd. Als degene die de eerste mens maakte van klei werd ook wel de godin Ninti ('leven' of 'rib') genoemd, de dochter van Ninhursag.
Enki nam in een latere periode veel van haar functies en titels over. Nammu was een belangrijke godin in een oudere Soemerische periode, en werd in elk geval vereerd tijdens de bloeiperiode van Ur. De Soemerische koning Ur-Nammu, uit een late periode (-2100) regeerde in haar dienst. Haar naam kwam voor in vele familielijsten.
Met Nammu is het begrip 'wijsheid' verbonden.
Op een schaal van ca. -2600, afkomstig uit Khafaje bij Bagdad, is ze rechtop staand afgebeeld met water dat uit haar handen stroomt, de maansikkel en een ster links en en geflankeerd door twee stieren. Korenaren of graan en planten worden gevoed door het water. Ernaast staat dezelfde godin afgebeeld met twee slangen in haar handen, terwijl twee leeuwen aan haar voeten zitten. Hiernaast wordt een stier aangevallen door een leeuw en een gier. KopieŽn van deze schaal zijn gevonden bij Mari, bij de Perzische golf en in de Indus Vallei.


Namtar. Ook Namtara. Soemerische lotsgodin. Namtar was een boodschapster van de koningin van de onderwereld Eresjkigal. Ze brengt de dood als de tijd van de mensen is gekomen.


Nana. Phrygische godin bekend uit de Griekse mythologie. In AnatoliŽ heette ze Anna.
Nana was de moeder van Attis, de geliefde van Cybele, aan wie ze ook werd gelijkgesteld. Dan is Nana bijvoorbeeld een naam voor de Phrygische of Anatolische Moeder der goden, de moeder van Attis. Nana werd zwanger van Attis na het inslikken van een rijpe amandel of het zaad van een granaatappel. De amandel was afkomstig van de amandelboom die voortkwam uit het geslachtsdeel van de hermafrodiete Agdistis, nadat deze zichzelf had gecastreerd, een daad die later ook door Attis zou worden verricht.
Een reflectie van deze Aziatische mythe lijkt terug te keren in de geschiedenis van Mariatta uit het Finse Kalevala-epos.
Als Nana wordt vereenzelvigd met Cybele is Attis zowel Cybeles geliefde als haar zoon.
In MesopotamiŽ kende men ook de mannelijke maangod Nanna, die soms werd genoemd als de vader van Inanna. Ook de Noren kenden een maangodin Nanna, de echtgenote van Balder.
Nana was ook een naam van de planeet Venus.
In een Parthische tempel in Nisa bevond zich een inscriptie voor N.N.Y.S.T.N (Nana Isten), (Nana de godin), een verwijzing naar een oermoeder of oergodin.


Nana. Godin vereerd in MesopotamiŽ. Ook Nanna of Anna-Nin. Nana was ook een vorm voor Nanaya, die later opging in Inanna en Ishtar. Ook was het een vorm voor de Hittietische grootmoedergodin Hannahanna. In het Engels is nan nog altijd een woord voor grootmoeder.
Soemerische maangodin. In Uruk was Nana het woord voor maan. Nana was in MesopotamiŽ meestal een mannelijke maangod.
Inanna werd genoemd als moeder van de maangodin Nanna en de hemelgod An (Anu). Maar ook wordt de mannelijke maangod Nanna, de ega van Ningal, genoemd als vader van Inanna.
In een latere tijd in Babylon was Nana's ega de god Nabu, een zoon van Bel Mardoek. Zijn tempel in Babylon was boven die van Bel, en was gewijd aan de 'zeven planeten'. Nabu was de planeet Mercurius. In Borsippa, een belangrijke vereringsplaats van Nabu, werd hij gezien als zoon van Ishtar en Anu. Nabu was een boodschappergod die te vergelijken is met Hermes of Mercurius. Hij bemiddelde in het contact tussen mens en god, en bracht boodschappen van de goden naar de aarde. In zijn hoedanigheid als boodschapper was hij tevens de god van het schrift. De Elamieten vereerde Nebu als god van het schrift. De Perzen noemden Nabu 'Tiri'.
Het Hebreeuwse woord nabi betekent 'profeet', en verwijst naar een boodschapper van god. Een titel van de islamitische profeet is An-Nabi.


Nana. Zonnegodin van de Azteken in Mexico. Nana was de zon van het tijdperk van de vijfde zon, nadat een grote vloed een einde had gemaakt aan het tijdperk van de vierde zon, van de watergodin Chalchiutlicue. Volgens een vertelling was de aarde in duisternis gehuld nadat de vorige zon op de aarde was gevallen, en enorme regenbuien de aarde hadden verzwolgen. Doordat de zon niet meer met haar warme stralen op de aarde scheen, bleef het water op de aarde liggen, en het verdampte niet. De goden begrepen dat er een nieuwe zon en een nieuwe maan moesten komen, maar daarvoor moesten twee goden zich opofferen.
De ambitieuze god van de slakken en wormen, Tecuciztecatl, greep zijn kans aan om zonnegod te kunnen worden. Maar verder had niemand belangstelling voor de opoffering. Uiteindelijk bood de lelijke, kleine Nana zichzelf aan voor het welzijn van de mensen.
Op twee altaren werd een offervuur aangelegd, een voor de zon en een voor de maan, maar toen het moment aanbrak, werd Tecuciztecatl bevlogen door angst, en hoe hij ook werd aangemoedigd, hij durfde niet meer te springen.
Toen sprong Nana, denkend aan het lot van de mensen, maar als eerste, tot ergernis van Tecuciztecatl, en hij sprong, maar het was te laat. Nana werd juist in de vorm van een grote vuurbal door een adelaar aan de oostelijke poort van Tectihuacan geplaatst. Zij zat op een troon, met schitterende gouden vlechten, waardoorheen parels en schelpen waren gevlochten, en met scharlakenrode lippen. Nooit eerder was de dageraad zo mooi geweest.
Vervolgens haalde een havik een nagloeiende kool uit de resten van het vuur, en plaatste deze naast de zon. De goden waren niet zo blij met deze maan, en iemand gooide een konijn naar de zwartglanzende bal. Het konijn beet flink van zich af, en nog altijd zien we bij volle maan duidelijk de littekens die dit heeft achtergelaten.


Nana. Nigeriaanse grootmoedergodin, vereerd door de Yoruba. Ook Nana Buruku. Vrouw of vrouwelijk aspect van de god Oxala. Ze is de orixa (beschermgeest) van oude mensen. Ze is een aardgodin, of de oude Moeder Aarde, wier lichaam bestaat uit het stof waaruit de ontbindende resten van het dode leven uiteenvalt. Ze wordt ook geassocieerd met het zoete water en regenwater, dat de aarde vruchtbaar maakt. Ze is de modder of klei waaruit het leven voortkomt, of waarin het zich ontbindt.
Ze draagt een scepter, ibiri genaamd, die is gemaakt van gevlochten stro en bekleed met schelpen. Sommige schelpen zijn voor de waarzeggers, andere brengen geluk. De scepter is als symbool van het leven bedekt met vegetatief bloed.
Nana wordt vereerd als 'Zwarte maagd'. Zij bewaakt het mysterie van het leven, en draagt blauwe of paarse stroken aan haar kleding. In tegenstelling hiermee draagt ze witte stroken als schenkster van het leven.
Als zwarte maagd is haar gezicht geheel bedekt. Het mysterie is onwaarneembaar. Dit is een tegenstelling met de doorzichtige sluier van Yemanya, de Moeder van Alles, in wie het mysterie wordt openbaard.
Aan Nana worden riviervissen en uien geofferd. De ui heeft betekenis met betrekking tot het mysterie van het leven, doordat na elke afgepelde laag weer een nieuwe laag tevoorschijn komt. Nana is dus meer een godheid met betrekking tot het mysterie van het leven, terwijl Yemanya de godin is van het moederschap.


Nana. Armeense Moeder van de goden en godin van de overwinning, te vergelijken met de Griekse Athene Nike.


Nana. Naam voor de Akkadische oerzee, oermoeder en moeder der goden Tiamat.


Nana. Nana Isten ('godin Nana'). Godin van de Parthen. In de stad Nisa stond een tempel voor haar.


Nana Buluku. Afrika, schepstergodin van de Fons in Benin, Dahomey. Nana Buluku is noch vrouwelijk noch mannelijk. Ze baarde twee kinderen, de maangod Mawu en de zonnegodin Lisa. Zij gaven de wereld vorm. Lisa en Mawu kregen veertien kinderen, de Vodu.
Nadat de aarde onder het gewicht van de schepping dreigde te kantelen, vroeg Nana Buluku aan de regenboogslang Aido Wedo om onder de aarde te gaan liggen en deze zo te steunen.


Nanaya. Soemerische godin, vaak gelijkgesteld aan Inanna.


Nanna. Germaanse maangodin. Echtgenoot: Balder, kind Forseti. Nanna woonde met haar echtgenoot Balder in Breidablik ('Breed glanzend'). Dit paleis had een zilveren dak op gouden pilaren. Graves vermeldt dat Nanna eigenlijk een naam was voor Frigga, als Balders echtgenote. Zij rouwde om Balders dood. Zowel wat mythologie als etymologie betreft is er overeenkomst met de geschiedenis van Cybele (Nana) en Attis (Adon Tammoetz, of Bašl).


Nanna. Soemerische maangodin, vereerd in Ur.


Nansje. Ook Nanshe; Nanshebargunu. Soemerische watergodin. Godin van de visgronden. Orakel. Ze was de stadsgodin van het Soemerische Nina, bij Lagasj. Nanshe werd ook Nina genoemd; haar naam werd op dezelfde manier gespeld als de stad Lagash, een vis in een omheining. Ze kan worden beschouwd als een vorm van Inanna. Ten tijde van het Assyrische rijk was Nina ook een naam van Ishtar als stadsgodin van Ninive.
In Lagasj in Zuidoost-Babbylonië (het huidige el Hiba in Irak) stond een belangrijke tempel voor haar. Nansje was sinds de oude Soemerische periode een belangrijke godin, die ook voorkwam in persoonlijke namen. In de mythe over Enki en de wereldorde is Enlil haar vader. Gudea, de stichter van de derde dynastie van Ur, noemde Enki haar vader en Ningirsu haar broer. Nisaba, de godin van het schrift, was haar zuster.
Nansje wordt geassocieerd met vogels, vissen en visgronden. In de tekst van 'Nansje en de vogels' wordt ze onder andere geassocieerd met een pelikaan, waarvoor ze een tempel van lapis lazuli bouwt. Haar naam werd samengesteld uit de tekens voor 'vis' en 'huis'. Ze werd ook geassocieerd met rivieren en kanalen, die vaak naar haar werden genoemd. Ze beheerste de kunst van het uitleggen van dromen; ze was een orakelgodin en waarzegster. Nansje was de godin van het schrift en van alle cultuuruitingen die hiervan afhankelijk waren. Ze fungeerde als scheidsrechter bij geschillen. Ze had de leiding over een festival dat plaatsvond op nieuwjaarsdag. Ze beoordeelde mensen op nieuwjaarsdag; hierbij werd ze geassisteerd door Nidaba, de godin van het schrift. Ook was Nansje verantwoordelijk voor administratieve taken, en ze beheerde de maten en gewichten. Verder was ze de beschermster van de zwakken, het toebedelen van recht en het straffen van immorele daden. Ze beschermde weduwen en wezen.
Nanshe werd ook aangeduid als Nina. De stad Ninive in AssyriŽ werd naar haar genoemd, gespeld als Ninaa of Ninua. Deze stad was een van de belangrijkste centra waar Nanshe werd vereerd. Ninive werd gespeld met hetzelfde ideogram (een vis in een huis) als Lagash en Nanshe.


Nathor.


Nantosuelta. Gallische watergodin en beschermster van de mensen. Haar naam betekent 'Slingerende rivier'. Als brengster van de beschaving en beschermster van het huiselijk leven wordt ze afgebeeld met in haar handen het schaalmodel van een huis.


Naunet.In Egypte de godin of personificatie van de oerzee, de baarmoeder die de zon en de goden baarde. Haar mannelijke tegenhanger is Noen. Zij vormen het eerste van de vier oergodenparen die worden genoemd in de ogdoade van Hermopolis.
Naunet in hieroglyf schrift.Naunet en Noen zijn te vergelijken met de Soemerische Nammu of de Babylonische Tiamat. De Griekse Amphitrite komt ook voort uit een dergelijk beeld van een 'oerzeegodin'. Naunet werd afgebeeld in de gedaante van een slang. Als Pavian groette ze de opkomende zon. Dit beeld komt overeen met de oerzee die de wereld omcirkelt, die werd voorgesteld als een slang. In de bijbel is Naunet te herkennen in de diepte (tehom) in het scheppingsverhaal. Noach wordt wel in verband gebracht met de Egyptische god van het oerwater Nun; zijn vrouwelijke tegenhanger Naunet is dan te herkennen als Naamah. De Egyptische Noen krijgt soms attributen van de Nijlgod Hapi, die wordt genoemd als echtgenoot van Naunet. Hapi is echter ook de god van Nechbet (Beneden-Egypte) of Wadjet (Boven-Egypte).


Nechbet. Nekhbet. Giergodin, beschermheerseres van Boven-Egypte (Zuid-Egypte); ze was geboortegodin in het Nieuwe Rijk. Nechbet is de oude Egyptische naam voor Moet. Ze werd vereerd in Boven-Egypte (Elkab). In haar necropolis of dodenstad in Nekhen of Necheb (nu Elkab of Al-Kab) bevond zich een van Egyptes oudste orakels. Haar tempel had tevens betekenis voor de geboorte. Hierom noemden de Grieken de stad Ilityaspolis, naar de geboortegodin Eilytheia (Artemis of Aphrodite). De Romeinen noemden de plaats Civitas Lucinae, naar Juno Lucina, de geboortegodin. Nechbet werd vereerd als maangodin of zonnegodin en als gier. Ze heeft betekenis als godin van de dood en wedergeboorte. Dieren: varken en gier.
Nechbet draagt een gierkap. Deze kap is ook de hoofdtooi van de Egyptische koninginnen. Nechbet werd afgebeeld als gier, het koninklijke symbool van Boven-Egypte. Ze was de tegenhanger van de slangengodin Oeto of Wadjet van Beneden-Egypte. Later kreeg ze de functie van geboortegodin: als zodanig werd ze afgebeeld in mensengedaante met de huid van een gier op haar hoofd. De koninklijke hoofddoek was het symbool van Nechbet, die de koning bijstond in de strijd met een witte doek.
In Egypte werd de grootmoeder gesymboliseerd door de giergodin, die als teken van haar autoriteit een dorsvlegel droeg. Dit was een teken van matriarchale macht uit de pre-dynastieke tijd. Voor het woord 'moeder' werd de hiŽroglyf van het teken van de gier gebruikt. Dezelfde relatie tussen 'gier' en 'moeder' is zichtbaar in het Hebreeuwse Rhaah of Rheah. Als teken van soevereiniteit van Boven-Egypte droeg Nechbet een witte kroon.
Isis verscheen als de giergodin op de mummiekussens; ze droeg een kroon van de huid van een gier, en in elke klauw hield ze de ankh, het levensteken. Ook als gier verslond ze haar broer en geliefde Osiris, en bracht ze hem weer tot leven, zodat het kind Horus, een incarnatie van Osiris, kon worden verwerkt.
Bij volle maan wordt aan haar een varken geofferd, en het vlees wordt gegeten. Overigens was het varken in Egypte een onrein dier, en varkenshoeders vormden een gesloten gemeenschap.


Necessitas. 'Noodzaak'. Romeinse lotsgodin.


Nehallenia. Ook Nehellenia. Votiefbeeld voor Nehallenia. Links zit haar hond, rechts staat een mand met appelen. Het altaar wordt overkoepeld door een schelp.Moedergodin, vruchtbaarheid, scheepvaart, beschermster van zeelieden. Ze is een Germaanse godin die vooral werd vereerd in Nederland. Misschien is zij een lokale variant van Hel. Attributen: mand met vruchten of appels, hond, schip, kikker; hoorn des overvloeds.
Vaak is ze afgebeeld als vrouw met een mand vol vruchten of appels aan haar voeten, in het gezelschap van een hond. Soms draagt ze een scepter. Haar voet is soms geplaatst op de steven van een schip, en ze heeft een roeiriem of een scheepsroer in de handen. Het reliŽf is omlijst door zuilen, waarboven als dak een schelp is geplaatst. Er bestaat iconografische verwantschap met afbeeldingen van de Matres of moedergodinnen van de Kelten en Germanen. Op wijstenen zijn zij met z'n drieŽn naast elkaar afgebeeld, met de hoorn, fruitmand en bloemen.
Ze was beschermster van de zeelieden, en werd vooral vereerd in de kustgebieden. Aan haar werden o.a. votiefstenen geofferd als dank voor een behouden thuiskomst. Zo'n tweehonderd van deze altaarstenen zijn gevonden in Nederland, bij Domburg en Colijnsplaat, twee cultusplaatsen voor Nehallenia. In Domburg op Walcheren werd al in 1647 het eerste wij-altaar opgevist. De meeste votiefbeelden zijn gemaakt van kalksteen. Bij Colijnsplaat heeft waarschijnlijk een tempel voor Nehallenia gestaan, getuige steen en metselwerk dat hier is aangetroffen.
In Zeeland bloeide Nehalennia's cultus toen het belang van dit gebied toenam als handelsplaats van de Romeinen, die dit gebied in de 2e en 3e eeuw overheersten. Veel van deze stenen waren afkomstig van Romeinse handelaren, die de godin bedankten voor succesvolle ondernemingen. Blijkens inscripties op de votiefstenen ging het bijvoorbeeld om wijnhandelaren of zouthandelaren. Het betrof de handel tussen het continent, waaronder landen als Frankrijk en Duitsland, met Engeland.
Na het jaar 300 steeg de zeespiegel. Zeeland werd onbewoonbaar, en de tempels voor Nehallennia verdwenen onder water. De eerste votiefstenen werden pas in de zeventiende eeuw teruggevonden.
Door Tacitus werd zij gelijkgesteld met Isis.


Nehebka. Egyptische godin in de gedaante van een slang met het hoofd van een havik. Zij droeg het oog van Wadjet, de beschermgodin van Beneden-Egypte, die ook een slangegodin was. Ze kwam als rechter voor in een van de dodenboeken, en oordeelde over de dode in het hiernamaals. Ze reisde mee in de atet-boot door de hemel. Ze stond Anubis bij met het balsemen van lijken en begrafenisrituelen. Behalve als dodengodin had ze betekenis als schenkster van het leven en voedsel. Ze was ook de beschermster van de farao en de koninklijke familie.
In de Egyptische folkore was Nehebka bekend als tovenares. Ze bestuurde alle vormen van magie die er bestonden, en toen ze niets meer kon leren, at ze zeven slangen, waardoor ze immuun werd voor bezweringen die tegen haar werden uitgesproken.


Neith.HiŽroglyf van de naam van Merit Neith Weefster, beschermster van het huiselijk leven. Oorlogsgodin, beschermster van de bogen. Beschermster van Sais. Moeder van god (Ra). Ook Net of Neit. Varianten zijn Anatha, Ath-Enna. In Griekenland werd ze geÔdentificeerd met Athene. Pausanias noemt de Egyptische naam van Athene Sais, wat eigenlijk haar belangrijkste cultusplaats was. Ook Metis of Medusa zijn verwant aan Neith. Haar kinderen zijn Re en Sobek.
Neith droeg de de kroon van Beneden-Egypte. Haar symbool waren twee gekruiste pijlen op een dierehuid of schild. Als attributen droeg ze een spoel of een sluier. Ze werd soms voorgesteld als koe.
Neith was een jacht- en oorlogsgodin die tijdens het Oude Rijk in Memphis werd vereerd. Tijdens de 26e dynastie was SaÔs haar belangrijkste cultusplaats. In Esna had ze later betekenis als scheppende godin.
In Sais werd voor Neith een groot feest gevierd op 24 juni, midzomerdag. Het was een lichtfeest, en er werden over lampen voor haar aangestoken. Er vond een processie plaats, waarbij lichtjes werden gedragen rond de doodskist van Osiris. Plutarchus stelt de Griekse Athene hier gelijk aan Isis; zij vertegenwoordigt als de maan de kracht die Osiris weer leven schenkt. Voor Isis bestond ook een lichtfeest op 12 augustus, de Lychnapsia; zij zocht dan met een fakkel naar haar verdwenen echtgenoot tijdens het donker, een gebeurtenis die eveneens in een processie met lichten werd herdacht. Plato noemde in zijn Republica ook soortgelijke feesten voor Athene (een fakkelwedstrijd gedurende de Panathenaea) en de Trakische Artemis Bendis, de LampadÍphoria.
Neith is te vergelijken met de Griekse Athene of Pallas Athene en de Fenicische Anat. Haar wapens rond de grafkist dienden om het lijk te beschermen. Ze wordt net als Athene geassocieerd met de ambachten en de schepping, met oorlog en de geneeskunst. Haar heiligdom was verbonden met een medicijnenschool, met de naam 'Huis van het Leven'.
Zij was de gesluierde godin die door geen sterveling kon worden aanschouwd; een inscriptie in haar tempel in Sais zegt: 'Ik ben alles wat was, wat is en wat nog zal komen. Geen sterveling heeft nog de sluier kunnen lichten die mij bedekt.' Dit kan worden uitgelegd als het mysterie van de geboorte of de seksualiteit. Een dergelijke uitleg wordt gegeven over de sluiers van de Afrikaanse Nana en Yemanja. Volgens Egyptenaren betekende haar naam 'Ik kom voort vanuit mijzelf'. Ze duidde zichzelf aan met de woorden 'Ik ben alles wat is, wat is geweest en wat ooit zal zijn'. Deze frase is in het Nieuwe Testament overgenomen in de Openbaringen van Johannes 1:8. In het Oude Testament heet ze Asenath (Isis-Neith, of 'voortkomend van Neith'), als vrouw van Jozef; de Egyptische weergave van Jozefs naam is Djoser.
Vroeger werd zij beschouwd als moeder van de krokodilgod Sobek. Ze werd afgebeeld met de rode kroon van Beneden-Egypte. Nadat ze 2000 jaar op de achtergrond was geraakt, leefde haar cultus in de 26e dynastie op: ze werd oergodin en moeder van Ra (moeder van god). Ze werd de koe genoemd die Ra baarde. Ze was het oerzaad waaruit goden en mensen kwamen. Ze werd ook wel als androgyne godin opgevat: vader des vaders, moeder des moeders.
Neith werd ook wel anima van Chnoem genoemd. Als beschermster van de mummiedoeken was ze heerseres van de weefkunst.
In een latere traditie was ze de zuster van Isis, Nephtys en Selket. Met Isis, Nephtys en Hathor had ze betekenis als beschermster van de doden. Zij werden elk aan de zijde van een sarcofaag geplaatst. Ze was ook de beschermster van Duamutef, de beschermgod van de maag van de overledenen.


Nemain. Keltische godin van de oorlog.


Nemesis. 'Toedelen'. Godin van de gerechtigheid. In Griekenland werd ze vooral vereerd in Attika (Rhamnus). Ze had ook een cultus in Smyrna; Plato meent dat hier haar wortels zijn te vinden. Andere namen zijn Rhamnusia en Nemesis Adrastea ('waaraan men niet kan ontsnappen': Boetie). Ze is dezelfde als Dice of Tyche. Zij komt overeen met de Romeinse Fortuna. Leda was een andere naam voor haar, hoewel ze ook wordt genoemd als haar dochter. Helena was haar dochter. Attributen: juk, gesel, weegschaal, zwaard, appeltak. Zwaan; ei. Evenals Tyche of Fortuna werd ze afgebeeld met een wiel en een scheepsroer.
Hesiodus noemde haar een dochter van Nyx, de nacht, samen met haar zusters de Moiren, de horen, de keren en de Erinyen. Zij hebben allen met het lot en de levensloop te maken.

Nemesis werd vereerd als het heersende principe van de natuur, dat in de loop van de tijd alles ontleedde tot de samenstellende elementen. Haar huis (tempel) staat in Rhamnos in het noorden van Attica. Ze houdt in haar ene hand een appeltak, in haar andere een wiel; ze draagt een zilveren kroon, versierd met mannelijke herten. Aan haar gordel hangt haar gesel. De zwaan was aan haar gewijd.
In de Griekse mythen naderde Zeus haar in de gestalte van een zwaan, nadat zij eerst aan hem probeerde te ontkomen door zich in een vis en een gans te veranderen. Uit het ei dat ze legde, en dat door de herder die het vond aan Leda werd gegeven, werd Helena geboren.
Haar dienaressen waren Poene (straf), Dice (recht) en Erinys (wraak).
Graves vermeldt een andere mythe, waarin Nemesis Zeus begeerde, en deze trachtte aan haar te ontkomen door voortdurend van gedaante te veranderen. Nemesis deed dit ook, tot ze hem ten slotte tijdens de zomerzonnewende te pakken kreeg en verzwolg. Graves vermeldt dat de koning, afhankelijk van het seizoen, achtereenvolgens haas, vis, bij of muis was, of haas, vis, vogel en tarwe. Nemesis veranderde ondermeer in een bever om de vis te kunnen vangen: hieraan herinnert nog de naam van Castor ('bever'), Helena's broer; Polydeuces' naam, die te vertalen is als 'veel zoete wijn', zou iets meedelen over de aard van de festiviteiten. Hetzelfde motief van een vlucht waaraan de achtervolgde tracht te ontkomen door gedaanteverwisseling typeert de achtervolging van het kind Gwion door Cerridwen.

Plato meldt in 'De Staat' dat Nemesis gewoonlijk wordt afgebeeld als een ernstige vrouw, met in de linkerhand een zweep, een teugel, een zwaard of een weegschaal. In de Hellenistische tijd is ze afgebeeld met een stuurwiel of scheepsroer.
Walker wijst op de verwantschap van Nemesis aan Kali-Nemi, de Indiase Moeder van de karma en het wiel van de tijd. Haar naam wordt ook wel in verband gebracht met Diana van Nemi of Nemetona.


Nemetona. Keltisch-Romeinse godin, die vooral werd vereerd in bossen, die door de Kelten als heilige plaatsen werden beschouwd. Haar naam betekent 'bosje' of bos, van nemed of nemeton. Er wordt wel een relatie gelegd tussen haar en de Romeinse Diana van Nemi, de bosgodin van het heilige woud Nemi ten zuiden van Rome.


Nenoet. Egypte.


Nephele. Grieks. Haar naam betekent 'wolk'. Het woord komt overeen met het Latijnse Nebula, 'mist', of Nube, Romeinse namen voor Nephele, en het is verwant aan het Germaanse nifl ('nevel'), nevel en het Duitse Nebel. De naam van het mistige oord Niflheim, waar de onderwereldgodin Hel zetelde, verwijst ook naar de verwante mythologie. Er is ook verwantschap met het Hebreeuwse nephilim en nephesh.
Griekse mythen vertellen hoe Zeus een wolk, Nephele, vormde naar de gelijkenis van Hera, om zijn mededinger in de liefde, de Lapithische koning Ixion, te misleiden. Uit hun verbintenis kwamen de Centauren voort, paardmannen die berucht waren vanwege hun vandalistische gedrag, vooral als er wijn in het geding was. Zij bevolkten het Noord-Griekse ThessaliŽ. Aan deze onbeschaafde natuurwezens werd een grote kennis van geneeskrachtige kruiden toegeschreven; zij gebruikten ondermeer het duizendguldenkruid, centaurea centaurium, tegen de gevolgen van giftige slangenbeten. De Centauren werden door de Lapithen nagenoeg uitgeroeid toen zij zich, net als hun vader Ixion, misdroegen tijdens een bruiloft. De bloedige strijd die toen ontstond wordt de centauromachie genoemd.
Zeus strafte Ixion voor zijn hoogmoed door hem in de Tartarus te binden op een gevleugeld, brandend rad, en hem de ruimte inslingerde, waar hij eeuwig rondwentelde. In dit verhaal is de zonnesymboliek van het wiel herkenbaar.
Ixion had zich al onbehoorlijk gedragen tijdens zijn eigen huwelijk met Dia. Hij liet haar vader in een valkuil vallen, waar hij levend verbrandde, om aan het betalen van de huwelijksschat te ontkomen. Strabo vermeldt dat Dia een naam is voor Hebe; zij is de maagdelijke vorm van Hera, maar ze wordt ook wel geÔdentificeerd met haar moeder. Dia, ook wel Dione, bezat een orakel met een heilige eik in Dodona; dit orakel werd later overgenomen door Zeus. Dia was ook een vorm van Hera, die door Zeus werd benaderd in de gedaante van een hengst. Ixion zelf heeft veel gemeen met Zeus, reden waarom hij aanvankelijk onder zijn bescherming stond. De herhaalde door geweld en drank bedorven huwelijken die in deze mythe een rol spelen zijn in feite verdraaide navertellingen van het heilige huwelijk van Hera en Zeus zelf, onder lokale namen of titels. Motieven en attributen zoals het vuur, het wiel, de orgiastische rituelen en het offer, die in de viering van de jaarlijkse cycli een rol spelen, krijgen hierin een andere betekenis.

Vervolgens huwde Nephele met Athamas, de Boeotische koning van Orchomos. Ze kreeg twee kinderen, Phryxos en Helle. Athamas vond dat zij hem niet voldoende respecteerde en nam een tweede vrouw, Ino, dochter van Harmonia, de dochter van Aphrodite, en Kadmos. Deze gebeurtenis doet denken aan het verhaal van Adam, die zijn eerste vrouw Lilith afwees vanwege haar zelfstandigheid, en vervolgens huwde met Eva. Adams naam lijkt op Athamas, terwijl Eva overeenkomt met Hera, die Nephele eigenlijk is.
Ook is deze mythe verwant aan het bijbelverhaal over Abraham, zijn vrouw Sarah en haar slavin Hagar. Sarah komt overeen met Hera. Zij wordt bijvoorbeeld 'jaloers' genoemd, een karaktertrek die ook Hera regelmatig wordt toegeschreven omdat zij niet gecharmeerd zou zijn van Zeus' escapades. Deze trek blijkt ook uit de wraakzuchtige reactie van de vrouwen jegens de andere vrouwen en hun kinderen.
Ino, ook wel Leucothea genoemd, heette bij de Romeinen Mater Matuta. De Etrusken noemden haar Uni, wat door de Romeinen werd weergegeven als Iuno. De Etruskische naam laat ook nog goed zien Ino zelf ook een vorm van Hera is. Hoewel in de mythologie de vrouwen jaloers zijn en zelfs kinderen de dood in jagen, blijkt uit de verering van Ino, Juno en Mater Matuta dat ze geboortegodinnen zijn en beschermgodinnen van kinderen.
Hera vervloekte Athamas' huis en nam wraak. Nephele eiste Athamas' dood, maar op last van Ino lieten de vrouwen van BoiotiŽ het zaaikoren verdrogen of roosteren, zodat de oogst mislukte. Ino liet het Orakel van Delphi zeggen dat het land pas weer vruchtbaar zou worden als Phrixos zou worden geofferd. Athamas stond op het punt hem de keel af te snijden, toen Hermes op bevel van Hera een zwarte of gouden ram zond, die Phrixos redde.
De ram vloog met Phrixos en zijn zusje Helle ('helder') naar het land Kolchis aan de Zwarte Zee, waar de ram in zijn plaats voor Zeus werd geslacht, en werd vereerd als het Gulden Vlies. De huid werd ook wel nephelisch vlies genoemd. Het werd gehangen in een boom in een heilig bosje, waar het werd bewaakt door een draak. Later werd het daar geroofd door Iason en zijn Argonauten, die het naar Argos brachten, het thuisland van Hera, die hier een soortgelijk heiligdom bezat. Helle viel, door hoogtevrees overmand, van de rug van de ram in het water in de diepte, dat sindsdien de Hellespont heette. Hier bevinden zich tegenwoordig de Dardanellen.
Een identieke gebeurtenis vond plaats in de bijbelse geschiedenis, waar Abraham zijn zoon Isašc meeneemt naar een door god aangewezen berg om hem te offeren. Juist toen hij het mes nam, verscheen een engel, die hem zei zijn zoon niet te slachten, en er verscheen voor hem in de plaats een ram. De moeder van Isašc was Sarah, die overeenkomt met Hera, de oorsrponkelijke Nephele. Hera is een Griekse weergave van Sarah. Beide namen zijn ook andere spellingen voor Asherah. Het bos waaruit de bijbelse ram kwam, herinnert aan het heilige bos van Hera. De naam Asherah verwijst zelf naar een heilig bos: Asherah kan met het bos worden geÔdentificeerd. Sarah is een aan de stijl van de bijbel aangepaste vorm van Ashera.
Een soortgelijke substitutie vond plaats toen Artemis een hinde zond om te offeren in de plaats van Iphigeneia; ze bracht Iphigeneia naar Tauris. Een andere mythe over Artemis herinnert aan de episode over Hajar en haar kind, als zij in de woestijn dreigen om te komen van de dorst, en er een bron ontstaat. Artemis' volgelinge Atalanta sloeg water uit een rots. De naam van Hajar betekent overigens 'steen'. Zij wordt ook vereerd in de vorm van een steen. Hajar wordt beschouwd als de stammoeder van de Arabieren. De Arabische godin Allaat is ook verwant aan de karakters in deze verhalen.
Volgens andere bronnen waren Phryxos en Helle de kinderen van Nephele en Ixion. Nephele, Hera's nevelige alter ego, stuurde de kinderen met de ram naar Kolchis, om deze daar te offeren aan Ares en de vacht aan koning Aietes, de zoon van Helios, te schenken. Later redde een zoon van Phryxos Athamas, toen deze op het punt stond te worden geofferd.
Het tijdstip van de tocht was in maart-april, als het sterrenbeeld ram aan de horizon verschijnt. Precies met deze tijd valt ook Pasen, dat wordt gevierd als de zon terugkeert vanuit de winterse regionen. In deze tijd vierden de joden Pascha, de exodus van joden uit Egypte; ook zij werden overdag tijdens hun tocht door de woestijn geleid door een wolk.
De vacht werd geschonken aan koning AŽtes, de vader van Medea. De ram werd volgens Hygius door Nephele aan de hemel geplaatst, waar hij heerste over de lente, om het door Ino verdroogde land met regen weer vruchtbaar te maken.

'Nephele' is verwant aan het Hebreeuwse nephilim, gevallenen. Zij waren de voorouders, of de geesten van de voorouders. In de Joodse traditie ging het in het bijzonder om het gevallen geslacht van reuzen of Titanen. Het woord is ook verwant aan Nephesh, dat meestal wordt vertaald als 'ziel'.
Dit komt overeen met de Germaanse Niflungar of Nibelungen, de voorouders die leefden in het mistige dodenrijk Niflheim, dat werd bestuurd door de dodengodin Hel, eveneens van Titaanse afkomst.
Mogelijk is Nephele ook een verwijzing naar een oudere betekenis van Hera als godin met die een rol speelde in het schimmenrijk van de voorouders. Hera's naam is de vrouwelijke vorm van heros, een oud woord voor de schim van de dode die in het dodenrijk verbleef. Hieruit ontstond later de betekenis van 'held' in de zin van halfgoden, die door hun offerdood onder de goden werden opgenomen.
Volgens een legende maakte Hera een namaak-Helena van een wolk. De echte Helena stuurde ze naar Egypte, de nep-Helena ging naar Troje en veroorzaakte de oorlog tussen de Grieken en de Trojanen.


Nephtys. Griekse naam voor de Egyptisch godin Nebthut of Nebt-het ('Vrouwe van het huis'). Ze was de heerseres van het huis en de beschermster van de begrafenis. Ze maakte deel uit van de enneade van Heliopolis. Ze was de jongste dochter van vader aarde Geb en moeder hemel Noet. Ze was vrouw en zus van Seth, zus van Isis en Osiris. Ze treurt met haar zuster Isis om de dood van de vermoorde Osiris en hielp haar zus in de strijd tegen de moordenaar, haar echtgenoot Seth. Met haar hulp kon Isis Osiris weer tot leven wekken. Nephtys werd met Isis, Neith en Selket werden elk aan een zijde van de sarcofaag opgesteld, om de dode te beschermen.
Nebt-het was in mummiekisten aan het hoofdeinde afgebeeld. Anoebis, de jakhalsgod die heerste over de doden, was haar zoon. De vader zou Osiris zijn, die zij volgens een traditie dronken had gevoerd. Volgens latere dynastiŽn vormde Nepthys een twee-eenheid met Isis; Isis werd heldere moeder genoemd, terwijl Nepthys de donkere moeder was. In een eerdere tijd had Hathor de bijnaam van 'donkere moeder'.
Nephtys werd wel opgevat als de rand van de woestijn, vaak dor, maar in de tijd van de overstromingen vruchtbaar.
De Griek Plutarchus identificeerde Nephtys met Aphrodite.


Nepit.Egyptische oogstgodin. Ze werd afgebeeld met een korenschoof op het hoofd. Ze werd geassocieerd met slangen. Nepit is te zien als de vrouwelijke pendant van de korengod Neper, de zoon van de graangodin Renenutet.







home: www.nissaba.nl/godinnen